ColumnSylvain Ephimenco

Maradona is geen legende, maar een permanent gedrogeerde valsspeler

Je zult maar als geboren en getogen Napolitaan door het leven moeten gaan. Ik heb het hier niet over het prachtige Napels uit de negentiende eeuw toen Goethe met zijn befaamde uitspraak ‘Napels zien en dan sterven’ de stad onsterfelijk maakte. Nu zou je eerder de stad willen ontvluchten om niet door de Camorra, de Napolitaanse maffia, en zijn tweehonderd ­familieclans te worden afgeperst. Of per ongeluk te worden neergeknald door een van de talrijke jeugdbendes die hun drugsoorlogen uitvechten. Napels, de stad die zijn opgestapelde vuilnis amper kon ophalen of zijn coronapatiënten in de files voor het ziekenhuis, uren zittend in hun auto’s, laat verpieteren.

Maar wacht, er is toch iets om de rug te rechten, ook al is dat weer 33 jaar geleden, toen Diego Maradona de plaatselijke voetbalclub Napoli voor het eerst kampioen van Italië maakte. Maar nu is Maradona dood en de stad is veranderd in een tranendal van rouwende bewoners en ook van schreeuwende hooligans (weleens op Netflix de film ‘Ultras’ gezien over de gewelddadige supporters van Napoli?). Niet alleen in Napels overigens worden postuum laurierkransen gevlochten om de kist van de ‘voetballegende’ Maradona. Legende?

Het obese alcohol- en drugsvat

Ik heb me de laatste dagen verbaasd over het orgastische ophemelen in de media van het obese alcohol- en drugsvat dat Maradona was geworden. Een opbeurend rolmodel voor beginnende voetbalkleuters, zeker. Maar journalisten zijn soms net kleine kinderen die verblind ­raken bij het krijgen van een hand­tekening van hun idool Ali B. Lees hoe deze week Willem Vissers in de Volkskrant de ontmoeting in 1998 van een groep Nederlandse journalisten met Maradona beschreef: “Hij is verslaafd, maakt rare sprongen in het zwembad en lacht satanisch. We vragen allemaal om een handtekening. We hebben dit verhaal al duizend keer verteld, omdat zelden iets zoveel indruk op ons maakte.”

Maradona, die bij zijn verscheiden door een orgastische media­storm werd gedragen, moet je niet zomaar in jonge voetbalhanden leggen: kind aan huis bij de maffia, meppend en lallend door het leven, vriend van de Cubaanse slager Fidel Castro die hij een ‘tweede vader’ noemde, permanent gedrogeerd en dronken (ook tijdens zijn voetbalcarrière), ja, maar op het veld was hij een weergaloze kunstenaar.

Maar ook een valsspeler die met de hand scoorde (WK 1986) en gedurende tientallen jaren over die ‘hand van God’ pathetisch loog. En ook een speler die zijn land op het WK van 1994 te schande maakte door op doping te worden betrapt en het toernooi als melaatse moest verlaten. Geef me maar dan Pelé, twee keer wereldkampioen, de eerste keer in 1958 als jongste WK-speler ooit (17 jaar) die in vier wedstrijden zes keer scoorde.

Ik heb deze dagen de diarree van funeraire superlatieven koeltjes moeten ondergaan en vroeg me af: als ooit Lance Armstrong het toneel verlaat, zal ook hij als legende en rolmodel voor de wielerjeugd worden bejubeld?

Drie keer per week werpt columnist Sylvain Ephimenco zijn blik op de actualiteit. Lees zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden