Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Liever een drankje als dodelijk middel bij euthanasie

Opinie

Bert Keizer

Bert Keizer © Trouw
Column

Tot mijn genoegen berichtte Trouw afgelopen dinsdag over het onderzoek van de artsen Pieter Jan Stallen en Michiel Marlet in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde over het gebruik van een drankje als dodelijk middel bij euthanasie. 

Het dodelijk middel is thiopental, een van de barbituraten. In de jaren vijftig werden die gebruikt als slaapmiddel. Vesparax is een spreekwoordelijke naam uit die tijd. Ze zijn uit de handel genomen vanwege de ­eigenschap die wij nu benutten bij ­euthanasie: je kunt jezelf er nogal ­gemakkelijk mee ombrengen.

Lees verder na de advertentie
Je kunt dan als arts zeggen: 'Hier is uw dood, ga uw gang'

Het is nog een prettige dood ook, je valt gewoon in een diepe slaap en dan treedt de gevreesde of gezochte bijwerking op: ademstilstand. Nou is alle sterven uiteindelijk een kwestie van in slaap vallen, oftewel, bewustzijnsverlies, flauwvallen dus eigenlijk, en drank of injectie zal aan het subjectieve ­beleven bij sterven niks afdoen of ­toevoegen. Voor de omstanders is het andere koek. En dat beschrijven de ­onderzoekers. 

Persoonlijk ben ik altijd helemaal voor het drankje. Een ­mevrouw, die ik het drankje voorstelde, sprak mij lichtelijk verwijtend toe met de woorden: ‘Zeker omdat dat voor u makkelijker is om te doen’. Ik nam haar het verwijt niet kwalijk, klant is koning, maar gaf volmondig toe dat het voor mij in zeker opzicht makkelijker is en dat ik mij daar niet schuldig over voel. Vooral bij euthanasie in mogelijk twijfelachtige omstandigheden vind ik dat het drankje de voorkeur heeft. Bij dementie bijvoorbeeld. Je kunt dan als arts zeggen: “Hier is uw dood, ga uw gang”.

Minder dubieus

Want een van de lastigste aspecten van euthanasie blijft eeuwig en altijd de tergende vraag: wil ze het echt? Na ­afloop is daar geen antwoord op te ­vinden, althans niet hier op aarde, en ik heb geen enkele hoop op een mogelijk nakaarten in het hiernamaals. Ook het drankje kan aarzelend gedronken worden, dat snap ik wel, maar toch vind ik het minder dubieus dan de injectie waar de man of vrouw in kwestie niets aan doet.

Euthanasie bij dementie komt op een heel andere manier onder de aandacht in het boek ‘Mag ik gaan – leven en sterven met dementie’, van collega Constance de Vries, huisarts en tevens werkzaam bij de Levenseindekliniek. Het gaat om gesprekken met zeven ­dementiepatiënten en/of hun nabestaanden. Naast de gesprekken zijn er hun portretten, geschilderd door ­Herman van Hoogdalem, afbeeldingen die mij troffen als recht in de ziel van deze lijdende mensen kijkend.

Wat mij altijd weer verbaast, is dat veel mensen niet goed weten wat er nu precies zo erg is aan dementie

Een van de vele lastige vragen rond euthanasie bij dementie (wanneer moet je het doen?) wordt door De Vries op treffende wijze beschreven: ‘Er is volgens mij geen goed moment, het enige is dat je het slechte moment voor kunt zijn’. 

Wat mij altijd weer verbaast, is dat veel mensen niet goed weten wat er nu precies zo erg is aan dementie. In dit boek kom je er soms pijnlijk dichtbij. De echtgenote van een van de beschrevenen zegt: ‘Ik zie nog veel dingen die ik liefheb, maar ik mis onze gesprekken en discussies zo ontzettend. Nu moet ik alles alleen beslissen. Voor mij is er veel weg. Misschien wel de helft.’ Hijzelf zegt: ‘Met zo’n hoofd vol watten rondlopen en erkennen dat het steeds moeizamer gaat is ook niks. Dan is het leven niks meer. Het einde is nu in zicht. Het gaat steeds trager, dat moet een keer stoppen. Voordat het stopt, stop ik er mee.’

Hoe weet je het?

Ook die andere lastige vraag rond ­dementie komt op bijzondere wijze aan de orde: wilsbekwaamheid. Hoe weet je nou dat ze dood wil als ze het allang niet meer kan zeggen?

Een van de geportretteerden vond hiervoor een briljante oplossing. Zij schreef haar euthanasieverzoek op en stopte dat in een rode envelop. Die envelop stond duidelijk zichtbaar in de huiskamer. De afspraak was dat ze de envelop zelf zou pakken als ze vond dat het zo ver was. Dat deed ze niet. Toen ze al ver heen was liet haar man haar weleens uitdrukkelijk de envelop zien waarop zij abrupt het hoofd afwendde. 

Ik weet het, ook hier eindig je met een gevoel van onzekerheid, maar je hoopt dat de associatie tussen die envelop en de doodswens het heel lang uithoudt. Ze pakte hem nooit. 

Bert Keizer is filosoof en arts bij de Levenseindekliniek. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen. Lees hier voorgaande afleveringen.

Deel dit artikel

Je kunt dan als arts zeggen: 'Hier is uw dood, ga uw gang'

Wat mij altijd weer verbaast, is dat veel mensen niet goed weten wat er nu precies zo erg is aan dementie