Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Kleine misverstanden nemen met integratie niet af, maar worden juist gevaarlijker

Opinie

Ger Groot

Ger Groot © Trouw
Column

Een ‘korstjesgate’ werd het nog net niet, maar enige ophef was er deze week wel over de broodkorsten die de zestienjarige dochter van mijn collega-columnist Wim Boevink niet wilde opeten. 

Hij schreef er afgelopen donderdag over, nadat een tweet over hetzelfde onderwerp door ‘meer dan vijfenzeventigduizend mensen’ was bekeken. Herkenning leek in de reacties de boventoon te voeren. ‘Wat is er mis met de korsten van het Nederlandse brood, dat halve generaties zich schuldig voelen aan het niet-eten ervan?’ vroeg Boevink zich af.

Lees verder na de advertentie

Je kunt daar persoonlijke herinneringen tegenover zetten. Zo werd er aan de ontbijttafel van mijn jeugd juist gevochten om het ‘kapje’, dat je een soort korst in de overtreffende trap zou kunnen noemen. Je kunt er ook wat cultuurrelativisme op loslaten. Zoals dat bij de Engelse sandwich de korsten al bij voorbaat worden afgesneden. Daar staat de Franse baguette tegenover, die dankzij haar slanke formaat vrijwel uitsluitend uit korst bestaat.

Een tussenvorm ontdekte ik aan de eettafel van mijn Spaanse schoonfamilie. De Madrileense ‘pistola’ zou je nog net tot de familie der stokbroden kunnen rekenen, maar dan wel als het obese neefje daarin. Taps toelopend maar lekker dik in het midden, biedt ze ruimschoots plaats voor het kruim dat haar Franse nichtje ontbeert. Maar tegelijk houdt ze zich ver van het Hollandse exces waarbij de korst een spijtige onontkoombaarheid lijkt, uitsluitend bedoeld om het sponzige binnenwerk te omhullen.

In oude kookboeken las ik dat het kruim vroeger goede diensten bewees bij het indikken van sauzen en de bereiding van een on­aan­trek­ke­lijk klinkende ‘broodsoep’

Cultuurrelativistisch werd het voor mij pas toen de schoonfamilie bij mijn eerste diner als één man het kruim bleek weg te slopen uit de grof afgesneden stukken. Precies omgekeerd als aan de ontbijttafel van de Boevinkjes gold alleen de korst als consumptiewaardig. Het kruim bleef als een overschot op het tafellaken liggen, hoogstens goed voor het verstrooid draaien van broodballetjes tijdens de familiekout. Na afloop van de maaltijd werd het roemloos afgeruimd naar de keuken.

Echo's

In oude kookboeken las ik dat het kruim vroeger goede diensten bewees bij het indikken van sauzen en de bereiding van een onaantrekkelijk klinkende ‘broodsoep’. Het waren echo’s uit voorbije tijden in een inmiddels tot redelijke welstand opgeklommen land.

Veel zouden deze cultuurrelativistische broodrituelen niet om het lijf hebben, als ze op kleine schaal niet zouden illustreren wat de Duitse socioloog Aladin El-Mafaalani op veel grotere schaal constateerde. Naarmate nieuwkomers in een land beter zijn opgeleid en geïntegreerd nemen de spanningen tussen hen en de autochtonen niet af maar toe, zo schreef hij in zijn boek ‘Das Integrationsparadox’. ‘Door gelukte integratie wordt er ook meer geklaagd over discriminatie,’ verklaarde hij in een interview met Juurd Eijsvoogel, Duitslandcorrespondent van NRC-Handelsblad. ‘Dat klinkt paradoxaal, maar wie goed geïntegreerd is heeft hogere verwachtingen en wil ook echt kunnen meedoen. Naarmate de verschillen kleiner worden, komt het eerder tot conflicten.’

Uiteindelijk heb ik mij erbij leren neerleggen het allerlaatste kloofje tot volledige inburgering nooit te zullen overbruggen

Zo hoog is het aan de eettafel van mijn Spaanse schoonfamilie nooit opgelopen. Maar precies zoals El-Mafaalani beschrijft, nemen kleine misverstanden met het groeien van de vertrouwdheid en integratie niet af maar worden ze juist gevaarlijker. Het beste zie je dat in de taal. Zoals ik een paar jaar geleden in deze krant al beschreef, heb ik het Spaans de loop der jaren vrijwel foutloos leren beheersen. Maar juist dat ‘vrijwel’ is de adder onder het gras. Sla je een keer op pijnlijke wijze de plank mis, dan wijt niemand dat meer aan een laatste restje van tekortschietende taalbeheersing. Ieder neemt ten volle serieus wat je zegt en dan zijn de poppen aan het dansen.

Hardnekkige onwennigheid

Als ooit een miniem verschil grote gevolgen had, dan wel hier. Uiteindelijk heb ik mij erbij leren neerleggen het allerlaatste kloofje tot volledige inburgering nooit te zullen overbruggen. Wat El-Mafaalani beschrijft is vele malen ernstiger en brengt een hele samenleving in beroering. Uit wrange ironie: juist het succes brengt wrijving voort over een ‘gelijkheid’ die – zelfs wanneer ze voltooid lijkt te zijn – toch niet ten volle mag meepraten. Niet uit onvermogen maar uit hardnekkige onwennigheid.

Mijn schoonfamilie heb ik nooit van de smakelijkheid van broodkruim proberen te overtuigen. Hoogstens val ik af en toe uit de toon wanneer ik per ongeluk mijn héle stuk ‘pistola’ verorber. Ach ja, zie ik ze dan denken: die komt uit een land waar zelfs zestienjarigen nog de broodkorst versmaden.'

Ger Groot doceerde filosofie aan de universiteiten van Rotterdam en Nijmegen. Voor Trouw bekijkt hij de actualiteit door een filosofische bril.

Deel dit artikel

In oude kookboeken las ik dat het kruim vroeger goede diensten bewees bij het indikken van sauzen en de bereiding van een on­aan­trek­ke­lijk klinkende ‘broodsoep’

Uiteindelijk heb ik mij erbij leren neerleggen het allerlaatste kloofje tot volledige inburgering nooit te zullen overbruggen