ColumnNelleke Noordervliet

Laat docent niet alleen om de vrijheid te verdedigen

In een gemiddelde middelbare schoolklas heb je niet pakweg 25 leerlingen voor je neus, maar 25 verschillende gezinnen, families, culturen, opvoedingspatronen. Er zit verwaarlozing in de klas, ruzie, verdriet, scheiding, ziekte. En al die verschillende rugzakken worden gedragen door pubers met een onvolgroeid, maar zelfbewust brein die allemaal in de contramine zijn. Daardoorheen flitst de ontwakende seksualiteit. En met dat braaf ogende, maar totaal ontplofbare stel moet je ingewikkelde kwesties bespreken, waar ook rijpe en verstandige volwassenen bepaald niet uitkomen.

In een redelijk homogene cultuur is dat al moeilijk genoeg. In een cultuur waarin de groepen steeds verder van elkaar afdrijven als ijsschotsen in de poolzee is het vrijwel onmogelijk een ­abstract en toch begrensd begrip als vrijheid uit te leggen. Nu ja, je kunt heel goed uitleggen dat vrijheid grenzen heeft en zelfs dat de grenzen voor de een hier liggen en voor de ander daar. Je kunt het probleem van ‘vrijheid’ omschrijven. Je kunt vertellen welke conflicten dat oplevert.

Dat alles speelt zich af in de abstracte ­wereld van het definiëren. Het is taal. Het is filosofie. Het is retorica.

‘Geef eens een voorbeeld!’ ­Iedere journalist zal ernaar vragen. Een voorbeeld maakt een ­abstract begrip grijpbaar, invoelbaar, maar ook persoonlijk en dus misschien pijnlijk. Vanuit dat voorbeeld kan een leerling dan weer tot begrip van de abstractie komen en die abstractie in zijn denkwereld gebruiken. Hij hoeft geen afstand te doen van zijn ­eigen vrijheidsbegrip om te snappen dat een ander er een afwijkend begrip op na houdt en om hem dat toe te staan. Door redeneren en analyseren slijpen we de scherpe en impulsieve kantjes van onze emoties bij. Impuls­beheersing: ongeveer het moeilijkste wat we van pubers kunnen vragen.

In de lessituatie heb je dus de complexiteit van het probleem, de ingewikkelde weg van analyse naar emotie en terug, en het ­gebrek aan impulsbeheersing.

De kluwen laat zich moeilijk ontwarren in 50 minuten. Of zelfs in tien maal 50 minuten.

De docent is bezig een bom onschadelijk te maken

De docent maatschappijleer heeft misschien wel vijf klassen per week, 125 leerlingen dus, en dan ook nog zijn eigen rugzak met problemen. Die ene docent staat in een gezagsrelatie tot die 25/125. Het machtsevenwicht is precair. Een permanente toestand van misverstand dreigt. Om de beeldspraak met ontplofbaarheid voort te zetten: de docent is bezig een bom onschadelijk te maken. Eén fout en: plof!

Door de moord op leraar ­Samuel Paty (en de daaropvolgende aanslagen in Frankrijk) worden we opnieuw geconfronteerd met de opdracht en de positie van de docent. Het gaat over het algemeen goed in een sneeuwwitte gymnasiumklas, maar in een minder homogene school waar de binding met de ouders van veel leerlingen moeizaam is, wordt de simpele lesopdracht om de vrijheid van ­meningsuiting en andere vrijheden van onze grondwet in het ­kader van burgerschapsvorming te behandelen een heel andere taak.

Samuel Paty gaf leerlingen die er mogelijk moeite mee zouden hebben dat er plaatjes van de profeet werden getoond, de vrijheid het lokaal te verlaten. Hij nam de vrijheid het onderwerp te behandelen en gaf de vrijheid daarvan uitgezonderd te blijven, waarmee de grenzen van elkaars vrijheidsbegrip intact bleven zonder tot een conflict te leiden. Dat is bewonderenswaardig fijngevoelig.

Sommige leerlingen maakten van het recht om niet beledigd te worden gebruik en verlieten het lokaal. Probleem beheerst. Maar toen kwam dat hele veld dat een leerling met zich meedraagt in beweging: ouders, geloofsgenoten, verborgen terroristen in een escalatie van onbegrip en geweld.

De docent alleen is niet in staat die hele umwelt van elke leerling te bereiken. Hij is niet ­alleen verantwoordelijk. Dat is een te zware taak. De hele ­gemeenschap moet dat doen. Door de moed en de fijngevoeligheid van Paty over te nemen, de grondwettelijke vrijheden te verdedigen en in praktijk te brengen en organisaties die een andere wet hoger achten dan de grondwet van onze rechtsstaat, te verbieden en te weren.

Nelleke Noordervliet (Rotterdam, 1945) schreef meerdere romans, novelles en theaterstukken. In 2018 won ze de Constantijn Huygens-prijs voor haar gehele oeuvre. In haar column in Trouw bespiegelt ze tweewekelijks op de actualiteit. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden