null Beeld
Beeld

ColumnStevo Akkerman

Je hoeft niet ingelijfd te worden om je ergens thuis te voelen

Ik ging Rotterdam uit, bekende ik in de laatste column voor mijn korte verhuisvakantie, en als ik weer zou opduiken dan zou dat zijn aan de oever van een andere rivier. En zo ben ik geland in Arnhem, in de oksel van de Rijn en de IJssel. Ik heb al een vaste looproute naar de supermarkt, ik weet waar de vuilstort zit en begin te ontdekken hoe op de fiets de zwaarste hellingen te omzeilen – dit is een stad met een berg­klassement.

Ook heb ik me ingeschreven bij de gemeente, maar een Arnhemmer ben ik natuurlijk nog lang niet. Laat staan een echte Arnhemmer, als dat ooit al zou kunnen. Of zou moeten. Was ik een echte Rotterdammer? Welnee, ik was een voorbijganger, net als in de plaatsen waar ik eerder woonde.

Of ik een echte Jutter was?

Als kind beging ik eens de vergissing te denken dat het anders was. Ik moet acht of negen jaar oud geweest zijn en de onderwijzer in Den Helder – die buiten schooltijd mijn vader was – vroeg aan de klas wie een echte Jutter was. Direct stak ik in mijn vinger op. Een echte Jutter? Present! Weliswaar waren we drie jaar na mijn geboorte uit Den Helder vertrokken, maar vijf jaar later waren we weer teruggekeerd. Aan mij mankeerde niets. Hoongelach en gejoel was mijn deel. Hoe durfde die indringer zich een Jutter te noemen? Het duurde niet lang voordat hun gelijk bewezen werd; na drie jaar verhuisden we opnieuw, en begon ook het inburgeringsgesodemieter weer van vooraf aan.

Nu, zoveel levens later, denk ik: Je hoeft niet ingelijfd te worden om je ergens thuis te voelen. Misschien is eerder het tegenovergestelde waar, in elk geval voor sommigen. Hoe dan ook, ik weet nog precies hoe en wanneer het gebeurde. Afgelopen winter was het, de lente lag al om de hoek, en de geliefde en ik waren wat gaan fietsen langs de Rijn, net buiten Arnhem, waar zij een huis had gekocht. Op de dijk bij een woonbotenoase stonden twee stoelen; het was duidelijk dat wij op deze plek onze meegebrachte biertjes gingen nuttigen. Uitkijkend over de rivier, met aan de overkant een oude steenfabriek, schoot door mijn hoofd: ik zou hier ook wel willen wonen.

Er waren momenten dat ik het makelaarsgilde verdacht van slechte bedoelingen

Arnhem deed er veel aan om mij tegen te houden. Er waren misschien wel huizen te koop, op een bepaalde manier. Maar welke? Verscheen er iets op Funda en belde ik binnen vijf minuten voor een bezichtiging, dan was dat te laat: “We zetten u op de wachtlijst.” Mocht ik toch bezichtigen, dan bleek dat ter plekke zinloos: “Er ligt sinds vanochtend een mooi voorstel van een eerdere kijker, de verkoper heeft besloten daarop in te gaan.” Wat gebeurde hier? Ik begon de zaak te wantrouwen, ik geloofde er niet meer in, er waren zelfs momenten – ik geef het maar gewoon toe – dat ik het hele makelaarsgilde verdacht van slechte bedoelingen. En toen lukte het opeens toch.

Vorige week zaten we in de stortregen onder de parasols van het buurtcafé, een volkse tent die per ­direct tot cultureel erfgoed moet worden verklaard. Met pin betalen bleek onmogelijk, ze deden alleen in echt geld. Hadden we dat niet? Geen probleem, dan kwam het later wel een keer. Ik voelde me behoorlijk welkom.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden