Keulse rechter oordeelt wijs over besnijdenis

opinie

Toni van Gennip en Mikhel Timmerman, docent rechtstheorie aan de Vrije Universiteit en docent straf(proces)-recht aan de Radboud Universiteit

De godsdienstvrijheid van ouders wordt tijdelijk beperkt om de integriteit van een minderjarig jongenslichaam te waarborgen.

 
Uitspraak Duitse rechter sterker dan oordeel Hoge Raad

Een rechter in Keulen heeft geoordeeld dat de religieuze handeling van het besnijden van jongetjes strafbaar is (Trouw, 28 juni). In een reactie noemde de voorzitter van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam de uitspraak verbijsterend en ook in Duitsland is het vonnis door organisaties van moslims en joden direct fel afgewezen als een ernstige aanval op de vrijheid van godsdienst. Toch is de uitspraak van de Duitse rechter verre van verbijsterend en berust die inhoudelijk zelfs op sterkere gronden dan het standpunt van de Nederlandse Hoge Raad bijna een jaar geleden over de strafbaarheid van jongensbesnijdenis.

Volgens het Keulse Landgericht is de besnijdenis mishandeling van het jongetje, ook als die op kundige wijze door een arts is uitgevoerd op basis van de religieuze wens van beide ouders. Daarmee acht de rechter die religieuze wens van ondergeschikt belang en stelt hij dat de gegeven toestemming tot de besnijdenis niet afdoet aan de strafbaarheid wegens mishandeling.

De Hoge Raad kende wel belangrijke waarde toe aan de door de ouders gegeven toestemming voor de besnijdenis. Als de ouders hebben ingestemd, en de besnijdenis medisch gezien deskundig is uitgevoerd, dan is wat de Hoge Raad betreft van strafbare mishandeling geen sprake. De Hoge Raad laat duidelijk de vrijheid van ouders op godsdienstige gronden bij de uitoefening van het opvoedkundig gezag het zwaarst wegen, boven wat gezien zou kunnen worden als een inbreuk op de integriteit van het menselijk lichaam.

Onherstelbare breuk
Vanuit het oogpunt van bescherming van de rechten van religieuze minderheden, lijkt de Nederlandse benadering de voorkeur te verdienen. Dat standpunt miskent echter dat godsdienstvrijheid in dit geval moet worden afgewogen tegen andere fundamentele rechten. Door de besnijdenis wordt immers een onherstelbare inbreuk gemaakt op de integriteit van het lichaam van het jongetje, terwijl het kind vanwege zijn jonge leeftijd op dat moment nog niet in staat is tot het geven of het onthouden van toestemming.

Op diezelfde gronden acht de Duitse rechter elke religieuze besnijdenis strafbaar. In de Duitse benadering wordt aan de rechten van het kind duidelijk het grootste gewicht toegekend. De Keulse rechter maakt uitdrukkelijk inbreuk op de vrijheid van ouders om een belangrijk religieus ritueel uit te oefenen. Dat moet niet licht worden opgevat.

Desondanks spreekt ons de afweging van de Duitse rechter het meest aan, omdat daarin de besnijdenis van jonge jongetjes slechts tijdelijk strafbaar wordt geacht. Enkel zolang het kind nog niet in staat is instemming te verlenen, is de voltrekking van het ritueel verboden.

Maatschappelijk debat
Anders gezegd: de tijdelijke beperking van de godsdienstvrijheid van de ouders weegt in Keulen minder zwaar dan de definitieve inbreuk die door de besnijdenis op de lichamelijke integriteit en het zelfbeschikkingsrecht van het jonge kind zou worden gemaakt. Daarin lijkt ons het resultaat van de afweging van het Landgericht juist.

Dat betekent echter niet dat de Hoge Raad de lijn van de Duitse rechter zou moeten volgen. Zolang de wetgever zich niet uitdrukkelijk tegen het maatschappelijk aanvaardbare karakter van jongensbesnijdenis heeft uitgesproken, moet de huidige lijn in de rechtspraak worden gehandhaafd en strafbaarheid wegens mishandeling zijn uitgesloten. Wel kan de aannemelijkheid van de Duitse argumentatie aanleiding zijn voor een open politiek en maatschappelijk debat in Nederland over de wenselijkheid van jongensbesnijdenis.

Lees verder na de advertentie

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie