ColumnRob Schouten

Kleiner leven, is dat erg?

De wereld is een stuk kleiner geworden, en dat terwijl we er juist met opeens veel meer armslag doorheen moeten. Ik merk dat ik opnieuw moet leren laveren, langs nieuwe gevoeligheden, nieuwe afrekeningen, nieuwe persoonlijkheidstestjes. Zo mag ik wel met mijn buurvrouw door het park wandelen maar ook echt op anderhalve meter afstand en zit niet steeds zo aan je gezicht. Maar ik heb handschoenen aan! Haha, dacht je dat het virus daar niet aan blijft kleven, volgens Marc-Marie Huijbregts moeten we ons gedragen alsóf we het virus hebben. Weer een andere vriend vertelt me dat zijn kinderen niet langer over de vloer komen, wat ik in m’n hart overdreven vind maar ik waag het momenteel niet om mensen tegen te spreken want het is een kwestie van leven of dood. Nog weer een andere vriend trekt zich er weinig van aan en blijft gewoon net als vroeger zijn taxidiensten rijden, vind ik ook best. Hans belt een stuk vaker dan voorheen: laten we ons telefonisch door de crisis helpen!

Ikzelf neig tot stoïcijns gedrag, komt misschien omdat er voor mij zo weinig verandert: schrijven doe je thuis en als ik er genoeg van heb speel ik piano of verdiep me in een van mijn talloze hobby’s (treintjes, genealogie, munten), soms voel ik me bijna schuldig dat ik er zo weinig van merk, een half soort landverrader. En oh ja, het een na het andere mailtje sleept me er aan mijn haren bij, met de pandemische mantra ‘Het coronovirus treft ons allemaal’; allemaal houden ze rekening met, hebben ze het beste voor, doen ze tijdelijk zus.

Een gedicht vol minimalistische wensen

Het is een kleiner leven geworden, met in plaats van weidse horizonten kleine leefruimtes. Is het erg? Ik lees een gedicht van Drummond de Andrade, vol minimalistische wensen, ik heb deze column ernaar genoemd, ‘Kleiner leven’: ‘De vlucht voor het werkelijke, / nog verder de vlucht voor het feeërieke,/ het verst van alles de vlucht voor zichzelf,/ de vlucht voor de vlucht, de verbanning/ zonder water of woord, het vrijwillige/ verlies van liefde en herinnering,/ de echo,/ die niet langer overeenstemt met de roep, de roep die teloorgaat,/ de hand die reusachtig groot wordt en verdwijnt,/ misvormd, alle/ gebaren ten slotte onmogelijk,/ zo niet nutteloos,/ de overbodigheid van zang, de zuiverheid/ van huidskleur, geen arm die beweegt noch nagel die groeit./ Niet de dood, nochtans./ Maar het leven: betrapt in zijn onherleidbare vorm, /zonder opsmuk of melodisch commentaar,/ leven waarnaar wij verlangen als vrede in kommer/ (niet de dood),/ minimaal leven, ­essentieel; een begin; een slaap;/ minder dan aarde, zonder warmte, zonder wetenschap noch ironie;/ het minst wrede dat men zich kan wensen: leven/ waarin de lucht, niet geademd, maar mij omgeeft;/ geen/ verspilling van weefsels; afwezigheid ervan;/ verwarring van morgen en middag; voortaan zonder pijn,/ want de tijd bestaat niet meer uit perioden; de tijd/ geëlimineerd, getemd./ Niet het dode noch het eeuwige of het goddelijke,/ slechts het levende, het uiterst kleine, stille, onaandoenlijke/ en eenzaam levende./ Dat is wat ik zoek.’

Nogmaals, is het erg? Nee, het is niet erg.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden