Opinie Voltooid leven

Mijn dood is van mijn geliefden, maar van wie is mijn sterven?

De schoonmoeder van Maarten van Boekel wilde op tijd sterven, maar ze moest te lang lijden.  De godsdienstwetenschapper reageert op het opinieartikel van Annemarieke van der Woude. 

In ‘Mijn dood is van mijn geliefden, maar eveneens van de samenleving’ (Opinie, 20 november) stelt Annemarieke van der Woude zich de vraag: ‘op tijd’ sterven, wat is dat? Een vraag die relevant wordt indien je bij ondraaglijk en uitzichtloos lijden kiest voor een vorm van actieve levensbeëindiging. Maar als je jezelf tegelijkertijd intens verbonden weet met mensen om je heen: wat is dan ‘op tijd’? Je wordt dan immers existentieel geconfronteerd met de wil om los te laten én het verlangen om vast te houden.

Bij dementie is er mogelijk het risico dat je juist niet te vroeg overlijdt, maar te laat in vergelijking met je oorspronkelijke wens. Daarom gaan er stemmen op om in de euthanasieverklaring een ‘achterblijversclausule’ op te nemen. In zo’n toevoeging aan de verklaring staat dat de naasten (of één van hen) bevoegd zijn het tijdstip van euthanasie te bepalen. Of dit juridisch sluitend is, moet overigens nog blijken.

De vraag ‘wat is op tijd?’ speelt overigens bij alle vormen van actieve levensbeëindiging en niet alleen bij dementie. De beantwoording van de vraag of ­euthanasie ingezet gaat worden, zou tijdig moeten beginnen in het overleg tussen de arts en patiënt. Terecht werd er onlangs in de Tweede Kamer dan ook aandacht voor gevraagd.

Mijn schoonmoeder wilde op tijd sterven, en wij meenden dat wel te begrijpen

Mijn schoonmoeder was een sterke en autonoom denkende vrouw. Ze is zo’n jaar of tien geleden op 91-jarige leeftijd overleden. De laatste drie jaren waren een ware lijdensweg. Ze wilde, zei ze altijd, ‘op tijd’ sterven.

We hebben ons eigenlijk nooit afgevraagd wat ze daarmee bedoelde. We meenden het wel te begrijpen. Maar naarmate het leven meer en meer een ondraaglijk zware last voor haar werd, maakte ze resoluut duidelijk dat voor haar het einde in zicht kwam. Toen ook de vooruitzichten steeds slechter werden, maakte ze kenbaar dat ze dood wilde.

Daarom vertelde ze haar huisarts dat het voor haar genoeg was: ze wilde sterven. Maar deze arts begon uit te leggen dat hij niet voor dit vak had gekozen om mensen te doden. Hij bleek er rotsvast van overtuigd dat lijden nu eenmaal bij het leven hoort. De pastoor kwam langs, maar zijn zalvende woorden waren niet helend. Integendeel: mijn schoonmoeder zag niet meer naar zijn komst uit.

Is zij ‘op tijd’ gestorven? Nee. Mijn schoonmoeder was graag eerder gestorven. Maar de geëigende hulpverleners gunden het haar niet, zoals ze dat zelf onder woorden bracht. Wij, de achterblijvers, hadden het haar zo graag gegund. Ze heeft nodeloos veel geleden. Voor de dood was ze niet bang, maar de angst voor de weg ernaartoe is in de slotfase van haar leven groter en groter geworden. Ook dit hadden we haar graag bespaard.

Het is dit verhaal – en de talloze andere gelijksoortige verhalen – die de uitslag inkleuren van de recente CBS-enquête naar een aantal hete hangijzers in het euthanasiedebat. De uitslag zelf geeft de verdere ontwikkelingsrichting overduidelijk aan. In dat licht past de oproep om de communi­catie tussen arts en patiënt over euthanasie structureel te verbeteren.

Annemarieke van der Woude verwijst in haar bijdrage naar de economische wet dat het aanbod de vraag creëert. En met die verwijzing wil ze voorkomen dat euthanasie juist te vroeg aan de orde wordt gesteld in het overleg tussen arts en patiënt.

Maar de ‘grondwet’ in de economie is en blijft dat de vraag het aanbod bepaalt. Ook aan die wet kan niemand ontsnappen: artsen niet én ook politici niet – niet althans in een democratische staat. 

Lees ook:

De economische wet dat het aanbod de vraag creëert, geldt ook op de markt van het levenseinde

De discussie over levenseinde is zo complex dat talmen de meest geëigende reactie is op de roep om euthanasie als stervensmogelijkheid te gaan aanbieden, zegt predikant Annemarieke van der Woude, verbonden aan de remonstrantse gemeente in Oosterbeek en auteur van ‘Als de dood’. 

Zelfgekozen levenseinde: Politici beslissen over dingen die te ongrijpbaar zijn voor een wettekst

 Eigenlijk had Stevo Akkerman helemaal niet iets willen zeggen over voltooid leven, hij was alleen beduusd over wat de ouderdom kon betekenen, want de appjes betroffen het broze bestaan in een verzorgingstehuis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden