Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Jeanine, hou het roer recht!

Opinie

Anne Tjepkema

Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) komt aan voor de ministerraad. © anp

Het artikel 'Jeanine, gooi het roer om' in Trouw van 7 september j.l. van de heren De Boer, Dahhan en De Vries bevat enkele goede observaties en aanbevelingen, maar de conclusie dat Defensie met minder geld toekan leidt tot minder Nederlandse invloed en tot minder internationale solidariteit.

Terecht stellen de schrijvers dat een goede strategie moet bestaan uit antwoorden op de vragen 'wat (welke doelen), waarmee (welke middelen) en hoe (op welke wijze het doel te bereiken)'. De vraag 'wat' werd gestalte gegeven in de grondwet: de krijgsmacht heeft drie hoofdtaken:  de handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde, de bescherming van de territoriale integriteit en civiele bijstand. De vraag 'waarmee' hangt samen met de strategie. Deze moet een antwoord zijn op een manifeste dreiging en deze ontbreekt momenteel. Tegen tal van latente dreigingen is het lastig een strategie te ontwerpen, vandaar dat Defensie na de Val van de Muur heeft gekozen voor een 'veelzijdig inzetbare krijgsmacht' die mobiel en flexibel over grote afstanden kan worden ingezet en een missie geruime tijd kan volhouden. Het 'hoe' wordt doorgaans in bondgenootschappelijk overleg vastgesteld.

Solidariteit binnen de internationale gemeenschap
De Boer c.s menen dat Nederland op het vlak van de internationale rechtsorde veel te ambitieus is en zich beter achter de rug van grotere landen kan verschuilen dan zich tegen hoge kosten voor het najagen van twijfelachtige doelen in te zetten. Zij vergeten daarbij dat bondgenootschappen uitgaan van het principe van solidariteit. In Afghanistan waren zo'n dertig landen actief, waarvan de leiders heus wel wisten dat de kans op uiteindelijk succes niet was gegarandeerd. Ook landen als Nieuw Zeeland, Canada, Japan, Zweden en Duitsland hebben daar belangrijke bijdragen geleverd in het kader van de solidariteit binnen de internationale gemeenschap. Dat deze landen relatief minder aan defensie uitgeven dan Nederland valt nog maar te bezien. In elk geval hebben zij stuk voor stuk een grotere mate van autarkie dan Nederland dat het moet hebben van de doorvoer van grote handelsstromen. Japan is een geval apart. Geconfronteerd met de dreiging van China is het land hard bezig een achterstand in te lopen en heeft thans een krijgsmacht die stukken groter is dan bijvoorbeeld de Britse. Ook Canada heeft in recente jaren grote investeringen in de krijgsmacht gedaan en heeft in Afghanistan een heel zware kar getrokken. Kortom, het beeld van defensie-uitgaven versus de handhaving van de internationale rechtsorde kan niet met enkele pennenstreken worden neergezet. Zeker is dat internationale invloed sterk afhangt van de mate waarin een land bereid is hoogwaardige militaire bijdragen te leveren. Nederland had tot 2010, het jaar van terugtrekking uit Uruzgan, een zeer goede reputatie.

Lees verder na de advertentie

 
Bondgenootschappen gaan uit van het principe van solidariteit

Sinds het einde van de Koude Oorlog ondergaat de Nederlandse krijgsmacht de veertiende ingrijpende reorganisatie. Deze hebben elkaar vaak ingehaald met als gevolg ernstige kapitaalvernietigingen en demoralisatie bij het personeel. Je zult maar tot een eenheid behoren die zich volledig heeft ingezet in een missiegebied om bij terugkeer te horen krijgt dat je moet solliciteren. Niettemin zijn in de afgelopen twintig jaar grote stappen gezet om de krijgsmacht snel, slim en licht te maken, waardoor deze 'expeditionair' is geworden en weinig steun van bondgenoten nodig heeft. Bijna alle nieuwe wapensystemen kunnen tegenwoordig in militaire transportvliegtuigen of transportschepen snel en ver worden vervoerd. Een passieve benadering van de bevordering van de internationale rechtsorde, zoals de schrijvers voorstaan, zou het werk en de ervaring van twintig jaar werk tenietdoen. Om een mes scherp te houden moet het zo en dan worden geslepen. Internationale missies houden, zelfs al wordt het politieke doel ervan niet of niet helemaal gehaald, de operationele ervaring op peil en vormen daardoor tevens een basis voor een effectieve territoriale bescherming. Verdergaande bezuinigingen met behulp van de 'kaasschaaf' tasten vooral de kwantiteit van de middelen aan en ondergraven dan ook de mogelijkheden om het territoir te beschermen. Anders gezegd, de nationale veiligheidspolis daalt in waarde. De link tussen de handhaving van de internationale rechtsorde en de bescherming van het nationale territorium is dus evident.

Nu de positieve kanten in de aanbevelingen van de schrijvers. Het samenbundelen van de capaciteiten binnen de lichte infanterie (mariniers, luchtmobiele infanterie en special forces) wordt door de krijgsmachtdelen om traditionele redenen geblokkeerd. Daar valt inderdaad enige winst te behalen, maar deze moet niet worden overdreven. De suggestie om reserve-eenheden te creëren in het kader van de bescherming van het territorium kan veel meer opleveren. Zulke eenheden kunnen ook het tekort aan volume bij internationale missies enigermate compenseren. Ook de getalsmatige verhouding tussen officieren en manschappen kan opnieuw tegen het licht worden gehouden, zeker waar de krijgsmacht al jaren streeft naar een betere status van de onderofficieren. Deze categorie personeel zal het zeker waarderen voor functies met meer verantwoordelijkheid te worden ingezet. Ten slotte: bij een expeditionaire krijgsmacht past een modern jachtvliegtuig, dat ook bij de meest waarschijnlijke bondgenoten in gebruik is. De minister doet er dus goed aan het roer recht te houden.

Anne Tjepkema, kolonel-vlieger bd Kon luchtmacht en krijgswetenschapper

 
Om een mes scherp te houden moet het zo en dan worden geslepen

Deel dit artikel