OpinieOnderwijs

Kennis over democratie maakt nog geen democratische burger

Nederland loopt achter als het gaat om burgerschapsonderwijs. De voorstellen van minister Slob zijn een hoognodige ingreep als het gaat om de autonomie van het onderwijs, aldus  Kai Pattipilohy en Jos Heijhuurs van Diversion.

Volgens het commentaar van Trouw zou de nieuwe burgerschapswet van minister Slob een verkapte manier zijn om de problemen met antidemocratisch onderwijs op islamitische scholen te lijf te gaan, met als gevolg dat alle scholen aan autonomie moeten inleveren (Trouw, 15 januari). Wat ons betreft een kortzichtige analyse, die geen recht doet aan de realiteit waarmee veel docenten dagelijks worstelen. Inderdaad, deze wetgeving is allesbehalve de oplossing voor scholen die jongeren willen indoctrineren met antidemocratisch onderwijs. Die scholen moeten namelijk dicht. Maar de wet voorziet wel in iets anders.

Nederland loopt internationaal al jaren achter waar het gaat om burgerschapsonderwijs en de democratische houding van jongeren. Dat de cijfers er niet om liegen, zien wij dagelijks terug in ons werk. Het gaat daarbij zeker niet uitsluitend om antidemocratische denkbeelden en religieus-geïnspireerde radicalisering onder een deel van de islamitische jongeren, zoals de redactie suggereert. We zien hele schoolklassen die vinden dat je vluchtelingen op een lekke boot moet terugsturen. Gelovige jongeren die vinden dat je met religie wordt geboren, maar dat homoseksualiteit een keuze is waarvoor je moet worden gestraft. En islamitische jongeren die de aanslagen op de Bataclan veroordelen, omdat daar de slachtoffers, in tegenstelling tot de aanslag op Charlie Hebdo, de islam niét hadden beledigd. Allemaal uitingen van onrechtstatelijkheid en legitimering van geweld. Natuurlijk zien we deze voorbeelden niet terug in elke schoolklas, maar ze zijn wel exemplarisch voor het soort extreme meningen waarmee docenten te maken krijgen.

Homoseksualiteit niet bespreken uit angst voor boze ouders

Dat levert die docenten een zware, niet te onderschatten taak op. In deze taak zijn ze de afgelopen jaren, waarin het onderwijs volgens eigen visie invulling mocht geven aan burgerschapsontwikkeling, nou niet bepaald gesteund door hun bestuurders. Veel docenten vinden het lastig om het gesprek aan te gaan over antisemitisch complotdenken, homofobie en vreemdelingenhaat. Niet omdat ze weglopen voor een moeilijk gesprek, maar omdat een breed gedragen aanpak, praktische én morele ondersteuning ontbreken. Denk aan docenten die wordt gevraagd (hun eigen) homoseksualiteit niet te bespreken uit angst voor boze ouders, verboden worden om te spreken over de spanningen die verkiezingen in Turkije hier opleveren vanwege mogelijke onrust, scholen die het gesprek over Zwarte Piet taboe verklaren uit angst dat docenten er onderling ruzie over krijgen.

Waar bestuurders van scholenkoepels in deze krant waarschuwden dat Slob met zijn wet burgers creëert die niet buiten de lijntjes durven te kleuren in plaats van Greta Thunbergs aflevert, doet de politiek in onze ogen juist wat schoolbestuurders de afgelopen jaren hebben nagelaten: docenten de ruimte geven een moreel kompas te zijn voor hun leerlingen. Het onderwijs een plek laten zijn, waar meningen flink mogen botsen, maar waar ook grenzen worden gesteld als de waarden van onze rechtsstaat niet worden gerespecteerd. Waar docenten zich gesteund voelen door een eenduidige lijn, als het aankomt op lastige burgerschapsthema’s.

De autonomie van het onderwijs is een groot goed en deze wet is daarin een politieke ingreep. Helaas hoognodig. Want alleen moord en brand schreeuwen over de uitholling van het draagvlak voor onze rechtsstaat, lost dit vraagstuk niet op. Sterker nog, wil Slob echt slagen in zijn ambitie, dan zal hij nog een stap verder moeten gaan en ook duidelijke doelen moeten stellen als het gaat om de democratische attitude van jongeren. Want we weten inmiddels: kennis over democratie maakt nog geen democratisch burger.

Lees ook:

Met nog meer strakke aansturing smoort de overheid de autonomie van scholen

Als belanghebbenden een wet omschrijven als een ‘vorm van dressuur’ dan kan dat uiteraard een lobby-uiting zijn. Nogal wat personen en organisaties houden er immers niet van als ze kaders opgelegd krijgen waarbinnen ze moeten opereren. Maar in dit geval hebben de scholen die deze term gebruiken gewoon gelijk. Het wetsvoorstel dat het onderwijs in burgerschap moet inrichten, gaat onnodig ver en tast hun autonomie aan.

Onderwijs in burgerschap dreigt ‘een vorm van dressuur’ te worden, zeggen scholen

Scholen­koepels vinden dat de minister zich te veel bemoeit met het onderwijs in burgerschap. ‘Dit dreigt een vorm van dressuur te worden.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden