Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Kamer, wat gaan we doen als de vaccinatiegraad verder daalt?

Opinie

Marcel Verweij en Roland Pierik

Een jong meisje krijgt een prik. © ANP
Opinie

De Tweede Kamer bespreekt binnenkort het vaccinatiebeleid. Terecht zoekt staatssecretaris Blokhuis mogelijkheden om het vertrouwen van ouders in vaccinatie te versterken. Dat is cruciaal voor ons vrijwillige programma.

Dat stellen Marcel Verweij (hoogleraar filosofie Wageningen ­University) en Roland Pierik (universitair hoofddocent rechtsfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam). Er zijn gelukkig positieve signalen: voorlopige cijfers van het RIVM suggereren dat de daling van de vaccinatiegraad afvlakt.

Lees verder na de advertentie

Toch heeft het huidige beleid een belangrijke omissie: de overheid heeft geen calamiteitenplan voor als de vaccinatiegraad op een onaanvaardbaar laag niveau zou komen. Op vragen over een vaccinatieplicht wordt meestal geantwoord dat zulke maatregelen nu nog niet nodig zijn. Maar wanneer wel? Velen zien 95 procent als ideaal, maar geen enkele politicus spreekt zich uit over welke vaccinatiegraad minimaal noodzakelijk is.

Bij welke vac­ci­na­tie­graad mag de overheid het vac­ci­na­tie­pro­gram­ma minder vrijwillig maken?

Wij pleiten voor een tweesporenbeleid: enerzijds het huidige aanmoedigingsbeleid van vrijwillige vaccinatie, en anderzijds een calamiteitenplan dat nu al wordt vastgesteld en waarop de overheid terugvalt zodra de vaccinatiegraad onaanvaardbaar laag is. Zo’n calamiteitenplan heeft twee elementen. De vaststelling van die ondergrens zelf: bij welke vaccinatiegraad moet aan het vrijwillige karakter van het rijksvaccinatieprogramma worden getornd? Ten tweede een besluit over de maatregelen die op dat moment ingaan.

Moreel en politiek oordeel

Dit is niet eenvoudig. De ondergrens kan namelijk niet los gezien worden van de aard van de maatregelen die de overheid dan bereid is te nemen. Strafrechtelijke vaccinatiedwang in de meest vergaande zin – boetes of gevangenisstraf zoals in België bij weigering van poliovaccinatie – is alleen te rechtvaardigen bij een heel lage vaccinatiegraad en hoog infectierisico.

De staats­se­cre­ta­ris geeft niet graag antwoord op ‘wat als?’

Een minder ingrijpende maatregel is dat de overheid vaccinatie alleen verplicht stelt voor toelating tot de crèche. We hebben dat al eerder voorgesteld.

Ook om een andere reden is het oordeel complex. Ziekten verschillen in ernst en besmettelijkheid; vaccins verschillen in werkingsduur en mogelijke bijwerkingen. Voor collectieve bescherming tegen de zeer besmettelijk mazelen is een hogere vaccinatiegraad nodig dan tegen hepatitis-B. Een goede wetenschappelijke onderbouwing is noodzakelijk, maar uiteindelijk gaat het om een moreel en politiek oordeel.

Het bepalen van de ondergrens is ook lastig omdat er grote verschillen zijn tussen gemeenten. Een ondergrens voor de landelijk gemiddelde vaccinatiegraad is niet zinvol: in Nederland heeft nu 93,8 procent van alle kinderen onder de twee jaar het BMR-vaccin gehad, en het risico op een mazelenuitbraak lijkt dan gering. Lokaal zijn de infectierisico’s echter veel groter: in de Utrechtse binnenstad is de vaccinatiegraad maar 90 procent en in Urk 58 procent. Bij welke vaccinatiegraad mag de overheid het vaccinatieprogramma wat minder vrijwillig maken?

Ondergrens

De staatssecretaris geeft niet graag antwoord op ‘wat als?’. Dan lijkt hij immers onvoldoende vertrouwen te hebben in zijn eigen plannen. Maar het ontbreken van een visie op een verder dalende vaccinatiegraad is ook niet vertrouwenwekkend. Vaccinatie tegen mazelen gebeurt pas bij 14 maanden en tot die leeftijd zijn kinderen kwetsbaar.

De ‘wat als?’-vraag kan sowieso niet vermeden worden als de ondergrens al is bereikt. Of die nu bij 90 wordt gelegd, bij 85 procent of nog lager, het is duidelijk dat deze in veel plaatsen al bijna – en soms helemaal – is overschreden. Durft de Kamer verantwoordelijkheid te nemen door echt in discussie te gaan over een ondergrens voor het Rijksvaccinatieprogramma en de te nemen maatregelen? Het zou weleens kunnen blijken dat die discussie niet meer gaat over ‘wat als’, maar ‘wat nu?’.

Lees ook:

Kamermeerderheid: ‘Zonder inenting niet welkom op de crèche’

Nog voor de Tweede Kamer terug is van reces wordt er in volle hevigheid gediscussieerd over vaccinaties. Voor één plan is breed draagvlak. Kinderdagverblijven moeten niet-gevaccineerde kinderen kunnen weigeren, vinden het kabinet en een Kamermeerderheid.

Weerstand tegen vaccinatie draait om de zuiverheid van het kind

Waarom is de discussie over inenting van kinderen zo hevig opgelaaid? Volgens de Denker des Vaderlands heeft het te maken met de opwaardering van het onredelijke in onze samenleving.

Deel dit artikel

Bij welke vac­ci­na­tie­graad mag de overheid het vac­ci­na­tie­pro­gram­ma minder vrijwillig maken?

De staats­se­cre­ta­ris geeft niet graag antwoord op ‘wat als?’