Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Landelijke DNA-databank ongewenst

Opinie

MEREL PRINSEN en JURIDISCH ADVISEUR NEDERLANDS INSTITUUT VOOR FORENSISCHE PSYCHIATRIE EN PSYCHOLOGIE (NIFP)

© ANP

Als het DNA van alle Nederlanders wordt opgeslagen, worden er meer misdrijven opgelost. Maar er blijven altijd mensen buiten schot en de privacy is in het geding. Wat kan er allemaal met dat DNA gebeuren?

Waarom geen landelijke databank met DNA van alle Nederlanders? Zou een onderzoek als dat naar de moord op Marianne Vaatstra dan niet eerder afgerond zijn geweest?

Vermoedelijk wel. In deze zaak was er sprake van een volledig DNA-profiel van een daderspoor waardoor er een match kon plaatsvinden met het DNA van de verdachte. Deze match had eerder kunnen plaatsvinden als het DNA van de verdachte al in de databank had gezeten.

Echter, in veel andere gevallen zou een databank vol met - ook irrelevante - DNA-profielen (ook) veel ruis opleveren. Het wordt zoeken naar een speld in de hooiberg. Zeker bij profielen die niet zo mooi zijn als die in de zaak van Marianne Vaatstra zullen er altijd meer matches zijn, waaronder dus ook toevallige. Niet alleen komen onschuldige burgers ten onrechte in beeld, het kost ook veel tijd en geld om op alle matches te rechercheren. En dat zou weer ten koste kunnen gaan van ander onderzoek.

Het staat als een paal boven water dat een grotere databank zal leiden tot meer hits en dus mogelijk tot het oplossen van meer misdrijven. Een bevolkingsbrede databank is echter disproportioneel: slechts een klein percentage van de bevolking is verantwoordelijk voor de criminaliteit. Het is de kunst om het DNA van deze personen op te slaan in de databank.

De Wet DNA-afname bij veroordeelden levert daar een belangrijke bijdrage aan: van alle veroordeelden voor delicten waar een gevangenisstraf op staat van vier jaar of meer (let op: het gaat niet om hoeveel straf is opgelegd, maar om de strafmaat; op fietsendiefstal staat al vier jaar) wordt DNA-materiaal afgenomen en opgeslagen in de databank. Elk DNA-profiel van een spoor van een ander misdrijf wordt dus in de databank vergeleken met het DNA-profiel van eerder veroordeelden.

Een bevolkingsbrede DNA-databank zou nooit echt bevolkingsbreed zijn. Immers, een groot deel van de mensen die in Nederland verblijven, blijft buiten schot, zoals toeristen, mensen die tijdelijk in Nederland werken of studeren, illegalen en asielzoekers. Je kunt dan spreken over een schijnveiligheid: er is niet van iedereen in Nederland een DNA-profiel beschikbaar.

De inbreuk op de privacy weegt ook zwaar. DNA bevat immers unieke informatie over een persoon. De techniek is nog niet zo ver dat er erg veel informatie uit DNA afgeleid kan worden. Op dit moment kan wat gezegd worden over geslacht, etnische herkomst en oogkleur, maar nog nauwelijks iets over de aanleg voor erfelijke ziekten. Er is ook een onderscheid te maken tussen het DNA-materiaal zelf en het afgeleide DNA-profiel. Een DNA-profiel is uiteindelijk een soort streepjescode. Echter, ook het DNA-materiaal wordt bewaard. De deskundigen hebben hier goede redenen voor, maar tegelijkertijd ligt in het bewaren van het materiaal het potentiële gevaar.

Vertrouwen we onze overheid voldoende met ons DNA-materiaal? De overheid heeft al laten zien dat function creep op de loer ligt: het DNA dat nu al in de databank zit, kan worden ingezet voor verwantschapsonderzoek. Jouw DNA-materiaal zou dus zomaar een geleide kunnen zijn richting broer of zoon. Die wetenschap kan mensen ontmoedigen om op vrijwillige basis mee te werken aan onderzoek of om DNA af te staan voor opslag in de databank.

Conclusie: een bevolkingsbrede DNA-databank is niet gewenst is en zal ook onvoldoende opbrengen. Enige reflectie op de argumenten toont aan dat de wetgeving op dit moment voldoende mogelijkheden kent en dat een bevolkingsbrede DNA-databank daar niet veel aan zal toevoegen.

Deel dit artikel