null

OpinieLandbouw en landschap

Kleinschalige landbouw kan duurzaam en zonder subsidies

Beeld Trouw

Beproef oude waarden, betoogt Gert Jan Jansen. Dat leidt tot biodiverse landschappen, tot rendement voor kleine boeren en tot burgerparticipatie.

Kleinschalige lokaal gerichte landbouw wordt overal in Nederland toegepast. De landschappelijke waarde is voor iedereen duidelijk zichtbaar. Helaas legt deze vorm van landbouw het in het huidige bestel af tegen de grootschalige ‘kale’ landbouw en komt ze zelden tot voldoende rendement.

Door te verbreden met andere activiteiten, zoals recreatie, horeca en een boerderijwinkel, kunnen kleine boeren slagen, zoals Hof van Twello, het landgoed waar mijn vrouw en ik een ecologisch bedrijf hadden opgezet, liet zien. Maar die weg is maar voor een beperkt aantal ondernemers mogelijk. Ook deze ‘verbrede landbouw’ vindt zijn grenzen in dezelfde markt. Een prijsverhoging voor agrarische producten, zoals wel wordt voorgesteld, biedt geen soelaas want die verandert de concurrentieverhouding tussen grootschalige en kleine boeren niet wezenlijk.

Haag werd prikkeldraad

De ontwikkeling tot grootschalige landbouw ging gepaard met het verlies van oorspronkelijke landschapselementen. Solitaire bomen, hagen, houtwallen, singels en kleine bosschages verdwenen omdat ze geen functie meer hadden voor de boer of het landbouwsysteem. Hagen werden prikkeldraad, schaduw vond de koe in de stal, geriefhout was niet meer nodig op de gespecialiseerde bedrijven, laat staan dat je groenten of medicinale gewassen oogst uit het landschap: daar heb je apothekers en supermarkten voor. En toch ligt hierin een deel van de sleutel tot kleinschalige alternatieven. Op het voormalige Hof van Twello deed ik belangrijke ervaringen op.

Begin met het ontwikkelen van landschapselementen die in de huidige markt renderend zijn door ze rationeel op te bouwen uit oogstbare gewassen. Op die manier kunnen ze voorzien in additioneel inkomen voor de grondbezitter. Denk aan een houtwal met opgaande gewassen als hazelnoot, kornoelje, vlier, kweepeer en sleedoorn en velden makkelijk oogstbare onderbegroeiing van witte dovenetel, hondsdraf, bosandoorn en kaasjeskruid. Dat zijn stuk voor stuk gewassen die kunnen worden verwerkt tot soepen, salades, thee, pesto en muesli. Bosschages zijn op te bouwen met een onderbegroeiing van daslook, kraailook of allerlei bessen. Een driedelig rapport, opgesteld met Laurette van Slobbe en Gerbe Ouwehand, kreeg de titel Biodiversiteit moet je vermarkten!.

Ondanks aanvankelijke interesse werd dit rapport door het ministerie van landbouw niet opgepakt. Daarbij speelde een rol dat met deze landschapsontwikkeling een markt ontwikkeld moet worden voor de toegepaste gewassen en hun verwerkte producten. Tien jaar later mag ik concluderen dat de benadering op Hof van Twello wél werkt en verder ontwikkeld moet worden. Dat doen we nu onder andere in het project ‘Lekker Landschap’ in het Kromme Rijngebied.

Terug naar de meente

De kosten voor deze landschapsontwikkeling kunnen voor de grondbezitter beperkt worden en het rendement op de grond verhoogd door middel van burgerparticipatie. In de oudste vorm van georganiseerd landschapsbeheer waren dat de ‘meentes’ of ‘commons’: de gemeenschappelijk gebruikte gronden. Bewoners mochten die gronden benutten voor beweiding, bouw- en brandhout, teelt van gewassen, vis en wild in ruil voor het onderhoud daarvan.

Dat model pasten we vanaf 2009 in aangepaste vorm toe in de moestuin- en landschapsmeentes op Hof van Twello. De systemen bleken verrassend stabiel en konden zelfs een verandering van eigendom en directiewisseling moeiteloos overleven. Net zoals die oude meentes van de 13de tot diep in de 19de eeuw revoltes en de pest het hoofd boden. Simpelweg omdat het win-win was: voor de grondeigenaar die minder onderhoud en extra inkomsten had, voor de gebruikers ten behoeve van hun primaire levensonderhoud.

Voor de nieuwe meentes komen daar de vervulling van moderne behoeftes bij zoals natuurbeleving, gezond eigen voedsel, educatie en – voor sommigen – de verlaging van de kosten voor levensonderhoud door de gratis grond en de verkoop van hun producten aan de streekwinkel.

Lees ook:

Koeien én een kinderopvang: de Nederlandse boer klust vaker bij

Boeren geloven niet langer in een bedrijfsvoering die zich uitsluitend richt op landbouw. Zij zien meer toekomst voor hun inkomen als ze er naast hun varkens of koeien dingen bij gaan doen, blijkt uit onderzoek.

Britten kiezen voor een duurzaam landbouwbeleid

Engelse boeren worden de komende jaren flink gekort op hun subsidies.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden