null Beeld Trouw
Beeld Trouw

ColumnStevo Akkerman

Met enige verbazing las ik het voorwoord van ‘Het verraad van Anne Frank’

Stevo Akkerman

De wereld raakt niet uitgelezen over Anne Frank en dat is goed. Maar of ook alles goed is wat over haar wordt geschreven, is een andere kwestie. De gretigheid kan soms te groot zijn.

Begeleid door een lawine van internationale publiciteit verscheen maandag Het verraad van Anne Frank, een boek over de zoektocht naar degene die de schuilplaats van haar en haar familie verried. Een echte whodunit, met als ondertitel ‘Het baanbrekende onderzoek van een internationaal coldcaseteam in Nederland’. En ja, ze hebben een dader. Of bijna. Ze noemen in elk geval een naam.

Het is informatief om te zien hoe dit boek is gelanceerd. Nieuwsredacties kregen de gelegenheid het manuscript tevoren onder embargo te ontvangen, een niet ongebruikelijke praktijk, die media in staat stelt een publicatie gereed te hebben op het moment van uitgave. In dit geval was daar wel een bijzondere voorwaarde aan verbonden, zo meldde Bas Kromhout, journalist bij het Historisch Nieuwsblad. Journalisten mochten voor publicatie geen experts raadplegen, ‘op straffe van fabuleuze dwangsommen’. Vanuit het oogpunt van de uitgeverij begrijpelijk – je wilt niet dat je ‘scoop’ uitlekt – maar journalistiek onbevredigend: zo loop je aan de leiband van de boodschapper, en gaat diens claim kritiekloos de wereld in.

In de rebound volgde de kritiek van historische experts overigens alsnog, en in niet mis te verstane termen, maar de eerste klap was dus voor de uitgever, die de rechten van dit boek al in 23 landen had verkocht.

Voor wie het toch nog had gemist: het coldcaseteam, geleid door een gepensioneerde FBI-agent, concludeert dat de familie Frank ‘zeer waarschijnlijk’ is verraden door de Joodse notaris Arnold van den Bergh. Die zou daarmee zijn eigen hachje hebben gered, en hij kon dat doen omdat hij als lid van de Joodse Raad beschikte over adressenlijsten van onderduikers. Pieter van Twisk, hoofdonderzoeker van het team, voert in Trouw aan dat de bevindingen ‘forensisch statistisch’ zijn gemeten: ze zouden 85 procent zekerheid bieden. Maar historici noemen de conclusies flinterdun, speculatief en zelfs lasterlijk, vooral omdat er geen enkel bewijs is voor het bestaan van adressenlijsten van onderduikers.

Ik ga niet doen alsof ik hier een oordeel over kan vellen, maar ik kan wel zeggen dat ik met enige verbazing het voorwoord las van Het verraad van Anne Frank, geschreven door Van Twisk. Hij spreekt daarin zijn zorgen uit – niet ten onrechte, zie de racistische tirade van Wilders gisteren – over de stand van de democratie, wijst op het gevaar dat mensen meegaan in het kwaad en onderstreept het belang van ‘de waarden die het recht en de vrijheden waarborgen’.

Maar waarom is een grootscheepse zoektocht naar een verrader de aangewezen weg om dit aan de orde te stellen? En behoort het idee dat iedereen onschuldig is totdat zijn schuld is bewezen niet precies tot de waarden die het recht waarborgen? Het is nogal wat om iemand postuum (Van den Bergh overleed in 1950) voor het oog van de wereld als Annes verrader neer te zetten.

Daarvoor is 85 procent zekerheid – als dat het is – niet genoeg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden