null Beeld

ColumnNaema Tahir

Mijn racismeblik voelt niet goed

Naema Tahir

Ik merk dat ik over racisme moet schrijven. Tegelijk voelt dat ongemakkelijk. Het debat staat op scherp: ras als identiteit wordt opeens zwaar benadrukt. Is dat wel terecht? Tijdens het veelbesproken NPO ­racismedebat van 12 juli, ‘De Stelling van Nederland’, kwam antropologe Danielle Braun aan het woord. Zij stelde dat wij één identiteit aan het uitvergroten zijn. Terwijl wij meerdere identiteiten hebben. Dat uitvergroten is niet ongevaarlijk. Denk maar aan Srebrenica...

We zijn inderdaad niet alleen zwart of wit. Elke ­persoon heeft meer identiteiten. We zijn professionals, ouder, kind, musicus, topsporter, en we hebben verschillende karaktereigenschappen.

Ik weet dat heel goed. Toch merk ik dat ik door het racismedebat naar de geschiedenis terugkijk, ook mijn eigen persoonlijke geschiedenis, met, laat ik het ‘een ­racismeblik’ noemen. En ik weet niet of dat goed is.

Ik deel hier een concreet en voor mij ongemakkelijk voorbeeld. Toen ik rechten studeerde in Leiden, was ik bevriend met een Nederlandse studente. We trokken onze hele studie veel met elkaar op. In de laatste jaren van mijn studie kreeg ik het erg druk. Ik werd student-assistent, redacteur bij een wetenschappelijk blad, en werd drie keer achter elkaar voor een buitenlandse ­studiereis geselecteerd. Ik weet nog hoe koeltjes die vriendin reageerde toen ik haar over die reizen vertelde: “Toe maar”, zei ze, of “Niet te hard lopen, hoor”.

Kort na ons afstuderen kwamen we te werken bij ­dezelfde organisatie. Maar nu deed ze opeens afstandelijk, alsof we nooit hecht bevriend waren geweest. Zij was een schaal hoger dan ik, en ik ben ervan overtuigd dat ze zich om die reden ook ‘belangrijker’ voelde.

Zo wilde zij dolgraag vóór me lopen na een vergadering zonder ook een woord met me uit te wisselen. En zo ­betuttelde ze mij tijdens de enige lunch die we met ­elkaar op ons werk hadden. Daarbij maakte ze grote ­brede hoge ­gebaren met haar hele armen, in de kantine, waar ­iedereen het zag. Haar boodschap aan mij? Wat deed ik toch overdreven tijdens mijn studie. Och, och. Dan was ik hier, dan weer was ik daar! Zij kon me niet bijhouden, opperde ze verontwaardigd.

Jaren later, gaf ze via een gezamenlijke kennis toe dat ze mij niet netjes had behandeld. En dat ze goed snapte dat ik haar niet meer als vriendin wilde.

Dit verhaal is natuurlijk mijn eigen versie. Het gaat me er hier ook niet om of ik gelijk heb. Het gaat mij om iets anders.

Misschien was ze helemaal niet bezig met ras

Ik had het gedrag van die ex-vriendin allang afgedaan als dat van onzekere, jaloerse vrouw, die zich graag boven mij wilde stellen. Volgens mij kennen we met zijn allen genoeg zulke onhebbelijke, hautaine types, niet?

Maar nu merk ik dat ik terugkijk naar dit voorval en me de vraag stel of het racisme was dat deze vrouw dreef. Paste ik niet in haar visie op de maatschappij, waarin een wit iemand liever niet voorbijgestreefd wordt door een bruin iemand?

Ik stel deze vragen. Maar dit voelt niet goed. Ik reduceer die ex-vriendin tot één identiteit, die van de mogelijke racist, en mezelf tot slachtoffer. Misschien was ze daar helemaal niet mee bezig, met ras. Bovendien wordt het hele complexe menselijke gedrag, van haar en van mij, over het hoofd gezien.

Onterecht, lijkt mij.

Naema Tahir is jurist en schrijver. Voor Trouw schrijft ze om de week een column. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden