Laat Murdoch de publieke omroep redden

Mediamagnaat Rupert Murdoch.Beeld reuters

In 1998 ontstond veel ophef over de aankoop van het schilderij Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan door de Nederlandse staat, tot een onderzoek van de Rekenkamer aan toe. Het aanschafbedrag van 80 miljoen gulden bleek afkomstig van De Nederlandse Bank, die onder toezicht viel van Gerrit Zalm, toen minister van Financiën. Zalm erkende later dat hij beter vooraf de Tweede Kamer had kunnen inlichten, al had een publiek parlementair debat uiteraard  voor een prijsopdrijvend effect gezorgd.

Zal er ooit een parlementaire haan kraaien naar het aankoopbeleid van de NOS? De NOS presteert het namelijk om in stilte de prijs op te drijven van een product dat het Nederlandse publiek al twintig jaar gratis en voor niets krijgt voorgeschoteld door commerciële aanbieders. Ik doel natuurlijk op de kwalificatieduels van het Nederlands voetbalelftal, waarvan de NOS de uitzendrechten heeft verworven ten koste van SBS. Hoeveel belastinggeld de NOS heeft neergeteld voor die rechten is onbekend, maar waarschijnlijk gaat het om vele miljoenen.

Superlatieven tekort
Jan de Jong, algemeen directeur van de NOS, kon in een persbericht zijn geluk niet op. De aankoop was "geweldig voor de NOS en onmisbaar voor de publieke omroep." Zijn collega Maarten Nooter, hoofdredacteur NOS Sport, was al even lyrisch: "Dit is wat wij journalistiek gezien al heel lang wilden. Het Nederlands elftal is een absoluut A-merk. Daar wil je alles van weten, alles van zien." Een wonderlijk argument, want in hetzelfde bericht laat de NOS doorschemeren te azen op de rechten van de Eredivisie en de Champions League. Laten we eerlijk zijn: de eerste competitie wordt gedomineerd door B-merken en in de tweede competitie zijn na de winterstop, ook dit seizoen weer, alleen buitenlandse clubs te bekijken. Hoeveel minder zouden de topvoetballers bij die clubs trouwens verdienen als de Europese staatsoproepen eens ophielden om te proberen de uitzendrechten met publiek geld af te snoepen van de commerciële stations?

Behalve een obligate opmerking in het persbericht dat de publieke omroep nu weer "echt van en voor iedereen" is, blijft duister wat het televisiekijkend publiek opschiet met de aankoop. Voetbalfanaten kunnen het zich waarschijnlijk niet voorstellen, maar er zijn Nederlanders die niet op primetime willen kijken naar de verrichtingen van Oranje tegen Andorra of de Faeröer Eilanden. Het Nederlands elftal zou hun onverschillig laten, ware het niet dat zij er via de miljoenen van de NOS mede-eigenaar van zijn geworden. Of Nederlanders die wel hartstochtelijk van voetbal houden er miljoenen voor over hadden om commentaar van Frank Snoeks in plaats van Hans Kraay jr. te krijgen zullen we nooit weten.

Ten koste van wat?
Omdat ook de NOS elke euro maar één keer kan uitgeven, is de vraag welk soort programma's minder tijd en geld krijgen. We weten het antwoord eigenlijk al, want als er bezuinigingen dreigen, dreunen de omroepen in rap tempo het korte rijtje kunstzinnige en cultuur-historische programma's op die in de toekomst niet meer gemaakt zouden kunnen worden. De reactie luidt zelden: laten we maar eens niet bieden op die dure voetbalrechten, maar ons concentreren op programma's waar de commerciëlen geen brood in zien.

Terugverdienmodel
Het formele argument voor de vreemde prioriteiten van Hilversum is dat voetbal hoge reclame-inkomsten genereert en zich zo dubbel en dwars terugverdient. Voor een zogenaamd publieke oproep is dat een verdacht commerciële, maar niettemin maar vertrouwde manier van denken: hetzelfde argument werd jarenlang gebruikt om sommige presentatoren aanstootgevend hoge salarissen te betalen. Het doet denken aan de Sovjet-Unie, die de vrije markt had uitgebannen maar wel naar het Westen keek om vast te kunnen stellen wat de "correcte" prijzen waren.

Wie moeilijk doet over te veel sport en amusement op het publieke net, ziet natuurlijk over het hoofd dat die extra reclamegelden in tal van waardevolle programma's worden gestoken waarin de publieke omroepen excelleren - u kent ze wel, de programma's die ongeveer een uur nadat u naar bed bent gegaan beginnen. Er zou sprake zijn van een vruchtbare kruisbestuiving die ook in het belang is van de mensen die niet erg in sport op televisie geïnteresseerd zijn.

Als deze redenering opgaat, wordt opeens helder waarom de kwaliteit van de programmering op de BBC zo beroerd is. Niet alleen zendt de BBC verhoudingsgewijs weinig voetbal uit, het reclameverbod ontneemt de Britse omroep ook nog eens de broodnodige inkomsten die onze omroepen wel in staat stellen om prachtige documentaires en dramaseries te maken, die vervolgens in dvd-vorm wereldwijd gretig aftrek vinden.

Het ontbreekt veel politieke partijen aan durf om flinke kritiek te leveren op de programmering van Hilversum, want ze willen de bevolking niet een bepaalde smaak opdringen (lees: elitair overkomen) en al helemaal niet de indruk wekken dat de persvrijheid bij hen niet in goede handen is. Zolang deze vorm van politieke correctheid nog vaardig is over de Haagse geesten, zou het reclamevrij maken van de publieke omroep een welkome stap zijn in de strijd tegen de kijkcijferterreur. Jammer genoeg wordt, om de gevolgen van de bezuinigingen op te vangen, overwogen om juist meer zendtijd voor reclameboodschappen te reserveren. Het laat zich raden waar dat op uitdraait: nog meer sport en amusement, nog meer vervalste concurrentie om de kijker. Voor de cultuur- en geschiedenisminnende televisiekijker blijft er weinig anders over dan stilletjes hopen op een heel dikke portemonnee van Rupert Murdoch.

Mark van de Velde is medewerker bij de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau ten behoeve van het liberalisme en de VVD.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden