Een deelnemer aan de klimaatmars in maart dit jaar in Amsterdam.

Essay Klimaatmoralisme

Klimaatmoralisten: de enge, zichzelf op de borst kloppende redders van de aarde

Een deelnemer aan de klimaatmars in maart dit jaar in Amsterdam. Beeld ANP

Je milieuvriendelijk gedragen: prima, vindt René ten Bos. Maar die ‘neem een voorbeeld aan mij’-houding is onverdraaglijk klimaatmoralisme. 

Laat het goede zien. Dit oude Griekse ideaal is als gevolg van de klimaatdiscussie weer uit de mottenballen gehaald, ook al is men zich daar vaak niet van bewust. Men maakt zich grote zorgen, wil verantwoordelijkheid nemen en maakt vervolgens morele keuzes. Wat wil dat zeggen? Je stopt met vleeseten, je vliegt niet meer, je gebruikt geen plastic meer, je gaat elektrisch rijden of je legt zonnepanelen op het dak. En als het met al deze goede dingen niet helemaal lukt, dan betaal je bij de garage of op de luchtvaarthaven wat extra centen voor de aanplant van een boom.

Begrijp me niet verkeerd: ik heb niets tegen dit soort goedheid. Problematisch wordt het als die goedheid zo opzichtig wordt dat men meent anderen te moeten gaan vertellen dat ze eigenlijk precies hetzelfde moeten doen om de wereld te redden. Want het gaat om niets meer en niets minder: het redden van de wereld.

Aan mij zal het niet liggen

Twee veronderstellingen spelen bij dit mooie project een rol: 1) Als de wereld ten onder gaat, ligt het in ieder geval niet aan mij; 2) Omdat het niet aan mij ligt, mag ik dat laten zien en mag ik ook anderen aanspreken op hun gedrag. In onze duistere ecologische tijd worden morele beslissingen uit de sfeer van het persoonlijke gehaald en publiek zichtbaar gemaakt. Overal zie je de sporen van een nieuw soort aanspreekcultuur: ik doe het goed, waarom jij niet?

De Grieken hadden daar een woord voor: kalo­kagathia. Het ideaal voor de mens kan er alleen maar in bestaan dat hij schoon (kalos) en goed (agathos) is. Wat goed is, moet getoond worden, omdat het mooi is. En het mooie is het goede. Dergelijke opvattingen waren in het oude Griekenland bij bijvoorbeeld de beoefening van sporten, maar ook in de politiek van groot belang. Een leider moet niet alleen goed zijn, hij moet die goedheid ook uitstralen. Dat kan als hij mooie taal spreekt. Retoriek was in de Oudheid van eminent belang. In feite moesten leiders dichters zijn. Denk niet dat dit mijlenver van ons af staat. We raken nog steeds ontroerd als in Den Haag iemand per ongeluk een mooie redevoering houdt. De combinatie van ethiek en esthetiek geeft zelfs onbeduidende politici iets van glorie.

Dat oude ideaal van het schone en het goede verdween tijdens de christelijke Middeleeuwen. Moraliteit werd veel meer een intieme kwestie, iets waar jij in je relatie tot God iets mee moest. Moraliteit werd ook minder gewaardeerd dan godsgeloof. Het religieuze gaat voor de vrome mens altijd boven het esthetische en het ethische. Met de kalokagathia hadden de christenen niet zo veel op. Overigens heeft hen dit niet belet overal de prachtigste kerken te bouwen. Helemaal blind voor de glorieachtige aspecten van de macht waren ze ook weer niet. Maar moraal was vooral een kwestie van innerlijkheid.

René ten Bos (1959) is hoogleraar filosofie in Nijmegen en oud-Den­ker des Vaderlands.

Pas in de achttiende eeuw, ten tijde van de Romantiek, kwam het oude ideaal van de kalokagathia weer volop in de belangstelling te staan. Denkers als Earl of Shaftesbury of Friedrich Schiller herstelden de schone ziel (the beautiful soul, die schöne Seele) in ere.

Dictatuur van de rede

Vooral Schiller had met zijn brievenboek ‘Über die ästhetische Erziehung des Menschen’ (1795) een grote invloed. De mens, zo betoogde de grote Duitse schrijver, moet esthetisch worden opgevoed. Het is de moeite waard om hier een paar van zijn kerngedachten te noemen: vrijheid is het hoogste morele ideaal en alleen door schoonheid kan de mens tot vrijheid komen; verstand alleen voldoet niet om moraliteit mogelijk te maken (gevoel of meer in het algemeen het ‘zinnelijke’ is dus ook nodig). Schiller waarschuwt ook: denk niet dat je uit naam van alles wat verstandig is zoiets als een morele cultuur kunt opleggen. Hij waarschuwt expliciet voor een ‘dictatuur van de rede’. Als transformatie ten koste van mensen gaat en geen oog heeft voor hun gevoelens of belangen, haken ze af.

Niettemin, over één ding was Schiller klip-en-klaar: zijn tijdgenoten zouden hun ‘karakter’ moeten ‘veredelen’. Volgens hem navigeren mensen ergens tussen barbaarsheid en wildheid in. Een barbaar is iemand die zijn principes hooghoudt ten koste van zijn gevoelens, en de wilde handelt slechts op basis van gevoelens en heeft verder geen principes. Een ander type mens, dat niet verleid wordt door beide extremen, moet er komen.

Tegenwoordig horen we niet zo vaak meer over ‘karakterveredeling’, maar ik twijfel er niet aan dat veel mensen ook vandaag de dag gedachten over een persoonlijke en ook collectieve transformatie in de richting van het schone en het goede niet verkeerd vinden. Ze spelen in de zo populaire levenskunstfilosofie of in wat men mindfulness noemt een belangrijke rol, maar zeker ook in de discussie over het klimaat. Een paar simpele voorbeelden: Een goed klimaat begint bij jezelf! Je moet zelf het goede voorbeeld geven! Als ik het niet doe, wie dan wel? Duurzaamheid is niet alleen mooi, maar ook sexy!

Zelfs een oliemaatschappij als Shell wil de automobilist veranderen met een nogal weerzinwekkende campagne over CO2-reductie: bij iedere tankbeurt betaalt hij of zij een extra cent voor de aanplant van een boom. Dat de mens, in woorden van de Duitse filosoof Odo Marquard, een homo compensator is, hebben ze in de fossiele industrie goed begrepen. We kunnen vasthouden aan bepaalde zonden als we er maar iets tegenoverstellen. Klimaat wordt aldus een kwestie van geleidelijke karakterveredeling: wat meer matiging, een soberder levensstijl en het besef dat duurzaam leven niet vervelend maar mooi is. Je komt van alles tegen in de potpourri van de schone ziel. Alles in de wereld zal beter worden als men net als ik streeft naar een gebalanceerde huishouding van gevoel en verstand.

Minder vlees eten voor het klimaat. Borden tijdens een Klimaatparade in 2015 in Amsterdam. Beeld ANP

Minachting voor de anderen

Wie Schiller er nog eens op naslaat, wordt natuurlijk ook meteen achterdochtig. In de vijfde brief van zijn boek komt een duistere kant naar voren. Daar moppert hij – in fantastisch mooie taal, dat wel – op zijn tijdgenoten. De rijken worden ervan beticht dat ze slechts in hun eigendommen zijn geïnteresseerd en de lagere klassen krijgen ervan langs omdat ze, inderdaad als wilden, louter hun impulsen gehoorzamen. De verdenking dat Schillers schone ziel gebaseerd is op een diepe minachting voor anderen, valt niet zomaar onder het tapijt te schuiven. Kortom, er zit misschien een duistere kant aan dat streven naar schoonheid, balans en een goed geweten.

In de Duitse filosofie sprak men daarom al snel over het ‘probleem van de schone ziel’. Voor Georg Hegel, een oudere tijdgenoot van Schiller, was de schone ziel iemand die zich onschuldig aan alle ellende in de wereld waant en tegelijkertijd niets doet om veranderingen te bewerkstelligen. Zo iemand leeft buiten de werkelijkheid en uitsluitend in een eigen universum. De schone ziel blijkt bij Hegel onuitstaanbaar narcistisch te zijn.

Hoe zou zo’n narcist er vandaag de dag uitzien? Je kunt aan iemand denken die zichzelf op de borst klopt omdat hij bijvoorbeeld niet vliegt, terwijl hij dondersgoed weet dat er de komende decennia meer en meer gevlogen gaat worden. Je kunt ook denken aan alle veganisten en vegetariërs die wel mobieltjes hebben, avocado eten (heel slecht voor het milieu!) en andere ecologische rottigheid uithalen.

Natuurlijk denken al deze mensen dat als anderen hun voorbeeld volgen dat het dan vanzelf goedkomt en er een soort ecologische utopie aanbreekt. Anderen volgen hun voorbeeld niet, iets wat voor hen onbegrijpelijk is. Ze geloven echt dat, als we onze verantwoordelijkheid nemen en stoppen met vliegen, dat de wereld daarvan opknapt.

Onze wereld knapt er niet van op. Dat liet in deze krant Esther Bijlo ook zien in haar column van 25 oktober. Volgens haar moeten we de mensen niet wijsmaken dat alles wat ze doen om het milieu te redden genoeg zal zijn. Precies dat is de illusie van de schone ziel. Met verantwoordelijkheid zit het als met de beruchte zandhoopparadox. Een korreltje zand maakt geen zandhoop, twee korreltjes zand ook niet… maar na n korreltjes gaan we toch spreken van een hoop. Als ik mijn verantwoordelijkheid neem en jij doe het en jij ook, dan zullen we vroeg of laat met zijn allen het probleem van het klimaat hebben opgelost. Daarom ook die nadruk op het openlijke van alle morele beslissingen: je moet een voorbeeld geven en laten zien dat je je verantwoordelijkheid neemt.

Jezelf op de borst kloppen

Afgezien van de neoliberale illusie dat alles in het leven neerkomt op het nemen van je eigen verantwoordelijkheid – iets wat een volstrekt arrogante gedachte is in onze complexe tijden – knapt iets in de optellogica van deze moraliteit. Stel je voor dat we allemaal onze verantwoordelijkheid hebben genomen, maar de beloofde opknapbeurt van het klimaat komt er toch niet… Wat kun je dan nog? Dan kun je je op de borst kloppen en in ieder geval zeggen dat het niet aan jou heeft gelegen.

Het onderliggende probleem van de schone ziel is dat men ervan uitgaat dat leven zonder conflicten mogelijk is, natuurlijk wel op voorwaarde dat iedereen zo leeft als jij. Die illusie van continuïteit – als iedereen zo denkt als ik, komt het vanzelf goed – is een van de grote problemen in het klimaatdebat. Ze vervangt politiek door moraal. Ze leidt niet tot wat Schiller de dictatuur van het verstand noemde.

Ik noem het de dictatuur van de moraal. In die dictatuur is de gedachte dat je conflicten moet zoeken en daarmee je eigen geweten dient te bezoedelen, verboden. Anders gezegd, wie denkt dat er veranderingen komen zonder zichzelf te bezoedelen, begrijpt niet hoe diepgeworteld onze problemen zijn. We hebben de moraal niet om die problemen op te lossen. Stop die moraal in een klein doosje, koester dat doosje zorgvuldig en durf het aan om politieke strijd te voeren als je iets dwarszit. 

Lees ook:

Ik kan nog bezuinigen op de kaas, zie ik

Predikant Sam Janse ontdekte het groene geloof.  De auto weg, koud douchen en vlees van tafel, maar nóg was zijn ecologische voetafdruk te groot. “Ik kan nog minderen met kaas.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden