Opinie Ja/Nee-vraag

Kinderen van IS’ers ophalen uit Noord-Syrië? Ja/nee

Tientallen jonge kinderen van Syrië-gangers zitten samen met hun moeders vast in kampen onder schrijnende omstandigheden. De meningen zijn verdeeld of Nederland hen moet ophalen of niet.

JA, dit drama van onschuldige kinderen is niet afgedaan

In hoger beroep deed het gerechtshof vorige week uitspraak: De staat hoeft Nederlandse kinderen van IS-vrouwen toch niet op te halen uit kampen in Noord-Syrië. De regering, VVD en CDA voorop, kon opgelucht ademhalen. Hoofdpijndossier van tafel, zaak gesloten.

Juridisch en politiek zal het kloppen, maar bezien vanuit de vraag wat het betekent mens te zijn is, kán deze zaak niet gesloten worden.

Van meet af aan was duidelijk dat het kabinet de vingers niet wilde branden aan deze netelige kwestie. Het zou te gevaarlijk zijn om de kinderen op tehalen. Journalist Marcel van der Steen trok echter zonder grote problemen naar de kampen in Noord-Syrië waar de kinderen met hun moeders vastzitten en deed begin oktober verslag van hun situatie. Een Amerikaanse functionaris verklaarde onomwonden dat Nederland op hulp kan rekenen bij het repatriëren van de kinderen. Inmiddels is de situatie veranderd, maar de minister van buitenlandse zaken van de Koerden zei ­onlangs nog dat het zeer wel mogelijk is de kinderen op te halen.

Uiteraard begrijp ik dat er risico’s verbonden zijn aan zo’n operatie. Daarbij besef ik dat ik die risico’s niet allemaal in beeld heb, laat staan dat ik ze stuk voor stuk op waarde zou kunnen schatten. Het lijkt me echter duidelijk dat deze onzekerheid net zo goed aan de andere kant ligt: wie kan inschatten hoe groot de risico’s zijn van het aan hun lot overlaten van deze kinderen?

Op dit moment vormen ze nog geen gevaar, maar hoe zal dat gaan wanneer ze temidden van misère opgroeien met het toenemende besef van ongewenst en veracht te zijn? De Koerdische ­minister laat er geen misverstand over bestaan: ‘Op deze manier wordt er een nieuwe generatie terroristen ­gekweekt’.

Het argument van het potentiële ­gevaar van deze kinderen voor de ­Nederlandse samenleving werkt dan ook als een boemerang. Want stel dat dit gevaar reëel is, wat betekent het niets doen van Nederland dan voor het land aan wie we deze kinderen overlaten? Wie denkt bovendien dat deze ­potentieel gevaarlijke kinderen – ­eenmaal opgegroeid tot jonge mensen vol haat – niet in staat zullen zijn een weg te vinden naar het land dat hen liet barsten?

Wat me bij dit drama ook erg dwarszit, is dat een partij die zich christelijk durft te noemen geen enkele consideratie heeft met deze onschuldige kinderen. In de adventtijd, waarin uitgekeken wordt naar de komst van dat ongewenste kind van weleer, is dit extra pijnlijk. Het kind van toen herhaalt vandaag zijn bittere klacht: ‘ik was gevangen en je hebt me niet bezocht.’

Zolang er van dáár ook nog maar één kind ons aankijkt met de vraag naar gerechtigheid in de ogen, kunnen we híer hun zaak niet als afgedaan beschouwen zonder onze humaniteit te verkwanselen. Politiek is één ding, menselijkheid een ander.

Dirk van de Glind, voormalig docent levensbeschouwelijke vorming en schrijver

NEE, hun ouders kunnen de voorhoede zijn van een nieuwe radicaliseringsgolf 

Hoewel de kinderen van IS’ers niet moreel schuldig zijn aan de daden van hun ouders en we ze daarom terug zouden moeten halen, wordt het problematisch wanneer in hun kielzog uiteindelijk ook die ouders mee zullen komen. Vanwege de terreurdreiging die van deze groep uitgaat. Maar ook vanwege een ander ­potentieel gevolg, wat tot nu toe erg onderbelicht is gebleven in de discussie: de rol die deze groep vervolgens kan gaan spelen bij een nieuwe golf van ­radicalisering.

Bij de islamitische radicalisering die we de afgelopen 30 jaar in het Westen hebben meegemaakt, is er sprake van verschillende golven. Afgaande op dit patroon, in combinatie met de vele ­instabiele regio’s en conflicten in het Midden-Oosten, Zuid-Azië, Oost-, West- en Noord-Afrika is het niet ­onwaarschijnlijk dat we hier in Europa in het volgende decennium opnieuw te maken zullen krijgen met een nieuwe golf van radicalisering onder met name een deel van de jonge moslims. Juist binnen zo’n nieuwe golf kan de oude generatie van teruggekeerde IS-strijders een cruciale rol gaan spelen.

Bij een deel van de jongeren met een islamitische achtergrond die worstelen met hun identiteit in de Nederlandse samenleving of die het salafisme aanhangen, genieten mannen en vrouwen die naar Syrië zijn afgereisd om daar voor hun geloof en geloofsbroeders te strijden een zekere status. Zij hebben geleefd in het kalifaat en daar de nodige gevechts- en theologische ervaring ­opgedaan. Potentieel kunnen zij daarmee jongeren inspireren om in de toekomst hun voorbeeld te volgen. Het feit alleen al dat zij daar geweest zijn en ­gestreden hebben, kan ertoe leiden dat zij voor een groep die daar gevoelig voor is een voorbeeld worden wat navolging verdient.

Een dergelijk effect van de terugkeer van deze groep is niet alleen funest voor de verschillende moslimgemeenschappen in Nederland, maar ook voor veiligheidsdiensten lastig om op in te spelen. De inspiratie die van deze groep uit zal gaan wanneer die terug is in de Nederlandse samenleving, valt lang niet altijd op te sporen, laat staan langs juridische weg te bestrijden. De kans is groot dat de meeste terugkeerders na enkele jaren gevangenisstraf weer ­terug zullen keren in hun oude milieu, en in aanraking zullen komen met nieuwe generaties die vatbaar zijn voor radicalisering. Dit is een lange-termijneffect waar we als samenleving nauwelijks op voorbereid zijn.

Is er dan een manier om dit te voorkomen? Eigenlijk niet. Eenmaal hier zijn de terugkeerders nadat ze de (veelal korte) gevangenisstraf hebben uitgezeten immers weer vrij man of vrouw. Het enige wat gedaan kan worden is ­ervoor zorgen dat deze groep niet naar Nederland terugkeert. Voor zowel de verschillende Nederlandse moslimgemeenschappen als de nationale veiligheid zou dat dan ook de beste optie zijn.  

Gert Jan Geling, docent Integrale Veiligheidskunde aan de Haagse Hogeschool

Lees ook:

Yezidi Wahhab Hassoo: ‘Het systeem hier is te lief voor IS-vrouwen en hun kinderen’

Vooralsnog hoeft het kabinet Nederlandse vrouwen die zich bij IS aansloten en hun kinderen niet terug te halen. Maar het is niet uitgesloten dat ze alsnog terugkeren. De Amsterdamse yezidi Wahhab Hassoo (24) deelt zijn zorgen.

Koerdische minister: het is een grote fout dat Nederland de kinderen van IS-vrouwen niet ophaalt

‘Teleurstellend en frustrerend’, zo noemt Abdulkarim Omar, minister van buitenlandse zaken van de autonome Koerdische regio in Noord-Syrië, de uitspraak van het Nederlandse gerechtshof. Dat oordeelde dat de Nederlandse regering geen kinderen van Nederlandse IS-ouders in Syrië hoeft op te halen, met daarbij eventueel hun moeders.

Mali wordt het nieuwe Syrië: spil van radicalisering

Mali is de spil van radicalisering in de westelijke Sahel. Hamadoun Koufa is de geestelijk leider en commandant van de jihadistische milities, die onder de naam Katiba Macina opereren. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden