Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Mevrouw zei niet dat ze dood wilde, toch kreeg ze euthanasie

Opinie

Bert Keizer

Bert Keizer. © Trouw
Column

In Den Haag woonde ik een zitting bij van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. De zitting ging om casus 2016-85 (hier na te lezen). De klacht werd ingediend door de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

De arts in kwestie is de vijfenzestigjarige specialist ouderengeneeskunde collega X. Zij verleende euthanasie aan mevrouw Y. die zo dement was dat ze haar doodswens niet meer eenduidig kon uiten. Collega X. gaf haar eerst Dormicum in de koffie (een sterk slaapmiddel). Later volgde ook een injectie met Dormicum. Daarna volgde de gebruikelijke dodelijke dosis pentothal. Tijdens de toediening van de pentothal werd mevrouw wakker en richtte zich op. Familie hield haar vast. De arts ging door met de toediening. Later zei de arts hierover tegen de Toetsingscommissie: "Ook als mevrouw had geroepen 'maar ik wil helemaal niet dood' was ik toch doorgegaan met de toediening want mevrouw was niet wilsbekwaam."

Lees verder na de advertentie
Ook als mevrouw had geroepen 'maar ik wil helemaal niet dood' was ik toch doorgegaan

Arts

Mevrouw Y. toonde na opname in het verpleeghuis een vrijwel klassiek beeld van dementie. 's Morgens ging het nog wel, maar naarmate de dag vorderde werd zij onrustiger en wanhopiger. Uit het geschetste beeld is een ding duidelijk: deze vrouw leed gedurende vele uren van de dag vreselijk onder haar dementie.

Helaas had ze een dubieuze wilsverklaring opgesteld waarin zij opschreef te zijner tijd zelf te zullen aangeven wanneer zij euthanasie wilde. Het wonderlijke is dat haar huisarts, toen mevrouw deze verklaring overhandigde, niet tegen haar zei: hier kunnen we niks mee. Eenmaal in het verpleeghuis opgenomen was het voor collega X niet mogelijk om nog een reëel gesprek te hebben met mevrouw Y.

Opvallend is dat de vrouw nogal eens zei dood te willen, maar als die mogelijkheid zonder omwegen aan haar werd voorgelegd dan deinsde ze terug. Daar had dokter X. een verklaring voor: "Haar gedrag was wel consistent. In haar gedrag gaf ze aan dat ze dood wilde. Als ik haar vroeg: 'moet ik je helpen sterven?' dan voelde ze zich overdonderd door mijn vraag. Mevrouw was in geen enkel opzicht wilsbekwaam, daarom had het ook geen zin om de wilsverklaring met haar te bespreken."

Doodswens

Het Tuchtcollege wees de arts op een zinsnede in de wilsverklaring waarin de vrouw haar wens uitdrukte om waardig afscheid te kunnen nemen van haar dierbaren. De arts heeft deze wens naast zich neergelegd door de naderende euthanasie niet met mevrouw te bespreken. Antwoord van de arts: "Ik kon haar niet uitleggen dat ik haar euthanasie ging geven, dat kon ze niet bevatten, terwijl ze het wel wilde! Het had geen zin het haar te vragen. Iemand heeft het recht niet overvraagd te worden tijdens wilsonbekwaamheid. Ze was niet meer wilsbekwaam, in geen enkel opzicht. Haar gedrag was in lijn met de wilsverklaring. Voor mij wees het spontane gedrag op haar doodswens. Door het observeren van haar gedrag ben ik bij haar doodswens gekomen. Je moet dat aanvoelen. Maar als je het vrààgt, dan doe je een beroep op cognitie die er niet meer is. Het spontane gedrag, daar gaat het om. Haar was niet uit te leggen dat ze afscheid moest nemen."

De arts heeft deze wens naast zich neergelegd door de naderende euthanasie niet met mevrouw te bespreken

Collega X. maakte een rustige en overtuigde indruk. Ze was in geen enkel opzicht bedeesd of beducht voor de gestelde vragen. Kortom, haar presentatie was uitstekend. Maar inhoudelijk vond ik het nogal rammelen. Mevrouw Y. kan niet zeggen dat ze dood wil want zoveel geestkracht heeft ze niet meer. Maar door haar gedrag zegt ze het toch. Kan ze het nou wel of niet zeggen? Kennelijk kan mevrouw Y. het wel zeggen, door haar gedrag, waaruit collega X. door haar bijzondere intuïtie kan afleiden dat ze dood wil. Dood wil? Maar de dokter zei daarnet dat mevrouw Y. in geen enkel opzicht wilsbekwaam is? Haar betoog leek mij onhoudbaar. In haar slotwoord zei ze: "Ik sta hier met een zuiver geweten". Dat is prettig voor haar, maar de klacht gaat niet over de toestand van haar geweten. De klacht gaat over de interpretatie van een uitermate knullig geformuleerde wilsverklaring. En over de vraag of uitschakeling van het vermogen van de vrouw om zich te verzetten tegen de procedure een te rechtvaardigen ingreep is. De uitspraak is op 24 juli.

Bert Keizer is filosoof en arts bij de Levenseindekliniek. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen. Meer lezen? Kijk dan hier.

Deel dit artikel

Ook als mevrouw had geroepen 'maar ik wil helemaal niet dood' was ik toch doorgegaan

Arts

De arts heeft deze wens naast zich neergelegd door de naderende euthanasie niet met mevrouw te bespreken