null

OpinieWildbeheer

Jagers kunnen niet langer zoveel edelherten en zwijnen doodschieten

Jagers beschouwen zich als beheerders van het wild in Nederland. Maar die opvatting is onhoudbaar, zeker nu wolven naar Nederland terugkeren, stelt Niko Koffeman, Eerste Kamerlid voor de Partij voor de Dieren.

Met de gewelddadige dood van wolf GW1490m, die een paar weken geleden stierf door een kogel uit een jachtgeweer, wordt de vraag opnieuw actueel of het past in het beschermingsregime van de Europese Habitatrichtlijn om het overgrote deel van de prooidieren van de wolf tot in de nachtelijke uren te laten bejagen. Er worden meer Veluwse edelherten en zwijnen geschoten dan ooit tevoren. Er staan 8800 zwijnen, 700 damherten en 3000 edelherten op de nominatie om ­gedood te worden.

Jarenlang stelden jagers dat onze natuur zonder grote roofdieren niet zonder jacht zou kunnen, maar de komst van de wolf maakt dat argument onhoudbaar.

Afschieten is strijdig met de Europese Habitatrichtlijn

Allereerst maakt de aanwezigheid van de wolf het afschieten van prooidieren strijdig met de Europese Habitatrichtlijn. Die verbiedt namelijk het opzettelijk verstoren van het territorium in perioden van voortplanting en in de zoogtijd. Ook vermindering van de ecologische functionaliteit van hun leefgebied is verboden, net als jacht in de buurt van hun nestplaatsen. Op het doden van een wolf staat in Nederland een gevangenisstraf tot drie jaar of een geldboete tot 21.750 euro, in België is de strafmaat recent verhoogd tot maximaal vijf jaar gevangenisstraf of 500.000 euro boete.

Maar jagers hebben weinig op met deze roofdieren. De Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging vindt Nederland ‘te druk’ voor de wolf en pleitte voor een schadevergoeding voor jagers als de wolf ‘hun wild’ op zou eten. Directeur Laurens Hoedemaker zei in 2019: “De natuur is een prachtige bron van scharrelvlees, met de komst van de wolf wordt die rijkdom wel wat minder.”

Het is ronduit curieus dat jagers edelherten en zwijnen claimen als hun eigendom, want het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de fauna aan niemand toebehoort – res nullius –, waarmee de jager dus niet meer ­bezitsrecht heeft dan een wolf of een natuurliefhebber.

In vrijwel elk ‘rustgebied’ staan schiethutten

Dat jagers actief werken aan het kunstmatig vergroten van populaties in het wild levende prooidieren doet daar niets aan af. Dit versterkt alleen de situatie dat voor natuurlijke populatiedynamiek nauwelijks ruimte is. In vrijwel elk ‘rustgebied’ staan schiethutten en hangen automatisch werkende bijvoerautomaten die de dieren in het schootsveld van de jagers lokken, bijvoorbeeld op speciaal ingezaaide akkers die onweerstaanbaar zijn voor de dieren.

En hoe kunnen beleidsmakers zich blijven beroepen op ‘natuurlijke processen’ als jaarlijks het overgrote deel van de prooidieren geschoten wordt en voortplanting tegelijk op onnatuurlijke wijze gestimuleerd wordt via scheve geslachtsverhoudingen en bijvoeren?

Grote hoefdieren zijn attracties, ’s zomers voor toeristen, ’s winters voor jachttoeristen, die zorgen voor optimale omstandigheden om de ­cyclus van geboorte, vermeende overlast en het elimineren daarvan in stand te houden.

Jachtwetgeving is aan drastische herziening toe

Maar het toezicht is onvoldoende. Jachtopzichters zijn veelal in dienst van de jagers of van organisaties die financieel afhankelijk zijn van de jachtindustrie. Daarmee zijn jagers tegelijk aanklager, rechter, beul, toezichthouder en leverancier aan de poelier. Natuur- en dierenbeschermingsorganisaties zijn binnen de faunabeheereenheden in een zodanige minderheidspositie dat ze nauwelijks invloed hebben. Nog nooit lag de verhouding tussen het aantal getelde dieren en het aantal af te schieten dieren zo scheef.

De terugkeer van de wolf laat zien hoe weinig overtuigend de argumenten voor afschot zijn. De wolf eet bij voorkeur natuurlijk voedsel in z’n eigen leefgebied, maar wordt daaruit verdreven door de mens als voedselconcurrent. Daardoor zijn wolven aangewezen op een menu van gehouden dieren, waar ze zich normaliter niet op zouden richten.

Nederland zou het faunabeleid moeten overlaten aan objectieve professionals. En de strafmaat voor het doden van een wolf zou fors moeten worden verhoogd. Jachtwetgeving is aan drastische herziening toe.

Lees ook:

Ruim 400 wolven in Nederland? Dat zou zomaar kunnen

De wolf kan een breekijzer zijn. Hij laat zien waar ons systeem onnatuurlijk is, zegt Hugh Jansman, schrijver van een vers wolvenrapport.

Een zware winter zorgt niet voor sterfte bij zwijnen, dat doet de jacht

Beuken en eiken produceren dit jaar weinig voedsel voor de wilde zwijnen, waardoor een zware winter zal aanbreken. Net als elk jaar zal een groot deel van de zwijnen geschoten worden. Van een massale hongerdood zal dus geen sprake zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden