null Beeld

ColumnNelleke Noordervliet

Mens, laat de natuur toch eens met rust

Nelleke Noordervliet

In een Amsterdams straatje tussen twee grachten stond de grote hond die daar vaak rustig buiten ligt aan iets te snuffelen. Naderbij gekomen zag ik wat het was: een heel gevild konijn dat met glazige ogen de hemel in staarde. Hond wist niet precies wat hij ermee moest. De wolf in hem was kennelijk nog niet ontwaakt. De wolf in hem zou zelf het beest hebben opgejaagd en doodgebeten.

Dit was een nieuw soort kant-en-klaar- annex doe-het-zelfmaaltijd, ter afwisseling van de bak droge hondenbrokken. Het was natuur en niet-natuur. Het was een door de mens aangepaste versie van de natuur. Zoals eendagskuikens dat voor de kat zijn.

‘Natuur’ is een mantra waarvan niemand meer precies weet wat ermee wordt aangeduid. ‘En dan wat is natuur nog in dit land...’, dichtte J.C. Bloem al in de jaren veertig van de vorige eeuw. Het is de vraag naar een definitie. Wat is iets precies? Waar hebben we het over? Hebben we het over hetzelfde? Pas als alle deelnemers aan de discussie het eens zijn over een definitie kunnen ze een strategie kiezen. ‘Wat is natuur?’ is een eerste vraag.

Ton den Boon gaf er op de achterpagina donderdag een woordenboek-antwoord op. Dan volgt de beperking ‘in dit land’. Met andere woorden: is dat wat we onder natuur verstaan nog te vinden in dit land? Is een aangeharkt groen voortuintje natuur? Is de Keukenhof natuur? Is een (on)gemaaid weiland natuur? Zijn bramen en brandnetels natuur? Ook waar ze groeien dankzij stikstofdepositie? Vereist echte natuur afwezigheid van mensen?

De natuur mag, nee, moet haar goddelijke gang gaan

De antwoorden die we op die vragen geven, zullen gekleurd zijn door vooroordelen. We hebben allemaal uit eigenbelang een idee ontwikkeld over datgene wat wij willen dat natuur is.

Waar vroeger een plaats om te leven werd veroverd op de natuur, waar ze werd gevreesd, getemd en beknot, daar wordt ze nu beschermd en verdedigd. Ze mag, nee, ze moet haar goddelijke gang gaan op een nauwkeurig begrensd en omheind gebied. ‘Do your thing, nature!’ En de omstanders, de gedogers en de ­beschermers hopen vurig dat de ­natuur zich manifesteert in haar meest aangename vorm met zeld­zame plantensoorten en veel leuke insecten.

Tot op zekere hoogte voldoet de natuur aan die verwachting. De waarheid is echter dat ze vrij veel ruimte en tijd nodig heeft om te laten gebeuren wat de mens van haar wil. Maar ze vindt het best wanneer de mens haar helpt met de introductie van gewenste soorten, met insectenhotels en houtwallen, met prikkeldraad en hondenverboden. De natuur vindt het prima om park te zijn.

Onzin, deze personificatie van de natuur. De natuur is. Punt uit. Ze voelt niet, ze denkt niet. Ze is. Sterker: de mens als soort is deel van de natuur, de mens-als-natuur voelt en denkt evenmin. De mens als mens trouwens ook niet, valt me weleens op.

Van vijand naar vriend

Waarom hebben we dan zo’n complexe verhouding met de natuur? Waarom hebben we er zo’n moeite mee om onze plaats in haar bestel te bepalen en op bescheiden wijze in te nemen? De mens als soort heeft veel weg van de Japanse duizendknoop, een woekerplant die moeilijk uit te roeien is. Of van een parasiet, die de gastheer uitput. Sterft de gastheer, sterft de parasiet. Ook natuur, maar niet zo fijn.

Wanneer wij mensen ons in de natuur (geeft niet welke definitie) begeven, daalt er een gevoel van rust en ontspanning over ons.

Althans, dat denken we sinds de romantiek. Voor die tijd was de ­natuur eerder vijand dan vriend. Toen viel de balans in haar voordeel uit. Nu recreëren we in haar. We ­herscheppen onszelf, krijgen energie, halen dieper adem, leven. Idealiter.

Maar wanneer het een mooie zondag is, blijf ik tegenwoordig thuis. De horden halfbloot volk dat met auto, (race)fiets of benenwagen de paden op de lanen in gaat, lijkt op een sprinkhanenplaag in Oost-­Afrika. We verdringen elkaar op het strand en het water, in de duinen en de bossen, in parken en op terrassen.

Ik voorzie het moment waarop de ene helft van de bevolking op even dagen de ‘natuur’ in mag en de andere helft op oneven dagen. Misschien is zelfs een algeheel recreëerverbod nodig. Heeft de natuur ook eens rust.

Nelleke Noordervliet (Rotterdam, 1945) schreef meerdere romans, novelles en theaterstukken. In 2018 won ze de Constantijn Huygens-prijs voor haar gehele oeuvre. In haar column in Trouw bespiegelt ze tweewekelijks op de actualiteit. Lees ze hier terug.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden