null Beeld

ColumnAbdelkader Benali

Mijn dochter gaat fietsen, ik blijf achter

De angst om het moment te missen maakt ons kleine, bange mensen. Onze schaduw walgt van ons. Iedereen en alles staat continu aan. We verblijven in de eeuw van de Haast, een koude hel.

De koortsachtigheid waarmee we informatie consumeren wordt enkel overtroffen door de zucht naar nog veel meer informatie. Toch gelukte het de tijd om me stil te zetten. Op zaterdag 24 april, aan het begin van de middag.

De blauwe lucht bood de ideale conditie om mijn dochter van vijf naar buiten te brengen, de onlangs aangeschafte fiets aan de hand. Dagenlang had ze al aan mijn hoofd gezeurd wanneer dat moment daar zou zijn dat ze het stalen ros mocht berijden. Staande in de lift naar beneden daalde het besef in dat de mens niets van zichzelf kan. Leren fietsen zou mijn dochter het besef bijbrengen dat het leven vallen en opstaan is. In het kader van een goede Hollandse opvoeding behoorde ten minste een keer goed vallen tot de voorwaarden om menselijkheid te verwezenlijken. Mijn dochter die de fiets bestuurt, is als het opengaan van de tulp – je weet dat het gaat gebeuren als het voorjaar komt, je weet ­alleen niet wanneer.

En toen overviel me hulpeloosheid

Daar stonden we dan. In het park. Klaar voor de start. En toen overviel me hulpeloosheid. Want ik had nog nooit eerder een kind leren fietsen. Mijn vader had het me nooit voorgedaan. Kan een wees zich zo ­voelen?

Mijn dochter had geen tijd voor mijn droefenis. De wielen van de fiets gaan rond en rond. Ze rukte het karos uit mijn handen, positioneerde zich tussen de stang en maakte zich klaar. Het enige wat ontbrak, was dat ene zetje. Een zetje en mijn dochter wordt van voetganger bestuurder, wat erop neerkomt dat ik haar nooit meer kan inhalen.

Ze zal met de juiste fiets onder haar billen mij altijd een wiellengte voorblijven. Ik kan nog terug naar huis. De angst van onze ouders om ons aan de wereld te geven begreep ik al, nu voel ik het. Waar het kind fietst, opent zich de afgrond van de tijdelijkheid. Zij gaat verder waar jij stil blijft staan.

Kom op, papa!” De gebiedende wijs van een kind is zoals de jonge God tot ons spreekt. Dwingend met die ondertoon van afhankelijkheid.

Vooruit dan maar. We zetten ons schrap. Zij wordt voortgestuwd door de wind van onwetendheid, ik gedreven door voorkennis. Als kind ben ik vele malen van de fiets gevallen. Een keer drong zich een kiezeltje in mijn knie, vond er onderdak en openbaarde zich pas ­weken later bij het in bad gaan, toen het onder de week geworden korst vandaan kwam. In mij lag al die tijd een rots te zwijgen.

Als je even niet oplet

Dat moment dat je zomaar kan missen als je even niet oplet, dat overkomt me dus op 24 april aan het ­begin van de middag in een park ergens in Amsterdam.

Als een Anna van der Breggen trapt ze zich los van mij en begint aan de individuele tijdrit van haar leven. De eerste meters zijn afgelegd. Ze schatert het uit van plezier, afscheid nemen van haar vader heeft nog zo veel geluk opgeleverd.

De vader teruggebracht tot een toeschouwer. Een nieuwe cyclus is begonnen. Dan begint ze te zwenken, ze roept me aan. Ze valt niet, maar kiepert om, zo het gras in. Blijf maar even liggen, lieve dochter, je vader is zo bij je.

Abdelkader Benali

Abdelkader Benali (1975) is schrijver. In 1996 debuteerde hij met ‘Bruiloft aan zee’, in 2003 won hij de Libris Literatuur Prijs voor zijn roman ‘De langverwachte’. Om de week schrijft hij voor Trouw een column. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden