Column Hans Goslinga

Koester de vrijheid van onderwijs, zij is de ziel van deze natie

Aan het begin van de vorige eeuw liepen liberalen en socialisten te hoop tegen een voorstel van het kabinet-Kuyper om de protestantse Vrije Universiteit (VU) dezelfde status te geven als de openbare universiteiten. Motief: vrees voor de invloed van religie in het publieke domein en verdeeldheid in de natie.

Herhaling van zetten is aan de Nederlandse politiek niet vreemd. Dat geldt zeker voor kwesties rond de vrijheid van onderwijs. Met dezelfde ijver waarmee de fractieleiders Dijkhoff (VVD) en Asscher (PvdA) deze vrijheid nu willen beperken voor islamitische scholen, poogden hun voorvaders protestantse en katholieke scholen in hun ontwikkeling te beknotten. In het debat over het voorstel-Kuyper in 1904 voorspelden de liberaal Goeman Borgesius en de socialist Troelstra allerlei onheil voor de natie.

Ze toonden zich beducht voor tweespalt en uitten hun twijfel over de verenigbaarheid van wetenschap en godsdienst. Volgens Troelstra was Kuyper eropuit van de VU een ‘isoleerinrichting voor zwakke geesten’ te maken, Borgesius was bang dat de gereformeerde leidsman de jeugd zou opstoken tegen de openbare universiteiten als ‘propagandascholen voor ongeloof’. Ook toen al leefde de vrees voor ‘parallelle samenlevingen’.

Achteroom Adriaan

Het is ironisch dat zeventig jaar later de liberale senator Haya van Someren-Downer in haar strijd tegen de middenschool van minister Van Kemenade (PvdA) een historicus van de VU opvoerde, mijn achteroom Adriaan, als voorbeeld van een wetenschapsman die het tot zijn eer rekende een zaak van alle kanten te belichten. Zo had hij Van Someren-Downer en haar medestudenten niet alleen verteld over de heldendaden van de watergeuzen, maar ook over hun gruwelijke moord op negentien katholieke priesters in Gorinchem.

Nog een ironie: de liberalen moesten niets hebben van de middenschool, voortgezet onderwijs voor alle kinderen van twaalf tot vijftien jaar, omdat zij vreesden dat Van Kemenade de politiek het klaslokaal wilde binnenvoeren. Hij zou de kinderen met een ‘rood injectiespuitje’ willen indoctrineren. Van de middenschool is niets terechtgekomen, het voorstel-Kuyper haalde het wel en vormde de laatste opstap naar volledige gelijkberechtiging van het bijzonder onderwijs in 1917.

De (liberale) historicus Huizinga oordeelde, in 1938 terugblikkend, dat Kuyper een beslissende bres had geslagen in de opvatting dat het onderwijs, met name het hoger onderwijs, tot het domein van de staat behoorde. Hij verbaasde zich erover dat de liberalen zich dit erfstuk uit de tijd van Napoleon hadden eigen gemaakt, hoewel het in de grond niet strookte met het vrijheidsbegrip.

Huizinga zei hiermee eigenlijk dat calvinisten als Kuyper liberaler waren dan de liberalen zelf. De historicus George Harinck schreef mij onlangs dat Kuyper het zelf ook zo zag. Hij noemde zijn richting zelfs ‘christelijk liberaal’. De anti-revolutionairen durfden een vrijheid aan die liberalen niet aandurfden, zoals het toestaan van een dwaalleer of het verschaffen van gelijke rechten aan radicalen. Gewetens- en religievrijheid waren plecht­ankers in zijn visie.

Kostbaar pand van geestelijke vrijheid

Huizinga beklemtoonde in 1938 de fundamentele betekenis van de gelijkberechtiging van het christelijk onderwijs. Hij zag daarin ‘de erkenning van een vrijheidsbeginsel tegen de almacht van de staat in’. Die waarde, als ‘kostbaar pand van geestelijke vrijheid’, bleek des te scherper, schreef hij, nu zich aan de andere kant van de grens ‘een nieuwe gezagsstaat, veel uitdrukkelijker en aanmatigender dan ooit tevoren, het monopolie van nationale opvoeding toekende’.

Des te opmerkelijker zijn de onverminderde pogingen van liberalen en socialisten steeds weer aan dit fundament onder onze pluriforme democratie te wrikken. Naarmate hun macht toeneemt, groeit de verleiding de staat voor hun eigen karretje te spannen. Een niet geleerde les? De pacificatie van 1917 (en 1919) maakte van Nederland nu juist een volwaardige democratie met kiesrecht voor iedereen en de erkenning van het bestaansrecht van allerlei minderheden. Zij legde de basis voor ons coalitiemodel, dat zo gunstig afsteekt tegen de verlamming en verruwing in de twee-partijenstelsels – in het Britse Lagerhuis moest de speaker de leden deze week oproepen elkaar als tegenstander te behandelen en niet als vijand.

Maar dat niet alleen. De verscheidenheid, die tot uiting kwam in de vaak verguisde verzuiling, betekende ook een bres in het centralisme in het overheidsbestuur, waardoor er ruimte ontstond voor initiatieven van burgers. Het besef daarvan zie je in onze dagen terugkeren, nu de overheid dreigt te bezwijken onder haar bureaucratie en de markt niet in staat blijkt ieder zijn deel en plaats te geven. Moraal: koester de vrijheid van onderwijs, zij is de ziel van deze natie.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden