OpinieIndonesië

Mijn grootouders ontkenden de nieuwe politieke realiteit in Indonesië

Dat haar grootouders destijds in Indonesië geen oog hadden voor het belang van de bevolking, die naar onafhankelijkheid streefde, is voor Tineke Bennema moeilijk te begrijpen. 

Het is op 15 augustus 75 jaar geleden dat Japan capituleerde en Nederlanders in de ­concentratiekampen in Indonesië vrij waren, een dag die Nederland herdenkt. Op 17 augustus volgde de Indonesische Onafhankelijkheidsverklaring, maar die dag ­erkent Nederland niet.

Een week voor zijn dood op 30 september 1945 schreef mijn grootvader vanuit het ziekenhuis in Jakarta aan mijn grootmoeder dat hij ernaar ‘verlangde om weer voor ­jullie te zorgen en ’s avonds bij het orgel te kunnen zingen’. De brief trof mij op verschillende manieren.

Allereerst zie ik het maar niet voor me, die inspecteur van ­politie, psalmen zingend en orgelspelend in de tropen. Vier jaar daarvoor hadden de Japanners het hele Nederlandse koloniale ambtenarenapparaat opgepakt. Mijn grootvader zat vast in de gevangenis van Jogjakarta. Even ­buiten de gevangenismuren lag zijn voormalige territorium, waar hij de orde bewaakte met dertig ondergeschikte Indonesische politiemannen. Tijdens zijn gevangenschap kreeg hij last van de tropische maag-darmziekte spruw en mijn grootmoeder zette alles op alles om hem zelf een vitaminerijke maaltijd te brengen.

De grootvader van Tineke Bennema zit vooraan in het midden.Beeld Familiearchief

Op de fiets probeerde ze tussen hoop en vrees dagelijks haar pannetje af te leveren bij de gevangenispoort, met mijn vader, toen 9 jaar oud, op zijn kinderfietsje in haar kielzog. Op een keer sneed een ­Japanse legertruck haar af, waardoor ze languit op straat smakte. Soms slaagde ze erin het eten af te leveren, vaak niet. En van de ene dag op de andere werd haar man overgeplaatst, met onbekende bestemming.

Wel lusten, maar niet de lasten

Die zorg van mijn grootouders voor elkaar trof mij temeer omdat ze er alleen voor stonden. Bij de herdenking van de Nederlandse bevrijding op 5 mei twitterde Rutte dat ‘veiligheid, verbondenheid en vrijheid de kern is van ons leven’. In dit allitererende rijtje lusten ontbraken de lasten en dan vooral: verantwoordelijkheid.

Wat een eerlijke gemeenschap kenmerkt, is de mogelijkheid dat ­iedereen juist in gezamenlijkheid ­afstand doet van een deel van die vrijheid en eigen verworvenheden om voldoende zorg en bescherming te bieden aan degenen die het meer nodig hebben. Zie corona.

Wat ik uiteindelijk niet begreep in de briefwisseling tussen mijn grootouders, was Cornelis’ totale ontkenning van de nieuwe politieke realiteit die ontstond na de Proklamasi van 17 augustus 1945. Want hij schreef in zijn brief ook dat ‘de regering weer in Batavia zal komen’.

Mijn grootvader sloeg arrestanten als hij dat nodig vond. Mijn grootmoeder meende dat Nederland de bevolking moest verheffen ­volgens christelijke, superieure waarden.

Wreed einde aan Indische droom

De plotselinge dood van mijn grootvader, de Bersiap en de Onafhankelijkheidsoorlog maakten een wreed einde aan hun Indische droom. De herinnering aan de verantwoordelijkheid die beiden toonden voor hun gezin, koester ik. Hadden ze diezelfde houding maar gehad ten opzichte van degenen die ook hun naasten waren en voor wie ze zorg droegen. Maar hun superioriteits­gevoel, waardoor ze niet de pijn en wensen van de ander zagen, zat hun in de weg.

En dat gedachtengoed wil nog steeds maar niet verdwijnen uit Nederland. De VN stelde vorige maand dat Nederland meent al alles te hebben gedaan om racisme te bestrijden. Het rapport pleit daarom juist voor meer onderwijs en bevordering van algemene kennis van kolonialisme en ons slavernijverleden.

Hoe kan ik menen dat ik geen deel uitmaak van dit verleden en niet heb kunnen profiteren van de rijkdom van onze koloniën? Het is de hoogste tijd voor een nederiger houding, waarbij burgers rekenschap afleggen voor 350 jaar uitbuiting, ­alleen al in Indonesië. Ons land heeft nog veel goed te maken aan de nazaten van tot slaaf gemaakten en gekoloniseerden.

Herdenken, zeker. Maar zullen we na 75 jaar eindelijk de verantwoordelijkheid nemen en onszelf minder op de borst slaan voor de vrijheid die slechts gold voor een handvol witte overheersers?

En als we ons moeten verdiepen in de gezamenlijke historie, kunnen we meteen 17 augustus erkennen als de officiële Indonesische Onafhankelijkheidsdag.

Lees ook:

‘Mijn grootvader werd ‘inlandervriendje’ genoemd’

Dat hij vlak na de oorlog bereid was om met Soekarno te onderhandelen over de toekomst van Indonesië, werd Charles Olke van der Plas door Nederland niet in dank afgenomen. Zijn kleinzoon Ok: ‘Mensen die hem persoonlijk kenden zijn allemaal vol bewondering, hij heeft zich zijn hele leven ingezet voor het welzijn van anderen.’

Slechte kennis over strijd in Nederlands Oost-Indië is pijnlijk voor slachtoffers

Echt kennisnemen van hoe het ter plekke was in Nederlands Oost-Indië ten tijde van ‘Onze Jongens’ is er nog steeds niet bij, betreurt Hans Moll van de Federatie Indische Nederlanders.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden