Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Lezen is naast de liefde misschien het enige avontuur dat nog is toegestaan

Opinie

Ger Groot

Ger Groot. © Trouw
COLUMN

‘De drang om te lezen is altijd gebleven. Als ik niet iets te lezen heb voel ik me ongelukkig. Ergens te moeten wachten zonder dat ik een boek, krant of tijdschrift bij me heb is iets verschrikkelijks.’ De man die dit geschreven heeft is een veellezer. 

Minstens honderd boeken per jaar: dat is de grens waarboven je je die titel eigen mag maken. In deze krant omschreef Marcel Hilferink zich ermee, afgelopen week in een mooie portrettengalerij van toegewijde boekenliefhebbers. En zoals ik me in het eerste citaat herkende, zo herkende ik me ook in hem: ‘Meestal lees ik een boek of vijf tegelijk.’ Alleen zijn voorkeur, literaire reisboeken, is niet helemaal de mijne.

Lees verder na de advertentie

Als je honderd boeken per jaar leest, komt dat in een mensenleven neer op zo’n zesduizend werken, zevenduizend hoogst, becijferde Willem Weststeijn, emeritus hoogleraar Slavische literatuur, van wie het eerste citaat afkomstig is. Dat zijn ongeveer twaalf goedgevulde kasten van twee meter hoog. Een beetje veellezer moet ruim behuisd zijn.

Hoeveel boeken staan er bij Weststeijn nog maagdelijk op de plank? Afgaand op wat ik van hem weet, schat ik het op tussen de tien- en twintigduizend. Maar eigenlijk weet ik alleen wat hij heeft prijsgegeven in zijn boek ‘Een jaar lang lezen’, dat in mijn werkkamer al een tijdje op een stapel lag. Ter gelegenheid van de Boekenweek moest het er maar eens van komen. Ik las het in twee dagen: ruimschoots binnen de grenzen van het veellezers-tempo.

Ik las het in twee dagen: ruimschoots binnen de grenzen van het veel­le­zers-tem­po

Boekenkast in de boekenweek

Gedurende een jaar (ik denk dat het 2015 was) hield Weststeijn bij wat hij allemaal aan boeken tot zich nam. Over 103 daarvan schreef hij een korte notitie, gemiddeld zo’n vier pagina’s lang. Wie was de schrijver, in welke context hoort het boek thuis, waar gaat het over, wat vond ik ervan? – de vragen die ook richtinggevend zijn voor een krantenrecensie.

Een boek lezen als een boekenkast in de boekenweek: dat heeft een eigen literaire charme. Noem het een Droste-effect; de postmoderne literatuurtheoreticus spreekt deftig van een ‘mise en abyme’. Na twee dagen kwam ik uit die afgrond weer naar boven, met in mijn hand een lijstje van boeken die ik onverwijld zou moeten lezen, en in mijn hoofd een waaraan ik beter maar niet kon beginnen. Het eerste was gelukkig langer dan het tweede.

Net als goede critici houden veellezers niet van negativisme. Ze zijn veel liever enthousiast over een boek dan dat ze het afkraken. Dickens, Mishima, Couperus, Luo Guanzhong, Karl Kraus, en onze eigen A.F.Th.: daar moet ik dringend wat (meer) van lezen. Of Peter Carey, Clarice Lispector en Peter Høeg: misschien niet de boeken die Weststeijn zelf ter hand nam, maar iets anders uit hun oeuvre.

Dwaaltocht

Want dat is het aardige van boeken en boekenkasten: je kunt er eindeloos tussendoor dwalen, zo schrijft hij ergens. Zo deed hij het ook bij zijn eigen keuze. Volstrekt richtingloos, gedreven door toeval en waar het oog of de hand terloops op kwamen te rusten. Lezen is een dwaaltocht voor een avonturier: naast de liefde misschien het enige echte avontuur dat onze overgeregelde wereld nog toestaat.

Veel van zijn ervaringen zijn ook de mijne - zoals de ‘schrikbarende ontdekking’ dat je je van een eerder gelezen boek absoluut niets herinnert

Zo weet ik na dit boek tegelijk bijna niets en heel veel van Willem G. Weststeijn – conform het gezegde: ‘Toon mij uw boekenkast, en….’ Hoe hij eruit ziet, of het een pratertje is of een zwijger, stug of gemoedelijk: geen idee. Maar in zijn papieren zwerftocht ontdekte ik een reisgenoot van het soort dat onderweg maar een paar stappen verzet: van de leesfauteuil naar de boekenkast en terug. Veel van zijn ervaringen zijn ook de mijne - zoals de ‘schrikbarende ontdekking’ dat je je van een eerder gelezen boek ‘absoluut, maar dan ook absoluut’ niets herinnert.

Er is maar één ding dat nog een beetje wringt tussen ons. ‘Vijftig tinten grijs’, dat Weststeijn absoluut weigert te lezen en dat al langzamerhand weer aan de vergetelheid lijkt prijsgegeven, las ik wel – zij het noodgedwongen. Ik kan hem geruststellen: hij heeft er niets aan gemist.

Ger Groot doceerde filosofie aan de universiteiten van Rotterdam en Nijmegen. Voor Trouw bekijkt hij de actualiteit door een filosofische bril. Hier leest u zijn andere columns.


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

Door een profiel aan te maken ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden en geef je aan het privacy statement en het cookiebeleid te hebben gelezen.

Deel dit artikel

Ik las het in twee dagen: ruimschoots binnen de grenzen van het veel­le­zers-tem­po

Veel van zijn ervaringen zijn ook de mijne - zoals de ‘schrikbarende ontdekking’ dat je je van een eerder gelezen boek absoluut niets herinnert