OpinieDefensie

Militairen mogen zich best meer uitspreken en laten zien in Nederland

null Beeld Trouw
Beeld Trouw

Samenwerking van de krijgsmacht met andere veiligheidsorganisaties kan een stuk beter, stelt Annelies van Vark, promovendus in Leiden en adviseur van de Koninklijke Marechaussee.

Na het interview met vier operationeel commandanten van de krijgsmacht (Trouw, 2 april) is in deze krant een discussie ontstaan over de noodzaak het Defensiebudget te verhogen (Opinie, 19 april), dat juist niet te doen (Opinie, 15 april) of het budget anders te besteden (Opinie, 6 en 11 april).

Voor- en tegenstanders gaan daarmee voorbij aan het opmerkelijke feit dat de commandanten zich überhaupt uitspreken. Dat is in de Nederlandse context niet gebruikelijk. We hebben in dit land een wat moeizame relatie met onze krijgsmacht, die we bij voorkeur niet willen zien (geen ‘groen op straat’) en zo veel mogelijk legeren op kazernes in de periferie van het land. De opschorting van de dienstplicht en de inzet van de krijgsmacht voor missies in (post-)conflictgebieden hebben sinds de jaren negentig van de vorige eeuw bijgedragen aan deze onzichtbaarheid binnen de landsgrenzen.

Laatste redmiddel

Ook binnen de krijgsmacht zien we deze cultuur terug. In de samenwerking met civiele partners stelt de krijgsmacht zich vooral op als leverancier, die levert waar de klant om vraagt, in plaats van als gelijkwaardige partner. Civiele partners zien de krijgsmacht als laatste redmiddel, die pas wordt ingezet als alle alternatieven uitgeput zijn. Militairen zijn vanaf 2014 enkele jaren letterlijk onzichtbaar geweest in het straatbeeld, omdat zij vanwege de terroristische dreiging niet in uniform van en naar hun werk mochten reizen. Als er al opiniebijdragen in kranten verschijnen, is het vrijwel uitsluitend van militairen buiten dienst.

Verwonderlijk is het dan ook niet dat de commandanten het lastig vinden om zich publiekelijk uit te spreken. En toch is dat nu juist wat nodig is. Zij kunnen als militair professionals immers bij uitstek verwoorden waartoe de krijgsmacht in staat is of zou moeten zijn met het oog op de dreigingen die op ons afkomen. Niet alleen buiten de landsgrenzen, maar ook daarbinnen. De grote veiligheidsvraagstukken van deze tijd houden zich immers niet aan landsgrenzen. Denk bijvoorbeeld aan ­georganiseerde criminaliteit, terrorisme, maar ook pandemieën, zoals we het afgelopen jaar gemerkt hebben.

In Noord-Europese landen als Zweden en Finland beschikt men over een integrale veiligheidsstrategie, waarin naast de overheid ook ­bedrijven, maatschappelijke organisaties en burgers worden betrokken. Een dergelijke strategie vergemakkelijkt de verdeling van schaarse ­veiligheidscapaciteiten en voorkomt dat verschillende organisaties naast elkaar vergelijkbare capaciteiten ­opbouwen.

Rechtsstaat

Dan kan het ook zo zijn dat bepaalde capaciteiten alleen civiel, of juist alleen militair worden georganiseerd, ten dienste van het grotere geheel. Of dat schaarse capaciteiten gebundeld worden in een gemeenschap­pelijke reserve die ten dienste van meerdere organisaties staat. Natuurlijk vindt de inzet daarvan altijd ­onder civiele verantwoordelijkheid plaats, zoals past in een democratische rechtsstaat.

Een interdepartementale werkgroep begint aan de ontwikkeling van een rijksbrede veiligheidsstra­tegie, zoals is te lezen in een Kamerbrief van 10 februari. Die strategie had er natuurlijk allang moeten zijn. In 2017 adviseerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) een ‘algemene raad voor de veiligheid’ in te voeren. Een ‘planbureau voor de veiligheid’ zou de besluitvorming moeten ondersteunen. Een motie daarvoor van CDA en ChristenUnie werd vorig jaar bij de Algemene Politieke Beschouwingen vrijwel Kamerbreed aangenomen, maar is door het demissionaire kabinet doorgeschoven naar het volgende kabinet.

In de totstandkoming van zo’n strategie dient de krijgsmacht volwaardig betrokken te worden. Bescheidenheid siert de mens, maar binnen de grenzen van onze democratische rechtsstaat mag de militaire stem best wat luider klinken.

Lees ook:

Geef ons geld, zeggen deze topmannen van Defensie: ‘Wij zijn de klaplopers van de Navo’
De top van Defensie vindt dat er fors meer geld bij moet om de krijgsmacht overeind te houden. Bij wijze van uitzondering treden ze daarom in de openbaarheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden