null

OpinieWoningnood

Meer bouwen? Ja! Maar niet weer voor het kerngezin van eergisteren

Nog maar 23 procent van de huishoudens is een stel-met-kinderen. Waarom bouwen we dan alleen huizen voor hén, vraagt architect, onderzoeker en essayist Andrea Prins.

Andrea Prins

Na elf jaar is er weer een minister van volkshuisvesting. En eindelijk krijgt de woningbouw de aandacht die zij verdient. Maar wat schieten we op met de discussies over cijfers en aantallen? Niet zoveel, want we vergeten het belangrijkste: de bewoner.

Bijna elke dag is er nieuws over de woningcrisis. Meningen buitelen over elkaar heen. Er is onenigheid over het aantal nodige woningen. De bouw zou te langzaam gaan. Huur- en koopwoningen zijn voor steeds meer mensen te duur. Maar lossen nog meer meningen de woningcrisis op? Nee, want voordat men bouwt, zou men eerst moeten weten hoe we eigenlijk wonen. De woningbouw moet drastisch herbezien worden.

Wonen van eergisteren

Nederland bouwt voor het samenwonen van eergisteren. Vroeger was het kerngezin dé vorm van samenleven, maar vandaag de dag is volgens het CBS nog maar 23 procent van het aantal huishoudens een stel met kinderen. 77 procent van de huishoudens is dus ánders.

Terwijl deze verschuiving al decennialang speelt, is de eengezinswoning nog steeds het meest voorkomende woningtype. Andere huishoudens zijn in de statistieken eerder grofmazig gedefinieerd: het CBS onderscheidt welgeteld acht verschillende huishoudtypes. Ter vergelijking: Danmarks Statistik registreert alleen al 37 manieren van samenwonen met kinderen. Hoe het wonen precies verandert, lijkt in Nederland aan de aandacht te ontsnappen. Het gevolg: woningen sluiten niet aan op huidige woonbehoeftes.

Net gescheiden vriend

Een voorbeeld van zo’n verouderd woningtype is de eengezinswoning: naast keuken en badkamer zijn er een grote woonkamer, een ouderslaapkamer en een of twee kleine slaapkamer(s). Dit is prima voor een kerngezin – tenminste zolang de kinderen klein zijn. Wanneer kinder­en pubers worden, zijn spanningen voorgeprogrammeerd: de kleine kinderkamers liggen direct naast de ouderslaapkamer, buitengewoon onhandig bij verschillende dag- en nachtritmes. Nagenoeg onbruikbaar is zo’n woning als men tijdelijk een grootouder of een net gescheiden vriend wil opnemen, of als vriendengroep samen wil wonen. Kamers zijn of te groot of te klein. Het gebruikelijke woningtype bepaalt hoe we samenwonen. We wonen niet – we worden gewoond.

Onze woningen zijn geworteld in conservatieve ideeën over het samenwonen en toegesneden op één groep bewoners: het kerngezin, de student, de senior, enzovoorts. Het samenwonen verandert, maar onze woningen zijn ongeschikt voor veranderende woonvragen. Juist zij die het niet breed hebben en in relatief kleine woningen leven, zijn de dupe.

Geluidsisolerend materiaal

Een oplossing: woningen met ongeveer even grote kamers. Die zijn trouwens al eerder gebouwd: 19de-eeuwse grachtenwoningen hebben ze al. Naarmate de tijd vorderde veranderden bewoners bijvoorbeeld een woonruimte in een eet-, werk-, kinder- of slaapkamer, en weer terug. Het gebruik is ‘elastisch’. Gelukkig zijn er ook hedendaagse, betaalbare voorbeelden. Zogenaamde friends-woningen hebben gelijkwaardige privékamers en een gezamenlijke kook-woonruimte. De woningen zijn bedacht voor jongvolwassenen, maar net zo geschikt voor gezinnen of senioren. Om privacy te waarborgen, zijn de wanden tussen de privékamers van geluidsisolerend materiaal. Door een compacte opzet met nauwelijks gangen blijven woningen betaalbaar.

Woningen moeten geschikt zijn voor divers gebruik. Zodat men zelf kan beslissen hoe en met wie men (samen) wil wonen: met vrienden, tijdelijke huisgenoten of als een gezin. Niet de denkbeelden van eergisteren dienen het wonen te bepalen, maar de bewoner zelf. En woningen met gelijkwaardige kamers kunnen zich aanpassen aan veranderende woonvragen, nu en in de toekomst.

Lees ook:

Bijna 69.000 nieuwbouwwoningen opgeleverd in 2021, minder dan in 2020

In 2021 werden bijna 69.000 nieuwbouwwoningen opgeleverd. Dat zijn er minder dan in 2019 en 2020, maar meer dan in de jaren daarvoor, en nog lang niet zo veel als het kabinet wil.

Voelt iedereen zich nog wel thuis in het Nederlandse huis?

Om het woningtekort het hoofd te bieden moeten er de komende tien jaar 845.000 woningen bij komen. Daarin zou je ook de veranderende samenstelling van de bevolking moeten meenemen, vindt architect Lyongo Juliana. Hij onderzoekt of er behoefte is aan meer diversiteit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden