null Beeld

ColumnHans Goslinga

Liever een Drees dan een Colijn

Hans Goslinga

In de jaren vijftig van de vorige eeuw, de tijd van Drees, schreven politici hun regeerakkoorden op de achterkant van een sigarendoos. ‘Daar stond dan zoiets als: we zullen goed zijn voor de armen’, zo vatte de legendarische RVD-woordvoerder Gijs van der Wiel deze praktijk later, met een grijns en een knipoog, samen.

Het was dus een tikkeltje ahistorisch dat de informateurs Remkes (VVD) en Koolmees (D66) hun streven naar een beknopt regeerakkoord deze week omschreven als ‘iets nieuws’ en ‘een experiment’. Ze kunnen gewoon te rade gaan bij de formatiestijl-Drees, waarvan een gematigd dualisme tussen kabinet en parlement de essentie was. Zowel het kabinet als de coalitie waarop het steunde moest een behoorlijke vrijheid van handelen hebben.

Verbonden, maar niet gebonden

Verbonden, maar niet gebonden, laat staan met handen en voeten, zoals de laatste vier decennia staande praktijk is geworden, om het even wie er aan de knoppen zaten. Voor zover er in een formatie controversiële kwesties speelden, zaken waarover een conflict het einde van het kabinet kon betekenen, moest je daarover volgens de methode-Drees een compromis sluiten. De uitwerking van de afspraken was aan de ministers, zoals Remkes en Koolmees ook nu beogen. Zo simpel en soepel als het lijkt, ging het destijds trouwens ook niet. De formatie van het vierde kabinet-Drees duurde 122 dagen, voor die tijd een record.

De oorzaak van die lange duur was het toenemende wantrouwen tussen de grootmachten in die dagen, de KVP en de PvdA. Hun ‘Nieuwe bestand’, het experiment van een coalitie tussen rooms en rood dat meteen na de oorlog was begonnen als reactie op het harde christelijk-liberale bewind van Colijn in de jaren dertig, liep ten einde. De christelijke politici richtten de blik weer op de liberalen, het begin van wat toonaangevend in onze politiek zou worden.

Centrum-rechts

De aanvoerder van de VVD in onze dagen, Mark Rutte, zei in een formatiedebat in juni dat Nederland ‘een centrumrechts land’ is. Een nogal boude uitspraak, maar kijkend naar de politieke geschiedenis na de val van het laatste kabinet-Drees, heeft hij geen ongelijk. Nederland kleurde in de afgelopen zestig jaar vooral christelijk-liberaal, in de laatste jaren liberaal-christelijk. Tussen christelijk en rood is het nooit meer wat geworden.

Drees vond dat je voor de coalitievorming na de verkiezingen moest kijken wat op basis van de geschiedenis en de politieke verhoudingen ‘mogelijk en verantwoord’ was. Zo bezien heeft Rutte met zijn inzet – prolongatie van de liberaal-christelijke coalitie – dus redelijk sterke papieren. Zijn stilzwijgende pact met het CDA van Hoekstra in deze formatie doet zelfs denken aan de poging van de VVD-oprichters Oud en Stikker een liberaal-protestants verbond te vormen als ‘derde macht’, naast rooms en rood. Die poging kwam niet uit de lucht vallen, maar borduurde voort op de gedachten van de vooroorlogse liberaal Telders. Deze rekende zijn stroming tot de ‘protestantse middenstof’ in het politieke spectrum.

Het lijkt erop dat Rutte, nu zijn partij dominant is, die oude lijn weer tot leven heeft gewekt. Hij noemde de VVD in juni een ‘centrumrechtse partij’, die ‘graag de samenwerking met het CDA zoekt’. Het leek bijna een annexatie op klaarlichte dag van deze partij, die zelfs niet meer bij machte lijkt zich vanuit eigen kracht te positioneren. Het ‘politieke rooms-katholicisme’, dat een derde weg wilde zijn tussen het liberale individualisme en het socialistische collectivisme, bestaat al lang niet meer. Het ging in 1945 op in de KVP, die in 1980 opging in het CDA.

Uit die fusiepartij is onder het bewind van de protestanten Balkenende, Buma en Hoekstra ook het roomse denken zo goed als verdwenen. Misschien wel met de katholieke Pieter Omtzigt, wiens ‘Nieuw sociaal contract’ met die sociale leer associaties oproept. Het is sterk gericht op het ‘bonum commune’, het welzijn van de gehele gemeenschap, dat bijna haaks staat op de protestantse deugd van productiviteit en de liberale zelfredzaamheid.

Gerestaureerd

De coalitie van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie, die nu wordt gerestaureerd en wellicht op een iets andere leest geschoeid, staat meer in de liberaal-protestantse dan in de rooms-rode traditie. De coalitie is louter op basis van de krachtsverhoudingen mogelijk. Zij behield bij de verkiezingen een meerderheid. Maar is zij ook verantwoord in het licht van de geschiedenis? Hier begint het te wringen en dat verklaart de moeizaamheid van deze door machtspolitiek geforceerde formatiepoging.

Rooms-rood was een politieke reactie op het onbeteugelde kapitalisme dat de wereld in de jaren dertig in een diepe crisis stortte. Nu de uitwassen van het kapitalisme andermaal sociaal en politiek ontwrichtende sporen trekken, heeft het land meer aan een Drees dan aan een Colijn.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden