Reacties (on)voltooid leven

Lezers reageren op onze serie (on)voltooid leven: ‘De pil van Drion bestellen? Geen tijd voor’

Beeld Fenna Jensma

Het voltooid-levendebat beroert veel Trouw-lezers: ruim 150 deelden hun gedachten met de krant. Die lopen behoorlijk uiteen: de een heeft het te druk om de pil van Drion te bestellen, een ander heeft ‘bij wijze van spreken voor veertien jaar bijgetekend’.  Uit al die persoonlijke e-mails en brieven koos de redactie er enkele uit, als afsluiting van de serie ‘(on)voltooid’.

De actieve tachtigplusser

Mijn moeder (102), partner (91) en ik (76) hebben het nooit over een voltooid leven. Al word ik 100, dan heb ik nog niet genoeg tijd heb om alle prachtige dingen in het leven te beleven. Mijn partner is slecht ter been, maar we gaan toch nog veel op stap. Mijn moeder vindt winkelen nog steeds erg leuk en ­geniet van de zondagse kerkdiensten in het verzorgingshuis waar ze sinds kort woont. Ik ken veel actieve tachtig-plussers die het leven nog absoluut niet voltooid vinden. Mijn vader was 97, toen hij stierf en hij uitte zich dankbaar over zijn ­leven, het woord voltooid heeft hij nooit gebruikt.

Ella Veenstra-Monteban, Leiden

Het grote gemis

Ik ben alleen na een huwelijk van bijna 55 jaar. Het vanzelfsprekende delen van gevoelens en alledaagse dingen is er niet meer. Ik houd van mijn kinderen en kleinkinderen. Een appje of telefoontje doet me goed. Een kleindochter die op bezoek komt, en lieve vrienden die me bellen en uitnodigen, maken me blij. Ik ben nog actief en probeer te genieten, maar het is meer het gevoel van overleven. Wat blijft is het grote gemis. Onlangs las ik: wat is jouw diepste wens? Mijn wens is dat ik deze zomer mijn tachtigste verjaardag vier met allen die me lief zijn, en kort daarna rustig mag inslapen.

Hélène Friebel, Breda

‘Mijn plezier in het leven wordt vergald door pijn’

Ineke Geernaert zag haar vader veranderen door ziekte. Als haar moeder er meer niet is, hoopt zij op euthanasie.

Mijn vader was dominee. Hoog­begaafd, erudiet. Hij schreef talloze gedichten, waarvan sommige op ­muziek zijn gezet en binnen de ­Nederlandse Doopsgezinde Broederschap met enige regelmaat worden gezongen. Hij was letterlijk en ­figuurlijk een man van het woord.

Vijf jaar geleden werd hij, binnen drie weken, driemaal getroffen door een hersenbloeding. Hij kreeg vasculaire dementie en ontwikkelde afasie. Een regelrechte martelgang: het maakte hem agressief – hij was niet meer de man die ik kende. Zijn overlijden in 2017, tien dagen voor hun zestigjarig huwelijk, was een verlossing – en voor mijn moeder en mij reden om een levenstestament te schrijven.

Mijn moeder is inmiddels 88 en wel klaar met het leven. Ze is niet echt eenzaam. Ze is lid van een leeskring, gaat vrijwel elke zondag naar de kerk, bridget twee per week op de bridgeclub en een keer per week met vriendinnen. De hulp komt eens per week en ze doet met plezier haar ­eigen boodschappen.

Mijn broer en ik komen bijna elk weekeinde en ik bel elke dag minstens een keer. Ze heeft goed contact met haar kleinkinderen en geniet van de achterkleinkinderen. Ze heeft fijne buren en geregeld contact met haar schoonzusje.

Ja, helemaal gezond is ze niet meer. Ze zou graag naar een bejaardentehuis willen, maar dat kan niet meer. Actief om euthanasie vragen wil ze nog niet. En toch. Hoewel ze nog volop in het leven staat, hoeft het voor haar niet meer. Zoals ze zelf zegt: “Ik moet zó vaak naar een begrafenis...”

Te afhankelijk

Over een paar weken word ik 60. Ik ben al jaren arbeidsongeschikt. Door een vorm van reuma heb ik sinds mijn twaalfde al pijn. Mijn man en ik zijn sinds 1982 bij elkaar en ­genieten enorm van elkaar, vooral sinds zijn pensioen. Ik verheug me op onze vakanties in Frankrijk, waar onze dochter en schoonzoon wonen. Aan de andere kant: ik wil niet veel ouder worden, omdat mijn plezier in het leven wordt vergald door pijn. Ik gebruik dagelijks morfine, maar meer dan ik nu gebruik maakt me te suf. Bovendien ben ik afhankelijk van mijn man, zonder hem zou ik niet thuis kunnen blijven wonen.

Soms zou ik wel kanker willen hebben – van de verschillende aandoeningen die ik heb, ga ik niet dood. Zolang mijn moeder er nog is, blijft mijn doodswens op een laag pitje. Na haar overlijden hoop ik dat mij euthanasie zal worden verleend. Overigens ben ik niet depressief en lijd ik niet aan een andere psychische aandoening.

Een doodswens is niet afhankelijk van eenzaamheid of leeftijd.

De zin van het leven

De vraag of mijn leven voltooid is, kan ik slechts bevestigend beantwoorden. Natuurlijk moet er wel een definitie zijn van voltooid leven. Dat is naar mijn mening: niet meer kunnen deelnemen aan het sociale leven, niet meer dienstbaar kunnen zijn aan anderen. Twintig jaar geleden moest ik mijn werk beëindigen wegens ­arbeidsongeschiktheid. De laatste twintig jaar heb ik vrijwilligerswerk gedaan, wat zin gaf aan mijn leven. Maar nu? Fysiek kan ik niets meer en ook de vrijwilligersarbeid kan ik vergeten. Ik vind dat ik, zonder last te hebben van de overheid, mijn leven moet kunnen beëindigen. Hoe, dat is op dit ­moment nog een raadsel.

Loek Custers, Dirkshorn

Een blik in de ogen

Wanneer is het leven voltooid? Als iemand vindt dat het ­genoeg is geweest? Zelf ben ik 82 jaar en ik ervaar dat ik ondanks mijn beperkingen nog van betekenis kan zijn voor mijn vrouw, kinderen en kleinkinderen, en anderen. Het hoeft niet zo groots te zijn, soms is een luisterend oor, liefdevolle aandacht of een blik in de ogen al voldoende om de ­ander een goed gevoel te geven. Zolang je er als mens bent en nog over deze hoedanigheden beschikt die zinvol met andere mensen gedeeld kunnen worden, is het leven nog niet voltooid. We leven niet alleen voor onszelf.

Rinus van der Molen, Purmerend

Een cursus Arabisch

Lezer Weterings (Trouw, 13 januari) is 80 jaar en vindt dat ­genoeg. Ik word deo volente volgende maand 86 en vind dat niet genoeg. Ik heb bij wijze van spreken voor veertien jaar bijgetekend. Lichamelijk lig ik weliswaar lelijk in de kreukels, maar geestelijk ben ik zo fris als een hoentje. Elke dag laaf ik me vele uren aan de grote Nederlandse, Franse, Engelse, Duitse, Russische en Italiaanse schrijvers en geniet volop van het ­leven. Binnenkort begin ik aan een cursus Arabisch. De pil van Drion? Ik zou niet eens tijd vinden om dat ding te bestellen.

Henk Kouwenhoven, Zeist

Beeld Fenna Jensma

‘Wij beschouwen dit als tijd om je zegeningen te tellen’

Jaap Mettau (93) is al drie jaar ouder dan hij zichzelf gaf. Lichamelijk is het zwaar, maar de extra tijd biedt ook voordelen.

Naar de telling die ik zelf al jaren hanteer, is mijn leven voltooid. Ik ben een teller, dat heb ik waarschijnlijk van mijn vader, die boekhouder was en bleef na kantoortijd. Terwijl mijn moeder een huishoudboekje bijhield, in die tijd niet ongebruikelijk, noteerde mijn vader alle uitgaven in een ­tabellarisch kasboek.

Iets daarvan is kennelijk bij mij blijven hangen. Zo heb ik altijd mijn leven ingedeeld in drie perioden, even lang. De eerste dertig jaar bestaat uit voorbereiding. Daarna volgen dertig jaar waarin ik werkzaam was. Het wordt afgesloten met dertig jaar pensioen. Daarvan uitgaande zou je kunnen zeggen: mijn leven is te beschouwen als voltooid. Ik ben inmiddels al drie jaar over de door mijzelf gestelde termijn heen. Mijn vrouw, die twee jaar jonger is, en ik hebben het er ­regelmatig over, en ook in gesprek ­met de kinderen wordt het onderwerp niet vermeden.

Euthanasie is voor ons geen optie, vanuit een diep gewortelde overtuiging dat het niet aan ons is te bepalen wanneer het genoeg is met het leven. Maar dat is niet de enige reden om niet te kiezen voor een voortijdig einde. Ik beschouw deze laatste jaren liever als wat in de sportwereld blessuretijd heet. Dit is een tijd om dingen af te maken, om dingen te doen waar je eerder nooit aan toe gekomen bent. Het is ook een tijd om er voor elkaar te zijn op een manier die er in de voorgaande dertig jaar nogal eens bij inschoot.

Het is een tijd om elkaar dingen te vertellen die je nog nooit aan elkaar verteld hebt. Wij beschouwen het als tijd om ‘je zegeningen te tellen’ zoals dat vroeger heette.

Niet dat alles goed is geweest in mijn leven. Ik ben predikant geweest. Ik wist al op mijn twaalfde dat ik voor dit beroep zou kiezen. In mijn werk als predikant heb ik ook mensen teleurgesteld, anderen verwaarloosd. Maar ik weet dat ik daarnaast mensen goed heb gedaan. Dat zijn degenen die nog altijd een goede herinnering aan mij hebben.

Ik denk dat voor ons beiden, mijn vrouw en ik, geldt: wij zien ons leven op dit moment als voltooid. Of misschien nog meer: met alle vooral lichamelijke gebreken valt het leven ons vaak zwaar. Maar tegelijk is er het ­besef dat wij juist in deze tijd heel ­intensief er voor elkaar kunnen zijn. En dat is goed.

De middelen alvast in huis

De meningen over euthanasie blijven verdeeld. Ik ben er voorstander van om als mens zoveel mogelijk mijn eigen leven in de hand te houden. Mocht mijn ­gezondheid (geestelijk en/of ­lichamelijk) achteruitgaan, dan zal ik zelf mijn leven beëindigen. Mijn kinderen zijn hiervan op de hoogte, evenals mijn huisdokter. De middelen om een en ander in gang te zetten heb ik aangeschaft en de ­wetenschap dat ik mijn eigen leven in de hand heb, geeft mij veel rust. Voorlopig hoop ik nog wel even gezellig door te gaan. Ik word dit jaar 75.

Carla Scholten-Heinsius, Maarssen

Gebrabbel en geneurie

Vrijwel dagelijks breng ik bezoekjes aan een verzorgings­tehuis waar mensen met dementie en aanverwante situaties verzorgd worden. Er zijn bewoners die zelf onmogelijk een levens- of doodswens kunnen uiten. In het bijzonder de zorg voor bewoners, met wie nauwelijks of in het geheel geen contact mogelijk is, heeft mij veel geleerd. Ik heb veel ­bewondering gekregen voor verpleegkundigen, gastvrouwen en vrijwilligers. Door hun aandacht en liefde lokken ze soms een glimlach, geneurie of gebrabbel uit. Ze leggen contact, herkennen tevredenheid of onbehagen. Met zo veel liefde is er geen sprake van voltooid leven. Er is veel verdriet over kwetsbare levens, maar er gebeuren ook mooie dingen in de zorg.

Bas van der Blom, Breukelen

 Ik ben, omdat wij zijn

Vijftien jaar geleden boog ik me op de cursus Pensioen in Zicht over de opgave: ‘omcirkel in een lijst van 31 de vijf waarden die u belangrijk vindt’. Voor mij waren dat toen en nu nog steeds: 1. gezond blijven, 2. maatschappelijk iets betekenen, 3. problemen helpen oplossen samen met anderen, 4. verantwoordelijkheid dragen, 5. buiten zijn. De kern van mijn lijstje is: iets voor anderen betekenen. Zoals het zo mooi in het Zuid-Afrikaanse begrip Ubuntu verwoord is: ik ben, omdat wij zijn. Als ik niks meer te bieden zou hebben, is mijn voortbestaan niet meer de moeite waard en mag het afgelopen zijn.

Gert van der Slikke, Goes

Niet welkom in de maatschappij

Vandaag wilde ik mijn rijbewijs laten verlengen, dat gaat niet zomaar als je 75+ bent. De digitalisering maakt het leven er niet gemakkelijker op en wordt steeds meer opgelegd. Ik ben absoluut geen digibeet, toch geeft dit mij het gevoel: ik hoor er niet meer bij, het is wel genoeg zo. Alleen wonen en zelfstandig blijven is heel eenzaam. Ik wil zingeving in mijn leven en hoef absoluut niet bezig­gehouden te worden. Mijn leven is niet voltooid, maar ik voel me niet meer welkom in deze maatschappij.

Ria Waaijers, Rotterdam

Serie onvoltooid

Trouw ging de afgelopen anderhalve maand in een serie op zoek naar ouderen met een doodswens. Waarom willen zij dood, en wat zegt het voltooid-levendebat over Nederland? Het slotartikel staat vandaag in de Verdieping. Alle verhalen uit de serie zijn terug te lezen op: www.trouw.nl/onvoltooid. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden