null Beeld

OmbudsmanEdwin Kreulen

Laat mensen elkaar in de krant niet herhaaldelijk beschuldigen

Twee keer wordt iemand opgevoerd als verfoeilijk voorbeeld van politieke correctheid. Wat moet de krant doen als een van de beschuldigingen aantoonbaar onjuist is?

De kwestie

Politiek correct denken maakt de mens dom, stelt filosoof en publicist Sebastien Valkenberg in een interview op 16 april. Als voorbeeld noemt hij een Indiase docente internationaal recht aan de Tilburgse universiteit die van een student in de evaluatie ‘te horen kreeg dat ze slecht Engels sprak’. In plaats van zelf een Engelse cursus te volgen zei ze dat ze zich gediscrimineerd voelde, stelt Valkenberg.

Een collega-docent neemt het voor deze docente op in een opiniestuk op 30 april. Ze is opgegroeid met de Engelse taal, zegt hij, ze heeft de studenten alleen erop gewezen dat het discriminerend is om vanwege haar accent te spreken over ‘slecht Engels’.

In een reactie hierop, op de opiniepagina van 7 mei, herhaalt Valkenberg zijn stelling. Hij voegt toe dat de docente ‘schermde met juridische stappen’ tegen de studenten. De stukken noemen niet de naam van de docente.

De standpunten

De docente mailt dat de krant foutieve informatie bevat. Zo had ze helemaal niet gedreigd met juridische stappen, maar alleen geschetst hoe de wetten over accentdiscriminatie zijn en hoe een rechter daarover zou oordelen.

De brief die ze aan de studenten stuurde werd via website GeenStijl openbaar, ook haar naam. Ze benoemt er wetgeving tegen accentdiscriminatie en concludeert: “Ik kan jullie verzekeren dat het heel moeilijk zou worden om welke rechtbank dan ook in Nederland ervan te overtuigen dat ik de Engelse taal niet goed beheers”.

Van dit soort passages en het noemen van de rechtbank gaat een behoorlijke dreiging uit voor de studenten, stelt Sebastien Valkenberg achteraf. “Ik heb bewust niet geschreven dat ze dreigde met juridische stappen, maar wel dat ze de rechtbank noemde, en er dus mee schermde.” Hij beaamt wel dat er niet letterlijk juridische ­acties in de brief genoemd worden.

De chef van de opinieredactie zag in het interview met Valkenberg, en de verdediging door de Tilburgse collega, een interessant debat. “Het is niet ­onze gewoonte een geïnterviewde ook nog een opiniestuk te laten schrijven. Of om de discussie over personen te ­laten gaan. Maar toen het opiniestuk van Valkenberg binnenkwam, had ik het idee dat het debat over de inhoud verder ging.” Ze had geen reden om te twijfelen aan de woorden van Valkenberg en wist niet dat de brief van de docente openbaar was. “Had ik hem destijds gelezen, dan had ik Valkenberg voorgesteld de passage over de juridische stappen te wijzigen. Want dit kun je op basis van de brief niet concluderen.” Achteraf had ze dit stuk beter niet kunnen plaatsen, concludeert de opiniechef. Ze noteert wel dat de docente er in haar brief aan de studenten stevig invliegt. In overleg met de adjunct-hoofdredacteur besluit ze dat dit geen redactionele correctie behoeft. “Dat zou alleen geweest zijn als wij van tevoren hadden kunnen weten dat dit niet klopte.” De correctie­rubriek is er voor onjuistheden van de redactie, voegt de adjunct toe. Hij kan zich nog best iets voorstellen bij de lezing dat het noemen van de rechtbank een hint is op stappen. De docente krijgt de vraag of ze in een brief voor de opiniepagina haar kant wil toelichten. Als ze hoort dat de kwestie op deze plek behandeld wordt, ziet ze daarvan af.

Oordeel

De naam van deze docente is snel op te zoeken. Daarom gaat het hier om ­beschuldigingen van een persoon die zich niet kan verdedigen. Dat zij in een ongebruikelijke mail aan de studenten sprak over discriminatie, is een feit. Dat dit neerkomt op verfoeilijk politiek correct denken, komt in het interview voor rekening van Valkenberg. Dat je er anders tegenaan kunt kijken, wordt weergegeven in het opiniestuk van de collega-docent.

De balans verdween toen Valkenberg plek kreeg om zijn beschuldigingen te herhalen, en bovendien een formulering toevoegde over juridische acties van de docente die feitelijk onjuist was. Dat laatste stuk had de krant ­inderdaad niet moeten halen. Nu dat wel gebeurde, had de redactie zelf duidelijk moeten maken dat zij een onjuistheid heeft laten passeren. Dat staat los van de vraag of de docente een brief van die strekking had ingezonden. Als een dergelijke redactionele uitleg niet past in de huidige correctierubriek, moet overwogen worden de formule van die rubriek aan te passen. Politiek correct of niet, daar mag iedereen van alles over roepen, de krant moet over per­sonen fair zijn en in de eerste plaats feitelijk correct.

Edwin Kreulen schrijft wekelijks een column als ombudsman van Trouw. Eerdere afleveringen vindt u hier. Wilt u hem een kwestie voorleggen? Mail dan naar ombudsman@trouw.nl.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden