Column

Jenever uit een bilnaad, met vooruitgang heeft dat niets te maken

Het gebouw van de Groningse studentenvereniging Vindicat in het centrum van Groningen.Beeld ANP

‘Ja, bij een ontgroening is er door nieuwe leden naakt door met poep, plas en kots vervuilde toiletblokken gekropen,’ tekende NRC deze week op uit de mond van een erelid van de Leidse studentenvereniging Minerva.Eerder werden al andere excessen bekend, zoals het ‘bilnaad-adje, waarbij iemand alcohol moest drinken door de bilnaad van een ander lid.’

Het rommelt al een tijdje in de wereld van de studentenverenigingen. Niet alleen in Groningen, waar vereniging Vindicat te maken kreeg met sancties van het universiteitsbestuur omdat het met de hervorming van de clubcultuur nog niet erg wilde vlotten. Ook in Amsterdam en Delft was het niet allemaal botertje aan de boom, meldt NRC, en ‘straks wordt Leiden ook in dat rijtje geplaatst.’

Het is alsof je verhalen hoort uit een andere tijd. Wie de film ‘Soldaat van Oranje’ gezien heeft weet hoe daarin tijdens een (ook al Leids) ontgroeningsfeest de ene student zozeer door de ander werd toegetakeld dat hij in een volgend shot met een verband om het hoofd zat bij te komen in de tuin van het ouderlijk huis.

Onschuldig

Mijn eigen vroegste herinneringen aan ontgroeningsrituelen dateren uit de vroege jaren zestig. Het was de tijd waarin ‘foeten’ nog kaalgeschoren werden. In Amsterdam gebeurde dat op een dekschuit in de Herengracht: makkelijk om al dat haar met één zwiep weg te bezemen het water in, dat toen nog fungeerde als een open riool. Dat was allemaal grappig en onschuldig - op de kade had het spektakel veel bekijks - al ging er naar verluidt met de grof gehanteerde tondeuse wel eens een stukje hoofdhuid mee.

Zo onschuldig ging het er ook toen al niet meer altijd aan toe. In 1965 kwam een Utrechts dispuut in diskrediet door de ‘roetkap’-affaire: een ontgroeningsritueel waarbij een student om het leven kwam. Dat het daarbij een ‘jonkheer’ betrof was misschien geen toeval. De democratisering van de ‘heren’-universiteit was nog maar net begonnen en de adel had nog altijd een streepje voor.

Er werd beterschap beloofd en vervolgens verdwenen de studentenverenigingen naar de achtergrond. Voor de grote golf studenten uit minder elitaire milieus hadden ze weinig aantrekkingskracht en de scherpe bocht naar links die vanaf 1968 de sfeer aan de universiteiten grondig veranderde, maakte hen in één klap tot relikwieën van een ogenschijnlijk voorgoed afgesloten verleden. Wie zich in de jaren zeventig aansloot bij het ‘corps’ kon op meewarige blikken rekenen – al sluit ik niet uit dat dat op sommige faculteiten anders lag. En Leiden – ach, dat was nu eenmaal Leiden: een fossiel dat dreef op oude glorie. Zo werd er althans in Amsterdam over gedacht.

Dat de traditionele studentenverenigingen met hun specifieke cultuurtje door de tijd waren ingehaald, gold als een teken van vooruitgang in de geschiedenis. Of de populariteit van de ASVA, daterend uit 1945 maar tijdig omgevormd tot een CPN-voorpost in het Amsterdamse studentenmilieu, een gelukkige vervanging was, kun je je afvragen. In zijn boek ‘Goed fout’ heeft de politicoloog Meindert Fennema beschreven hoe gemakkelijk iemand van het ene extreem in het andere omslaat – en hem dat er niet altijd sympathieker op maakt.

Wederopstand

De linkse universiteit verdween, de rechtse kwam ervoor terug, en dat betekende ook de wederopstanding van de studentencorpora. Een rehabilitatie kunt je het moeilijk noemen. Integendeel, de cultuur binnen de vereniging is ‘van geestig en grappig naar gestoord’ gegaan, aldus hetzelfde erelid van Minerva. Het voortbestaan van het hele studentenverenigingswezen staat inmiddels op het spel.

Ik zal er geen traan om laten – al kijk ik met jaloerse ogen naar de bibliotheek van Minerva op de foto in de krant. Eerder lijkt de geschiedenis een andere les te leren. Nee, zij is er niet alleen één van vooruitgang. Verworven inzichten, laat staan rechten, zijn nooit voor de eeuwigheid gegarandeerd. Soms keert de historie op haar schreden terug en vervalt zij opnieuw in barbarij – al kan zo’n terugkeer ook een correctie betekenen op wat al te drieste vernieuwingsdrift.

Vooruitgang: je weet maar zelden wat je eraan hebt. Maar jenever drinken uit de bilnaad van een ander hoort daar niet bij.

Ger Groot doceerde filosofie aan de universiteiten van Rotterdam en Nijmegen. Voor Trouw bekijkt hij de actualiteit door een filosofische bril. Lees meer columns op trouw.nl/gergroot.

Lees ook:

De traditionele mores passen niet meer bij de moderne universiteit en hogeschool

 Mutua Fides, ‘Wederzijds vertrouwen’ in het Latijn, prijkt in Groningen al ruim twee eeuwen op de gevel van studentencorps Vindicat. Wie de cultuur van drank, geweld en seksisme bij Vindicat beziet, zou bijna denken dat dit devies toebehoort aan een Siciliaanse maffia­familie en niet aan een moderne studentenvereniging.

Het geduld met Vindicat is op, de universiteit draait de geldkraan dicht

Het geduld met Vindicat is op: de Groninger studentenvereniging krijgt geen beurs meer van de Rijksuniversiteit Groningen en de Hanzehogeschool. Ook is de club niet meer welkom bij officiële gelegenheden. De oudste studentenvereniging van Nederland loopt hiermee 33.000 euro mis. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden