Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Maak wilsverklaring op papier beperkt houdbaar

Opinie

Arie Niewenhuijzen Kruseman en Guy Widdershoven

Archieffoto © ANP XTRA

Een schriftelijke wilsverklaring tot euthanasie geeft artsen meer houvast als die verklaring periodiek wordt ververst, betogen zes prominente artsen en wetenschappers.

De afgelopen maanden was euthanasie bij gevorderde dementie regelmatig onderwerp van debat. Een delicaat onderwerp. De wet schept mogelijkheden tot deze vorm van euthanasie. Want het actuele verzoek van de patiënt kan vervangen worden door een schriftelijke verklaring met het verzoek tot euthanasie.

Niettemin zijn artsen in zulke gevallen terughoudend. De schriftelijke verklaring is immers niet zelden van oudere datum. En de arts wil zich er bij gevorderde dementie van vergewissen dat de patiënt nog steeds euthanasie wil, ook als dat eerder in de wilsverklaring is vastgelegd. Als gevolg hiervan zien we een ontwikkeling naar euthanasie in het beginstadium van dementie. Dan kan de patiënt zijn wens nog kenbaar maken. Niet zelden is er dan nog niet echt sprake van ondraaglijk lijden.

Bij de stelling dat bij gevorderde dementie euthanasie niet mogelijk is zijn kanttekeningen te plaatsen. In zo'n situatie is een wilsverklaring - onder voorwaarden - wel degelijk als uiting van het verzoek van de patiënt te aanvaarden. Daarbij gaan wij er vanuit dat euthanasie een proces van afstemming tussen arts en patiënt veronderstelt. Een proces waarin zij beiden, samen, tot de overtuiging komen dat euthanasie de wens van de patiënt is bij een uitzichtloze en ondraaglijke situatie zodra de patiënt daarin komt te verkeren.

Allereerst willen we benadrukken dat ook in een situatie van gevorderde dementie de patiënt nog momenten kan hebben waarin een gesprek mogelijk is. De arts kan daar met zijn bezoeken aan de patiënt op inspelen. Hij kan op verschillende tijdstippen bij de patiënt nagaan of de wens tot beëindiging van het leven nog steeds actueel is. De aanwezigheid van een wilsverklaring is daarbij van groot belang. Niet om de actuele uitdrukkingsmogelijkheden van de patiënt te vervangen, maar als leidraad voor de arts om de uitingen van de patiënt te duiden en de wilsverklaring zo nodig daarop aan te passen.

Ook de naasten van de patiënt kunnen hierbij een belangrijke rol spelen, aangezien zij de patiënt goed kennen, hem in het proces van dementie steunen en hem kunnen helpen zijn wens te uiten.

De wilsverklaring kan daadwerkelijk het actuele verzoek vervangen wanneer door onvoorziene omstandigheden de patiënt in het geheel niet meer in staat is zijn wens te bevestigen. Een voorbeeld daarvan is de demente patiënt die plots een ernstig CVA (herseninfarct) of een andere complicerende aandoening krijgt, waardoor communicatie niet meer mogelijk is. Indien in de wilsverklaring duidelijk is aangegeven dat de patiënt in een dergelijke situatie niet verder wil leven, moet het uitvoeren van euthanasie op basis van de wilsverklaring mogelijk zijn.

In de genoemde voorbeelden is de wilsverklaring van grote waarde. Daarbij is het essentieel dat tijdens het ziekteproces regelmatig door arts en patiënt over de wilsverklaring gesproken wordt en dat dit ook schriftelijk wordt vastgelegd, met een herbevestiging van de wilsverklaring en een aantekening in het medisch dossier.

De wilsverklaring functioneert dan niet als een eenmalige uiting van de wens van de patiënt, maar als een levend document dat de visie van de patiënt documenteert, in het licht van de veranderingen die tijdens het ziekteproces optreden.

Wij achten het daartoe wenselijk dat de geldigheid van een wilsverklaring in de tijd beperkt wordt waarbij wij denken aan een termijn van maximaal twee jaar. En dat verlenging slechts op basis van een herbevestiging van de verklaring bij voorkeur jaarlijks tot stand kan komen. Dat noodzaakt tot geregeld bespreking van de wensen van de dementerende patiënt over het eigen levenseinde. En voorkomt dat arts en patiënt in een patstelling verzeild raken wanneer het vermogen van de patiënt tot articulatie van de eigen visie achteruitgaat.

De inbedding van de wilsverklaring in een proces van gezamenlijke koersbepaling in de loop van het ziekteproces kan er zo voor zorgen dat op het juiste moment - dat wil zeggen: te vroeg noch te laat - gevolg kan worden gegeven aan een verzoek tot euthanasie.


Arie Niewenhuijzen Kruseman, emiritus hoogleeraar interne geneeskunde en oud-voorzitter KNMG

Guy Widdershoven, hoogleraar medische filosofie en ethiek VUmc

mede-ondertekend door:
Frans Verhey, hoogleraar neuropsychiatrie en psychogeriatrie MUMC+
Corrine Vreeling-van Braband, arts
Constance de Vries-Ekkers, huisarts
Frans van Wijmen, emeritus hoogleraar gezondheidsrecht

Deel dit artikel