ColumnBart Zuidervaart

Je moet in Den Haag met een lampje zoeken naar oprechte interesse in de Caribische eilanden

Alexander Pechtold was in 2005 vers aangetreden als minister van koninkrijksrelaties, toen hij zich al in het eerste interview verslikte. De D66’er bleek niet in staat de hoofdstad van Aruba te noemen.

Het Caribische deel van het koninkrijk is een geliefde vakantiebestemming, waar Hollanders graag in een of ander zonovergoten resort verblijven, maar wel met de blik gericht op de zee. Wat zich achter hun rug afspeelt op die eilanden, hoe het de lokale bevolking vergaat; er is niet of nauwelijks interesse.

Het is de tragiek van het Koninkrijk der Nederlanden. Zes eilanden rond de Caribische zee en een Europees land die tot elkaar zijn veroordeeld en er maar niet in slagen een oprechte vriendschap op te bouwen. Het koninkrijksverband knelt anno 2020 zelfs meer dan ooit tevoren.

En dat terwijl de samenwerking juist beter had moeten gaan. Het is deze week exact tien jaar geleden dat het koninkrijk staatkundig werd opgeschud: het land ‘de Nederlandse Antillen’ verdween, Curaçao en Sint-Maarten werden een autonoom land. De drie kleintjes, Bonaire, Sint-Eustatius en Saba, zijn sinds 2010 een soort gemeenten van Nederland. Deze grote hervorming, zeiden alle bestuurders in koor, zou eindelijk leiden tot een goede onderlinge verstandhouding. En, niet onbelangrijk, ook het leven van de eilandbewoners verbeteren.

De afgelopen tien jaar is van beide beloftes niets terechtgekomen.

Het ligt voor de hand om eerst en vooral met de beschuldigende vinger naar de eilanden te wijzen, waar besturen ten onder gaan aan wanbeleid en corruptie. Curaçao en Sint-Maarten verslijten gemiddeld een regering per jaar. Nederland heeft op Sint-Eustatius enkele jaren geleden het lokale gezag aan de kant geschoven vanwege ‘grove taakverwaarlozing’. Geld dat vanuit Den Haag naar de eilanden gaat, wil er nog weleens spoorloos verdwijnen.

Een chronisch gebrek

Het is terechte, maar ook te eenzijdige kritiek. De eilandbewoners, de mensen om wie het uiteindelijk gaat, zijn net zo goed slachtoffer van deze bestuurders. De lokale bevolking heeft lang niet altijd kunnen rekenen op de broodnodige hulp uit Nederland.

In 2015, vijf jaar na de staatkundige vernieuwing, onderzocht een commissie onder leiding van Liesbeth Spies in hoeverre de inwoners van ‘gemeenten’ Bonaire, Sint-Eustatius en Saba hebben geprofiteerd van de inlijving bij Nederland. Wat bleek: de armoede is er niet afgenomen, maar juist toegenomen.

Ter gelegenheid van tien jaar staatkundige vernieuwing brengen journalist René Zwart en emeritus hoogleraar Joop van den Berg deze week het boek ‘Koninkrijk op eieren’ uit, waarin betrokkenen met vooral teleurstelling en zelfs verbittering terugblikken op de operatie. Spies stelt vast dat er met haar rapport uit 2015 nagenoeg niets is gebeurd. De situatie in de Caribische gemeenten is nog even schrijnend. Over het Nederlandse optreden is ze helder: te weinig, te laat.

In het boek raakt Pechtold de kern van het probleem: je moet in Den Haag met een lampje zoeken naar diegenen die écht zijn geïnteresseerd in de eilanden. De meerderheid ziet het Caribisch gebied, behalve als vakantieoord, vooral als een noodzakelijk kwaad waar Nederland maar niet vanaf komt, voor het gemak vergetend dat de eilanden simpelweg te klein zijn om zelfstandig te overleven.

Niet het wanbeleid aan de overkant van de oceaan is het grootste gevaar voor het koninkrijk, dat is het chronische gebrek aan interesse aan deze kant.

Bart Zuidervaart is chef van de redactie politiek. Hij schrijft wekelijks een column.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden