OpinieOnderwijs

Leer van het onderwijs aan nieuwkomers: de leerkracht moet terug naar de basis

Het lerarentekort is niet de enige oorzaak van mindere prestaties door leerlingen, schrijft leerkracht Brigitte Brinkel. De manier waarop nieuwkomers Nederlands leren, levert tips op voor broodnodig beter onderwijs.

Ik werk als leerkracht in Amsterdam. Ontegenzeggelijk zijn leerhiaten door de leerkrachten­tekorten een oorzaak van het ­dalende niveau. Ook zijn er vaak grote taalachterstanden, reeds in de kleuterklas. Het algehele niveau van de leerlingen in Nederland daalt.

Populaire onderzoekers zullen mij tegenspreken, maar volgens mij zijn we de focus kwijtgeraakt, mede omdat alles ‘leuk en boeiend’ moet zijn. Er kwamen meer vakken, terwijl de lestijd gelijk bleef. De oprukkende toetscultuur eist verspreid over de hele basisschool inmiddels een jaar lestijd, die we niet meer kunnen besteden aan lesgeven. Onderwijs is ‘Ren je rot’ geworden.

Prioriteiten stellen in de les

Ik werk met een klas van vijftien nieuwkomersleerlingen tussen zes en twaalf jaar. Zij leren in één jaar de taal. Om de 15-25 minuten krijgt een klein groepje kinderen instructie. Zo circuleren we de hele dag en verder werken de kinderen zelfstandig. We werken op ­niveau: elfjarigen die nog moeten leren lezen, zitten met jongere kinderen aan de tafel. Ze accepteren dat (‘ik moet toch leren lezen – dit is tijdelijk’).

Ondanks vaak matig onderwijs in hun thuisland stromen diverse leerlingen met bijvoorbeeld spelling of begrijpend lezen uit op het niveau van midden of eind groep vier. Terwijl ze tien maanden ervoor nog geen woord Nederlands kenden. Je moet dan wel durven om prioriteiten te stellen in de lesstof.

Nieuwkomers leren in dit jaar 4000 woorden, terwijl diverse tweetalige leerlingen – hier geboren – na acht jaar onderwijs niet meer dan 10.000 woorden kennen. Kinderen met Nederlands als moedertaal kennen er dan 17.000.

Dit pleit voor een gesubsidieerde voorschool en een schakelklasjaar, bijvoorbeeld tussen groep twee en drie, of vier en vijf. Door hun taalachterstand profiteren tweetalige kinderen namelijk te weinig van het onderwijs. Uit ­onderzoek blijkt dat je minstens 90 procent van de woorden in een tekst al moet kennen, wil je de kern van een les kunnen vatten. Vele leerlingen lopen dus continu achter de feiten aan.

Geen puzzelpoespas en woordzoekers

Ik ben geen superleerkracht. Maar we kunnen wel leren van de werkwijze bij mijn klas. Die bestaat uit kleine groepen leerlingen op hetzelfde niveau, met concentratie op één enkel lesdoel. Geen boek met allemaal puzzelpoespas en woordzoekers. Die werken alleen maar verwarrend. We schrijven de nieuwe spellingcategorie over in de vorm van kale rijtjes met enige oefeningen waarin een woord bij een plaatje moet worden gezocht. Ik geef directe feedback, een belangrijke succesfactor.

Aan een groepje uit de klas geef ik al taal op het niveau van groep vier. Zij moeten in taalboeken een cijfer aan een letter (het goede antwoord) koppelen, zoals: 1-b, 2-a. Daar leer je geen taal van en ga je niet beter van spellen. Ik ‘eis’ dat mijn leerlingen de hele zin opschrijven. Je krijgt pas gevoel voor zinsbouw en spelling als je schrijfkilometers maakt en woordbeelden inslijt.

En waarom vermoeien we kinderen van groep vier al met termen als zelfstandig naamwoord en lidwoord? Taalmethodemakers: de hersenen van een kind zijn pas twee jaar later psychologisch rijp voor abstracte termen en grammatica. Laten we in de middenbouw eerst het leuke van taal ontdekken, goed leren lezen en leeskilometers maken (daar ligt overigens ook een verantwoordelijkheid voor ouders).

Saai onderwijs was niet slecht

Vanaf de zijlijn zie ik nog een andere mode. Vroeger moesten we bij vakken voor wereldoriëntatie veel tekst lezen. We legden moeilijke woorden uit en maakten twee bladzijden met vragen (begrijpend lezen, leeskilometers en woordenschat). Nu worden deze vakken hapsnap aangeboden met powerpointpresentaties, leuke filmpjes en nog wat vragen. Toegegeven, de lessen zijn boeiender, maar toch.

Dat ouderwetse saaiere onderwijs was lang niet altijd slecht. We hebben het kind met het badwater weggegooid en moeten terug naar de kern en de basis. Het woord zegt het al: basisschool.

Lees ook:

En nu moet de Cito-toets juist weer belangrijker worden, vindt het CPB

Volgens het planbureau is de kans op een passend schooladvies groter als de eindtoets weer meer gewicht krijgt.

Loten én selecteren is beter dan loten alleen

Het verbod op loten voor universiteiten en hogescholen is afgeschaft. Is dat terecht? Wat is eerlijker: studenten selecteren aan de poort of een willekeurige loting? Het Filosofisch Elftal van de krant spreekt zich uit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden