Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Journalist, laat je niet meeslepen door propaganda

Opinie

Jan van der Dussen

De persconferentie met het 11-jarige Syrische jongetje op het hoofdkwartier van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens in Den Haag. © EPA
Opinie

Journalisten moeten zich richten op de waarheid over de veronderstelde gasaanval op Douma, vindt Jan van der Dussen, emeritus hoogleraar cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit.

De vermoede gasaanval in het Syrische Douma van 7 april is onderwerp van een heuse propagandaoorlog geworden. Zoals sinds enige tijd gebruikelijk, staan het Westen en Rusland ook in dit geval lijnrecht tegenover elkaar.

Lees verder na de advertentie

Het Westen gaat er zonder meer vanuit dat er sprake is geweest van een gasaanval, en op grond hiervan hebben de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk op 14 april luchtaanvallen uitgevoerd op doelen in Syrië. Rusland en Syrië daarentegen hebben ten stelligste ontkend dat er sprake is geweest van een Syrische gasaanval op Douma en hebben de betreffende aantijgingen afgedaan als provocatief fake news, dat als voorwendsel is gebruikt om Syrië aan te vallen.

Historici zullen zich op een later tijdstip ongetwijfeld bezighouden met de vraag wat er werkelijk al dan niet op 7 april 2018 heeft plaatsgevonden. Maar men kan zich afvragen of journalisten deze taak ook niet zouden moeten hebben, in plaats van zich te beperken tot het innemen van een standpunt om hiermee een rol te spelen in de actualiteit van een propagandaoorlog. 

In het geval van de beweerde gasaanval in Douma is de Nederlandse journalistiek te­kort­ge­scho­ten

Ze zíjn er wel

In ieder geval kan worden geconstateerd dat er wel degelijk journalisten zijn, die zich primair op de vraag van de waarheid concentreren. Een aansprekend voorbeeld is de gerenommeerde Britse journalist Robert Fisk van The Independent, die meer dan veertig jaar in het Midden-Oosten werkzaam is geweest.

Fisk is in Nederland vooral bekend door de Nederlandse vertaling van het standaardwerk' The Great War for Civilisation' ('De Grote Beschavingsoorlog'). Hij was de eerste journalist die enkele dagen na 7 april in Douma onderzoek heeft gedaan naar de beweerde gasaanval en heeft toen van de artsen, die in het ziekenhuis op het beruchte filmpje kinderen natspoten, gehoord dat er geen sprake was geweest van een gasaanval. Kinderen die in tunnels onder Douma verbleven, aldus de artsen, waren vanwege het vele zand door luchtaanvallen in een toestand van hypoxie (ademnood) geraakt en werden hiervoor naar het ziekenhuis gebracht.

Misbruik

Op 26 april werden de betreffende artsen op het hoofdkwartier van de OPCW (Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens) in Den Haag door de Russische vertegenwoordiger van deze organisatie op een 40 minuten durende persconferentie ten tonele gevoerd. In het programma 'Nieuwsuur' van die dag werd hiervan verslag gedaan, waarin alleen aandacht werd besteed aan het inderdaad nogal kwestieuze optreden van een 11-jarig jongetje met zijn vader. Misbruik, en hij had het vast uit zijn hoofd geleerd, was het voor de hand liggende commentaar.

Maar zou dat ook het geval zijn bij de aanwezige artsen, van wie sommigen in het beruchte filmpje te zien waren, kan men zich afvragen. Voor de westerse leden van de OPCW was de getuigenis van de Syrische artsen een propagandastunt en ze weigerden dan ook aanwezig te zijn. Het zij zo.

Dat de journalistiek in feite hetzelfde standpunt inneemt en hiermee illustreert niet in de waarheidsvinding te zijn geïnteresseerd, en alleen over de dubieuze opvoering van een 11-jarig jongetje bericht, geeft te denken.

Tekortgeschoten

Dat er naast Robert Fisk ook andere journalisten zijn, die zich bewust zijn van hun taak, wordt geïllustreerd door het hoofd van de Duitse ZDF-studio voor het Midden-Oosten, Hans-Ulrich Gack. In een uitzending van de Duitse omroep heeft ook hij zijn twijfels uitgesproken over de gasaanval op Douma van 7 april.

Gezien het voorgaande zou ik het standpunt willen verdedigen dat journalisten zich primair dienen te richten op de waarheidsvinding en zich niet moeten laten meeslepen in een propagandaoorlog.

In het geval van de beweerde gasaanval in Douma is de Nederlandse journalistiek op dit punt tekortgeschoten.


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel

In het geval van de beweerde gasaanval in Douma is de Nederlandse journalistiek te­kort­ge­scho­ten