Opinie Religie

Mensen vertonen religieus gedrag, maar zijn daarmee niet religieus

Met een werkdefinitie van religie concludeert theoloog Hans Garritsen dat onze samenleving veel religieus gedrag kent, maar dat niet wil zeggen dat er veel religiositeit is.

In zijn reactie (Opinie, 11 juli) op het artikel van Taede Smedes en Jasper van den Bovenkamp over ‘Religieus zijn ondanks jezelf’, verwijt Frans Zoer beide auteurs dat ze zelf niet definiëren wat ze verstaan onder de term religieus. Op die manier, suggereert hij, kun je wel zo ongeveer alles zien als religieuze uiting (mijn woorden).

Ten dele begrijp ik dit verwijt. De termen religie en religieus zijn moeilijk te definiëren, omdat ze niet altijd van doen hebben met een geloof in god of goden en een heel breed spectrum van zingevingssystemen omvatten. Een werkdefinitie zou helpen. Maar wat de auteurs wel doen is een aantal maatschappelijke bewegingen benoemen met kenmerken van menselijk gedrag, die vroeger of in een andere cultuur wel degelijk als religieus golden of gelden.

Het is zinvol om hier wel een werkdefinitie te geven van religie, anders wordt het vervolg van de discussie lastig. Mijn (werk-)definitie zou zijn: religie is een verzameling van collectieve zingevingssystemen, waarbij de bron van zingeving buiten de waarneembare werkelijkheid wordt gezocht of gevonden en die alles in het leven van de mens verbindt. Religie uit zich dan in moraal, overtuiging(en) en rituelen.

Smedes en Van den Bovenkamp benoemen indirect wel meerdere aspecten van religie: ‘pogingen om uitzicht te behouden op hoop en verlossing’ (overtuiging), ‘zingevende kalender’ (rituelen), ‘schuld’, ‘openbaring’ en ‘overgave’. Ze koppelen die begrippen aan collectief gedrag van mensen in onze westerse samenleving, zoals het beeld van Maarten van der Weijden als een moderne Messias die zwemmend lijdt om goed te doen.

Het interessante aan die vergelijkingen is, dat je inderdaad ziet dat er in onze samenleving (al geldt dat niet voor alle culturen) een gemis is aan een collectief gedragen zingevingssysteem dat verbindt. We doen immers niets liever dan onderscheiden en de illusie van autonomie ophouden en dat levert vervreemding op.

Het zwakke in de argumentatie is dat het steeds gaat om losse elementen van religiositeit en niet om een systeem. Je kunt zeker stellen dat de mens, ook als hij het geloof heeft afgezworen, religieuze gedragingen vertoont, maar niet dat hij nog in al zijn vezels religieus is. Dat is nu net het probleem: wij leven in de illusie van maakbaarheid, weten dat ook, maar hebben geen alternatief.

Het oude bad is leeg, maar het kind is ook zoek.

Lees ook:

We blijven onstuitbaar religieus

Anders dan statistici beweren en ondanks onszelf , zijn we hartstikke religieus. Maar dan moet je wel voorbij het clichédebat over God en zijn gevolg willen kijken.

Niet ieder moreel debat is een uiting van ‘onstuitbare’ religiositeit

Jasper van den Bovenkamp en Taede Smedes stellen vast dat wij Nederlanders, ondanks onszelf, hartstikke religieus zijn. Lector theologie André Mulder zet flink wat vraagtekens bij hun essay.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden