Column

Je kunt onvoorstelbaar veel zeggen in Nederland, alleen komen er soms boze reacties

Jamal Ouariachi. Beeld Maartje Geels

De Nederlandse taal kwam in 2018 opvallend vaak onder vuur te liggen. Zo verscheen er een Taalwijzer van de Hiv-vereniging waarin werd uitgelegd dat een hiv-patiënt, nee sorry, ‘iemand die leeft met hiv’ niet met dat virus ‘besmet’ is maar ‘geïnfecteerd’, want ‘besmet’ klinkt vies en is stigmatiserend. 

Op het ministerie van onderwijs werd druk gediscussieerd over de stigmatiserende term ‘laagopgeleide’. De preciezen van het magazine OneWorld kwamen eveneens met een taalwijzer waarin bijvoorbeeld ‘moderne slavernij’ vervangen werd door ‘extreme uitbuiting’. De fractievoorzitter van Denk Rotterdam pleitte voor afschaffing van het weinig inclusieve woord ‘integratie’. Theologen bogen zich over de vraag of je bij nieuwe bijbelvertalingen nog wel het woord ‘slaaf’ kunt gebruiken.

Ik ben zo iemand die dan nog weleens ‘taalpolitie!’ begint te brullen. Niet omdat taal nooit mag veranderen, maar omdat er uit die wijzigingsvoorstellen vaak zo’n morele superioriteit spreekt. Ik bedoel, je mág best ‘blank’ zeggen in plaats van ‘wit’, maar dan ben je wel meteen een halve racist, nietwaar? Bovendien is er vaak zo vreselijk beroerd over die voorstellen nagedacht. Zo ziet OneWorld de term ‘slavernij’ als exclusief toebehorend aan de trans-Atlantische slavernij, maar er zijn natuurlijk vele andere vormen geweest, vroeger, maar ook nu nog. Denk alleen maar aan de slaven in Mauretanië die we onlangs konden zien in Bram Vermeulens documentaireserie ‘Sahara’. Weinig inclusief, om die mensen de term ‘slavernij’ te ontzeggen.

Klaagkoor

Ja, ik erger me aan de taalpuriteinen, de woordgekwetsten en de linguïstisch gestigmatiseerden, maar het laatste wat ik wil is me bij het klaagkoor scharen van de cabaretiers en opiniemakers die aan het woord kwamen in de documentaire ‘Dat zijn geen grappen!’ We zagen mannen die alles kunnen zeggen wat ze willen zeggen en daar ook een podium voor hebben: Youp van ’t Hek, Johan Derksen, Herman Brusselmans. En toch jammerden ze dat je tegenwoordig niks meer mag zeggen. Vooral van Brusselmans viel het gezeik me tegen. Schreef een roman getiteld ‘Guggenheimer koopt een neger’. Opgetrokken wenkbrauwen bij zijn uitgeverij. Brusselmans hevig verontwaardigd, terwijl hij het woord neger juist gebruikt omdat hij dondersgoed weet hoe beladen het is. Zijn roman is gewoon verschenen, mét neger in de titel en Brusselmans werd niet vermoord door boze zwarten.

Zo is er ook niemand die mij belet het hier te hebben over een laagopgeleide hiv-patiënt met een integratieprobleem. Ook niet als het een moslim is. Je kunt onvoorstelbaar veel zeggen in Nederland. Alleen komen er soms negatieve reacties. Dus hier dwaal ik, tussen de taalpuriteinen aan de ene kant, en aan de andere kant een stel Don Quichots die vechten tegen de windmolens van de censuur. Ik weiger een kant te kiezen.

Jamal Ouariachi is psycholoog en schrijver. Voor zijn roman ‘Een Honger’ ontving hij in 2017 de EU-prijs voor literatuur. Hij vervangt vandaag Stevo Akkerman. Lees al zijn eerdere columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden