OpiniePers en politiek

Ja, ik wil het artikel graag nog even inzien voor publicatie

null Beeld

Laten we niet doen alsof alle journalisten alleen maar de waarheid zoeken en alle bestuurders die alleen maar willen verbergen, betoogt Jos Wienen, burgemeester van Haarlem.

Waar eindigt de journalistiek en begint de propaganda? Met deze vraag begint een artikel in deze krant (de Verdieping, 14 juli) van Rufus Kain. Het ging met name om de vraag of een geïnterviewde na het gesprek nog invloed kan en mag hebben op de weergave. De kop luidde: ‘Mag ik het nog wel even inzien voor publicatie?’ Wat mij opvalt is dat er uitsluitend vanuit het perspectief van de journalist wordt geschreven. De grote vooronderstelling lijkt te zijn dat journalisten op zoek zijn naar de waarheid en dat geïnterviewden of voorlichters zaken willen verbergen of bijkleuren. Het doet ook sympathiek aan als een eenzame journalist de overmacht en drukmiddelen van hele pr-afdelingen en van geraffineerde spindoctors weerstaat. Maar ik vind het jammer dat kritische reflectie op de eigen rol van de journalistiek ontbreekt. Nou ja, met uitzondering van de verzuchting dat journalisten zelf soms zo dom zijn om stukken ter correctie aan te bieden.

Ik heb regelmatig te maken met vragen van journalisten om een interview of een gesprekje waarvan ze citaten willen gebruiken. Het gebeurt vaak dat ik het interview nog even ter inzage krijg, soms omdat de communicatiemedewerker dat vroeg, soms omdat het wordt aangeboden. Ik vind dat prettig, want wanneer je geciteerd wordt is het fijn als er staat wat je gezegd hebt en wat je vindt. Meestal doe ik suggesties om iets aan te passen. Soms is dat omdat er dingen staan die ik nooit gezegd hebt en ook nooit zou zeggen, bijvoorbeeld bepaalde woorden of zinsconstructies. Soms omdat kennelijk mijn bedoeling niet goed is overgekomen, of om te komen tot een duidelijkere en betere tekst. Wat mij betreft is nog nooit aan de orde geweest dat ik dingen wilde verbergen.

Uit het artikel in Trouw blijkt dat adjunct-hoofdredacteur Martijn Roessingh zulke aanpassingen ziet als concessies. En redacteur Jan Kleinnijenhuis adviseert: begin niet aan het ter inzage geven. Ik begrijp heel goed dat een journalist op zoek is naar feiten en zich niet wil laten tegenhouden door druk van voorlichters. Maar als een interview de bedoeling heeft de lezer te informeren over de opvattingen van de geïnterviewde, begrijp ik de weerstand niet om rekening te houden met correcties van de betrokkene. Ik vind het vervelend als in de krant een ­citaat van mij staat, waar ik het niet mee eens ben. Het komt wel eens voor dat het citaat wel letterlijk klopt, maar in een andere context toch een heel andere lading krijgt.

Tendentieus

Ik ga ervan uit dat de meeste journalisten graag goede stukken willen publiceren, waarin feiten, citaten en weergegeven opvattingen kloppen. Helaas komt het ook voor dat een journalist kiest voor een gebruik van citaten in een andere context dan in het gesprek en voor een weergave van een gesprek die volstrekt geen recht doet aan het interview. Kennelijk is er dan een hoger doel dat rechtvaardigt dat iemand bewust verkeerd wordt weergegeven. Ik heb meermalen te maken gehad met weergaven van een gesprek waarbij citaten uit hun verband waren gerukt, een tendentieuze weergave was gemaakt en waarin de lezer bewust een verkeerde indruk werd gegeven van wat ik vind. Daarnaast zal het zeker voorkomen dat een journalist iets verkeerd heeft begrepen en onbewust een verkeerde voorstelling van zaken geeft of dat essentiële informatie ontbreekt. Dan is correctie loffelijk en zelfs wenselijk.

Hulde voor journalisten die zaken boven water halen en zich niet laten weerhouden om te publiceren over misstanden en zaken die niet kloppen. Hulde voor journalisten die misleiding en leugens aan de kaak stellen. Maar ook hulde voor journalisten die het recht doen aan de ­opvattingen van een geïnterviewde belangrijker vinden dan wat ze er zelf van gemaakt hadden. En wat mij betreft ook hulde voor journalisten die kritisch kunnen kijken naar journalistieke producties waarin aan geïnterviewden, hun opvattingen en aan de waarheid geen recht wordt gedaan.

Lees ook:

Dreigend en paaiend proberen voorlichters de journalistiek te beïnvloeden

Journalisten waren niet verrast dat D66 eisen probeerde te stellen aan de VPRO-documentaire over Kaag. Kijkers waren wél verbaasd. De druk die woordvoerders op de pers uitoefenen is vaak onzichtbaar voor publiek. Hoe ziet dit spel eruit?

Minister Slob: ‘Ik was verkeerd geïnformeerd over documentaire Kaag’

In een antwoord op Kamervragen zei minister Slob eerst dat D66 geen bemoeienis had met de documentaire over haar partijleider. Maar daarover had de VPRO hem verkeerd geïnformeerd, zei de minister later.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden