Opinie Zorg

Jeugdhulp heeft meer nodig dan geld alleen

Investeer in een optimistische, sociale en leuke omgeving voor kind en gezin, bepleiten Dave Enberg-Kleijkers en Fedde Boersma.

Ik heb een zak geld nog nooit een doelpunt zien maken, aldus Johan Cruijff in 2013. Zijn statement had betrekking op het internationale profvoetbal, maar in essentie geldt deze Cruijffiaanse wijsheid ook breder. Wij hebben nog nooit een zak geld kinderen blijvend gelukkig zien maken. Geen enkele zak geld heeft complexe echtscheidingen van ouders voorkomen, heeft ervoor gezorgd dat kinderen hun sportieve of creatieve talenten kunnen ontdekken of ontwikkelen. Geen enkele zak geld zorgt er direct voor dat kinderen veilig kunnen opgroeien.

Meer dan een zak geld

De zak geld die kinderen écht en blijvend laat ontwikkelen tot een gelukkige volwassene moet nog worden uitgevonden. Daarom is er meer nodig om de door gemeenten beschreven problemen in de jeugdhulp te lijf te gaan. Te beginnen met een menselijke en positieve benadering van mens tot mens. Van samenleving richting kinderen, zodat zij in een kind- en gezinsvriendelijke omgeving kunnen opgroeien. Een benadering die zich in beleidstaal laat typeren als ‘positief jeugdbeleid’.

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het jeugdbeleid, waaronder het beleid voor kinderen bij wie de ontwikkeling niet vanzelf gaat en die daardoor baat (kunnen) hebben bij een vorm van jeugdhulp. De berichten in de afgelopen jaren, maar vooral in de afgelopen weken gaan enkel over de financiële tekorten die gemeenten ervaren om deze nieuwe taak succesvol uit te voeren.

Gemeenten hebben – vermoedelijk ook na recente extra investering vanuit het kabinet Rutte-III – zoveel financiële problemen dat ze niet alleen bezuinigen op de jeugdhulp en daardoor wachtlijsten laten oplopen, maar ook op andere sociale voorzieningen. Ze korten op cultuur, sluiten bibliotheken, sportcomplexen, speeltuinen en andere voorzieningen waar kinderen en gezinnen gebruik van maken. Daarmee wordt het kind met het gemeentelijk badwater weggegooid.

Deze bezuinigingen lijken pure wanhoop, bedoeld om de gemeentebegroting sluitend te maken en niet om de sociale omgeving van kinderen en gezinnen sterker te maken. Daardoor zouden deze bezuinigingen op termijn er juist voor kunnen zorgen dat het aantal kinderen dat behoefte heeft aan jeugdhulp eerder toeneemt dan afneemt – met alle menselijke, maatschappelijke en financiële gevolgen van dien. Nu al doet 9,5 procent van alle kinderen en jongeren onder de 18 jaar een beroep op jeugdzorg. Blind bezuinigen in de sociale en fysieke omgeving van kinderen en gezinnen zal dat percentage laten stijgen en getuigt bovendien van een gebrek aan visie, laat staan van ‘positief jeugdbeleid’.

Negatief jargon

Positief jeugdbeleid zorgt ervoor dat kinderen in hun normale, natuurlijke basis worden versterkt. Het zorgt voor kind- en gezinsvriendelijke wijken, buurten en dorpen waar het voor kind en gezin goed toeven is. Samen met de bezielde inzet van ouders, buurtbewoners en vrijwilligers kunnen gemeenten bijdragen aan een gezonde, veilige en kansrijke jeugd en opvoeding.

Veel gemeentelijk beleid gaat normaliter uit van risico’s, zorgen en problemen. Daarmee ligt de focus bij opgroeiende kinderen al snel op kinderen met een grote kans op op groei-, leer-, ontwikkel- en opvoedproblemen. Een stimulerende, optimistische en leuke sociale omgeving van en voor kinderen kan dit soort problemen juist helpen voorkomen. Net zoals het waarderen van positief gedrag van kinderen.

Desondanks blijven begrippen als ‘preventie’, ‘positief’ en ‘optimisme’ allesbehalve sexy voor gemeentelijk beleid. Het jargon blijft hangen in negativiteit, soms ook bedoeld om stoer en daadkrachtig over te komen richting gemeenteraad en de samenleving als geheel.

Positief jeugdbeleid is in essentie juist soft, zacht en liefdevol. Daar is niets mis mee, want menig pedagoog zal erkennen dat juist dat waardevolle en effectieve ingrediënten zijn voor een onbezorgde jeugd.

Vangnet

Via positief jeugdbeleid zouden gemeenten kunnen investeren in een voldoende, toegankelijk en veilig vrijetijdsaanbod en (buiten)speelruimte, zodat alle kinderen en jongeren de kans krijgen zich te ontwikkelen en buiten te spelen. Daarnaast kan het zorgen voor een vangnet voor kinderen uit gezinnen met beperkte financiële middelen, zodat zij toch kunnen deelnemen aan de maatschappij via bijvoorbeeld een lidmaatschap van jeugdorganisaties.

Concrete voorbeelden die kinderen kunnen helpen zichzelf en hun talenten te leren ontdekken en ontwikkelen. En nee, positief jeugdbeleid laat niet direct de wachtlijsten voor de jeugdhulp slinken en jeugdzorg zal altijd nodig blijven. Maar het kan wel voorkomen dat er over een aantal jaren nog altijd zulke lange wachtlijsten bestaan. Regeren is vooruitzien, ook op gemeentelijk niveau.

Wij begrijpen dat er een balans moet zijn tussen de omvang van de wettelijke verantwoordelijkheid van gemeenten voor het jeugdbeleid aan de ene kant en hun financieel budget aan de andere kant. Maar zonder positief, preventief en integraal jeugdbeleid staat meer geld vanuit het Rijk naar gemeenten blijven pompen, gelijk aan water naar de zee dragen. En net als kinderen en gezinnen, hoeven gemeenten niet alleen naar échte oplossingen voor onze gezamenlijke problemen te zoeken.

Kinderen willen meedenken

Wij staan als maatschappelijke organisaties in het belang van kinderen en gezinnen klaar om positief jeugdbeleid op te stellen, maar vooral in de praktijk uit te voeren. Zoals dat nu al veel gebeurt in speeltuinen, bij scouting, in vakantiekampen, dans- en muziekscholen en andere buurtvoorzieningen.

En dat niet alleen: ook kinderen zelf, zo is onze ervaring, denken graag mee met gemeenten over jeugdbeleid dat hen écht helpt – kinderen zijn wijzer dan veel gemeenten lijken te denken. Door samen de krachten te bundelen, zorgen wij voor een mooie, optimistische toekomst van onze kinderen en van ons land.

Dit artikel wordt mede-ondertekend door 

Margot Ende-van den Broek, Het Vergeten Kind

Dirk Wijkstra, Nationale JeugdRaad

Robèrt Feith, YMCA Nederland

Niels Meijer, Cruyff Foundation

Gerlinde van Raalte, Krajicek Foundation

Jelle de Jong, IVN

Bram Rebergen, Youth for Christ Nederland

Leon Hoenen, JongNL Limburg

Rick de Breij, Plattelandsjongeren Nederland

Niko de Groot, BVjong, beroepsvereniging kinder- en jongerenwerk

Willemijn Dupuis, KinderrechtenNU

Froukje Hajer, Platform Ruimte voor de Jeugd

Loek Sijbers, Factorium Podiumkunsten

Lees ook

Had een andere opzet van de jeugdzorg Noa gered?

Het systeem komt krakend tot stilstand als meisjes als Noa, met een stapeling van problemen, zich melden.

Een op de tien jongeren krijgt te maken met jeugdzorg

Het aantal jongeren onder de 23 jaar dat jeugdzorg krijgt, is vorig jaar licht gestegen. In 2017 waren er bijna 420.000 jongeren met jeugdzorg, vorig jaar 428.000, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden