Beeld Trouw

ColumnStevo Akkerman

Leer te leven met de ongerijmdheid van de dingen, en vecht niet om toiletpapier

De hoofdredacteur vroeg me onlangs, tijdens een opgewekte avond in een Haags restaurant, of ik niet een beetje somber was. Ik haastte me te wijzen op anderen, veel somberder dan ik, maar kon moeilijk ontkennen dat sommige dingen me zorgen baren. De actualiteit biedt genoeg aanknopingspunten. En daarnaast heb ik, niets aan te doen, een zekere fascinatie voor de religieuze zwaarmoedigheid, die me tegelijkertijd aantrekt en afstoot.

Als puber dacht ik dat je maar beter niet geboren kon zijn, dan kon Gods eeuwige oordeel je ook niet treffen. Die gedachte heb ik achter me gelaten, maar er is iets wat mij prikkelt in de sfeer van de banvloek en de doemsprofetie. Noem het een heimelijk genoegen: de donderpreken van Amerikaanse televisiepredikers, liedjes van de Groningse zanger Meindert Talma (“nu weet ik dat de bijbel waar is”), verslagen van lang vervlogen kerktwisten, beelden van mannenbroeders in het zwart.

22.000 doden door cholera

Zie dan, in tijden van corona, maar eens je ogen af te houden van de preek die het Reformatorisch Dagblad zaterdag afdrukte: ‘De slaande engel en de Vredevorst’. In 1853 uitgesproken door de Rotterdamse predikant dr. J.J. van Oosterzee, bij het wederom uitbreken van de cholera, die in de winter van 1848 op 1849 al aan 22.000 mensen het leven kostte. De krant publiceerde een hertaalde en verkorte versie, vier pagina’s lang, en vermeldde erbij dat deze preek vorige week in verschillende kerken is gelezen.

Er was iemand die me nog waarschuwde (“niet té veel van die zware kost lezen, heeft nu weleens genoeg schade aangericht”), maar ik was al verkocht. “Hij is het. Die daar zit boven de kloot der aarde, en al haar inwoners zijn voor Hem als sprinkhanen.” Wat een taal! “Hij heeft engelen om te verlóssen en engelen om te sláán en te doden. Nee, de bode van het verderf grijpt niet in het blinde om zich heen waar hij zijn slachtoffers telt en velt in ons midden. Zijn reiskaart is door een hogere vinger getekend, voor hij zijn noodlottige wandeling begon.” Liefst zou ik blijven citeren, maar laat me de boodschap samenvatten in deze woorden van Van Oosterzee zelf: “Gezegend is de bode van de dood, als die ons uitdrijft naar de God des levens.” Bekering, daar gaat het om.

Ongerijmdheid van de dingen

Dit alles mag klinken als de echo uit een ver verleden, maar er schuilt iets in dat de moderne mens ook kent: het verlangen te begrijpen wat ons treft, er een bedoeling aan te geven en er dus grip op te krijgen. “Wij zoeken het antwoord in het Woord dat alle levensvragen bevredigend oplost”, sprak Van Oosterzee, en zo kwam hij tot een sluitend systeem. Net zo goed als de sociaal-darwinist dat doet, die meldt dat een plaag nodig is om het menselijke kreupelhout op te ruimen, zodat ons lijden toch nog betekenis krijgt.

Misschien kunnen we beter proberen te leren leven met de ongerijmdheid van de dingen. Niet door een verborgen zin te zoeken, maar door er zinnig mee om te gaan. Vechten om toiletpapier in een Amstelveense supermarkt, zoals zaterdag gebeurde, valt daar bijvoorbeeld niet onder.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt. Lees ze hier terug. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden