ColumnSylvain Ephimenco

Italië is in een soort politiestaat gemuteerd

Onder de foto die ik van die twee stiekem maakte met mijn smartphone (journalistieke afwijking), staat 4 april 2020, 10.29 uur. De Italiaanse lockdown was nog jong en ik stond tussen twee agenten van de polizia municipale met mijn fiets in de hand. Op weg naar de supermarkt met een geldige en zelf ingevulde autodichiarazione Covid, werd ik door die twee tot stoppen gedwongen. Alles leek ­gedocumenteerd in orde, totdat een van die agenten begon te rekenen. Ik bevond me inderdaad binnen de gemeentegrens zoals toegestaan, maar die supermarkt, een kilometer veder op, lag wel 300 meter buiten die grenzen, zei de verbaliserende bromsnor. Hij noteerde ook het Duitse merk van mijn e-bike alsof het een buitenlands letaal wapen betrof. Ik kon hoog of laag springen, maar moest rechtsomkeert maken met een boete van 280 euro wegens een ongeautoriseerde virtuele eindbestemming, die ik overigens nooit had bereikt.

Dit gebeurde in het Italië dat nog bezig was de ergste coronaresultaten uit heel Europa aan elkaar te rijgen. Zes maanden later kijkt Europa juist vol bewondering naar de Laars, waar de beste coronacijfers nu vandaan komen. Hoe kunnen die chaotische Italianen, die meestal regels en geboden graag overtreden, zo gedisciplineerd zijn dat ze van lelijke eenden in sierlijke zwanen zijn veranderd? Heel simpel: sinds 9 maart is il bel paese in een soort politiestaat gemuteerd, waar het coronaboetes regent.

Hollandse blotebillengezichten

Multa (boete) is de voornaamste taal die Italianen kennelijk verstaan. Al na een maand lockdown werden 4,8 miljoen burgers gecontroleerd en 176.767 boetes uitgedeeld. Eergisteren werd in Rome besloten dat mondkapjes voortaan ook op straat moeten worden gedragen. Wie dit niet doet, krijgt een multa van 400 tot 1000 euro. In Cinque Terre, dat deze maatregel al had ingevoerd, werden vorige maand drie wandelende toeristen zonder mondkapje aangetroffen: samen moeten ze 1200 euro betalen.

Blij was ik dus wel toen ik in het ‘liberale’ Nederland terugkeerde en het Mussoliniaanse stof van mijn jas kon afschudden. Op één punt na. Ik keek verbaasd naar al die Hollandse blotebillengezichten die onbedekt de winkels in en uit gaan. Ik ben misschien fel gekant tegen boetes als knoet om het volk op te voeden, maar een (boetevrije) plicht tot het dragen van mondkapjes in gesloten openbare ruimtes is essentieel, weet ik nu uit ervaring.

Een snel eigen onderzoek in ­Nederlandse supermarkten leerde me de laatste dagen dat nog geen derde van de klanten een mondkapje draagt. Maar nu zeurt 66 procent van de geënquêteerden om een mondkapjesplicht. Waarom zie ik dan geen twee derde van de klanten in winkels die het (boetevrije) dringende advies van de regering in praktijk brengen? ‘Overal waar je de hemel niet ziet’ moet je een ‘neus- en mondmasker’ dragen zei Rutte. Oh ja? Heeft de Tweede Kamer net als de Arena een schuifdak, dat je, behalve de bodes, bijna geen Kamerlid of minister ziet met een mondkapje? Nederland, land van liberale ‘gekkies’ die net als Italianen alleen met de knoet zijn vooruit te branden.

Drie keer per week werpt columnist Sylvain Ephimenco zijn blik op de actualiteit. Lees zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden