OpinieSlavernijverleden

Maak van het debat over slavernij een spiritueel proces met een eigen taal en rituelen

null Beeld

De gepolariseerde discussies over ons slavernijverleden brengen ons niet verder. In navolging van Zuid-Afrika moeten we er een spirituele laag aan toevoegen waardoor er ruimte komt om zonder vooringenomenheid naar elkaar te luisteren, gemarkeerd met een ritueel, aldus Kathleen Ferrier en Joost Röselaers.

De omgang met ons slavernijverleden leidt al geruime tijd tot verhitte en gepolariseerde discussies. Deze dagen gebeurt dat in alle intensiteit naar aanleiding van de Keti Koti-viering, waarbij de formele afschaffing van de slavernij op 1 juli 1863 herdacht wordt, en de vraag of Nederland deze dag, in navolging van de VS, tot nationale feestdag moet uitroepen. Op 1 juli verschijnt ook het rapport van het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden. En vandaag debatteert de Tweede Kamer over het ­onderwerp. De centrale vraag: hoe kunnen we ons verhouden tot deze donkere periode uit onze gedeelde geschiedenis? En hoe kunnen wij, ondanks dit verleden, onze eenheid en saamhorigheid als Nederlanders versterken?

In november hebben wij in verschillende media gepleit voor het ­instellen van een Waarheids- en Verzoeningscommissie. Deze oproep vond verrassend veel weerklank. Wij voerden gesprekken met politici van alle gezindten, opiniemakers, wetenschappers en ambtenaren. Die hebben ons ervan overtuigd dat we het gesprek over ons slavernijverleden op radicaal andere wijze moeten voeren. Het huidige gepolariseerde debat, waarin partijen lijnrecht tegenover elkaar staan en niet naar elkaar luisteren, brengt ons niet verder. Excuses aanbieden, nadenken over financiële schadevergoeding, het is allemaal van belang, maar er is méér nodig. Dat begint met het ­erkennen dat het debat over het ­slavernijverleden op een spiritueel niveau gevoerd moet worden. Het gaat om een gemeenschappelijk, spiritueel proces dat zich niet richt op de schuldvraag maar dat draait om vragen als: word ik gezien? Mag ik er zijn? Mag mijn verleden er zijn? En zijn we verbonden genoeg met elkaar?

Deze vragen gelden voor de nazaten van de slaafgemaakten, die zich afvragen of de pijn van hun voorouders wordt gezien en die aanlopen tegen racisme en discriminatie. En het geldt voor hen die al generaties hier wonen en zich afvragen of zij nog wel trots mogen zijn op hun land, en die bang zijn dat hun dat wordt afgenomen. Het gesprek voeren op een spiritueel niveau zou een ontwapenend bevrijdende en verbindende ­ervaring zijn.

Het klinkt misschien wat vaag, in een land dat gewoonlijk kwesties oplost via rechtszaken en parlementaire commissies. In Zuid-Afrika besefte aartsbisschop Desmond Tutu na de afschaffing van apartheid dat dat een heilloze weg zou zijn die de onderlinge spanningen alleen verder zou doen toenemen. Zijn Waarheids- en Verzoeningscommissie liet mensen hun verhaal doen. Alle perspectieven werden belicht. Er ontstond ruimte voor begrip, erkenning en verzoening en dat werd gemarkeerd met een ritueel. Natuurlijk is de ­setting rond het slavernijverleden in Nederland geheel anders. Er zijn geen directe betrokkenen meer in leven. Maar de nazaten dragen de verhalen en de daarbij horende pijn met zich mee. En zij voelen zich daarin niet gezien. Dat moet aan­gepakt worden, voordat we met ­elkaar verder kunnen.

Het zou voor Nederland een ­ongekend experiment zijn. Net als Zuid-Afrika hebben andere landen hier ervaring mee, zoals de archieven van Unesco’s Memory of the World laten zien. En ook al is er in tegenstelling tot Zuid-Afrika geen gedeelde religieuze en spirituele taal meer in Nederland en hebben wij weinig gevoel voor rituelen: het kan. Het gaat er nu om lef te tonen en met concrete voorstellen te komen. Wij roepen de minister van binnenlandse zaken en de Tweede Kamer op gebruik te maken van de grote bereidwilligheid van schrijvers, journalisten, kunstenaars, artiesten , ­filosofen, theologen en psychologen om het experiment aan te gaan en mee te denken over een passende setting, taal en rituelen om dit spirituele proces op gang te brengen. Want alleen door in alle openheid, zonder vooringenomenheid naar ­elkaars verhalen te luisteren, kan er ruimte ontstaan voor een Gouden Eeuw, voor álle Nederlanders.

Kathleen Ferrier is voorzitter van de Nederlandse Unesco Commissie. Joost Röselaers is remonstrants predikant, afgestudeerd op de Waarheids- en Verzoeningscommissie.

Lees ook:

Kun je je schuldig voelen over slavernij?

In Nederlandse kerken komt het gesprek over de slavernijgeschiedenis voorzichtig op gang. Moet ík me schuldig voelen voor iets waar ik part noch deel aan had, voor iets wat onze verre voorvaderen hebben gedaan of nagelaten?

Polarisatie? Excuses voor de slavernij zorgen juist voor nuance in het racismedebat, denkt Kathleen Ferrier

Leiden excuses voor het slavernijverleden tot polarisatie?Prominenten in het slavernijdebat begrijpen niets van die redenering van premier Rutte.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden