null Beeld

CommentaarOnderwijs

Les in burgerschap moet centraler gestuurd

Redactie Trouw

Burgerschap zit niet in de haarvaten van het Nederlandse onderwijs. De constatering is niet nieuw, maar de onderwijsinspectie legde deze week de vinger opnieuw op de zere plek. Basisscholen vinden het moeilijk om maatschappelijke onderwerpen te bespreken. Moeilijker zelfs dan in 2009, toen de inspectie voor de laatste keer onderzoek deed naar burgerschapskunde op basisscholen.

Dat is opvallend, want het vak staat hoog op de onderwijsagenda. Daarom is afgelopen zomer de wet aangescherpt. Voortaan heeft de onderwijsinspectie de bevoegdheid in te grijpen als scholen te weinig doen aan thema’s als non-discriminatie, verdraagzaamheid en gelijkwaardigheid.

Volgens de Inspectie is burgerschap net zo belangrijk als rekenen en taal. Het is jammer dat het niet zo behandeld wordt. Want dat is wel nodig in deze polariserende samenleving. Als je kinderen al vroeg bijbrengt wat de gevaren zijn van nepnieuws, en hen laat nadenken over gender en diversiteit, maak je ze weerbaarder.

Iedere school vult het anders in

Basisscholen zijn van goede wil. Ze vinden burgerschap belangrijk. Kinderen kijken regelmatig het Jeugdjournaal en praten over hun gevoelens als ze beelden van de oorlog in Oekraïne zien. Het probleem is dat iedere school het thema burgerschap anders invult. Op de ene school komen maatschappelijke thema’s ter sprake in de lessen levensbeschouwing of wereldoriëntatie, op de andere school is er een apart vak.

Het advies van de onderwijsinspectie: maak als school inzichtelijk hoe je burgerschap vormgeeft, stel desnoods een coördinator aan en leer toekomstige docenten over het vak. Het is een eerste stap, maar de vraag is of het voldoende is. Want de vrijheid van onderwijs geeft scholen veel autonomie om het vak burgerschap in te vullen. Met als gevolg dat kinderen in de grote stad vaker onderwezen worden in diversiteit, en leerlingen op het platteland zich verdiepen in een thema als armoede. Dat geeft ruis en zorgt voor een ratjetoe, constateert de inspectie.

Kinderen van theoretisch opgeleide ouders hebben daar minder last van dan leerlingen van praktisch geschoolden. Vorig jaar concludeerden UvA-onderzoekers al dat de kenniskloof tussen vwo’ers en vmbo’ers verontrustend is. Op het vmbo bijvoorbeeld zegt een derde van de leerlingen democratie belangrijk te vinden, op het vwo ligt dat rond de 70 procent.

Ook de onderwijsinspectie maakt opnieuw een punt van deze trend. Want de kloof wordt al zichtbaar op de basisschool. Burgerschap, het bijbrengen van democratische waarden, is dus van groot belang voor het cement van de samenleving. De inspectie wijst al langer naar het buitenland waar het lesgeven in burgerschap centraler gestuurd wordt en het vak beter op orde is. Nederland kan daar lering uit trekken.

Het commentaar is de mening van Trouw, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden