ColumnNelleke Noordervliet

Is de Nederlandse geschiedenis maar een kwartetspel?

Ergens halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw kwam de historicus Peter Sigmond, toen lid van de directie van het Rijksmuseum, bij me met een leuk idee. Zou ik aan de hand van vijftig voorwerpen (mooi rond getal, niet te veel niet te weinig) uit de historische collectie van het Rijks ‘een geschiedenis van Nederland’ willen schrijven? Het moest een informatief maar speels en levendig boek zijn.

We zochten de voorwerpen en afbeeldingen bij elkaar die een thematische en symbolische lading hadden. En dus begon ‘Op de zeef van de tijd’ met het altaarstuk uit Dordrecht waarop de Elisabethsvloed van 1421 wordt afgebeeld en eindigde het met het schilderij van koningin Wilhelmina dat in 1960 door nationalistische studenten in Jakarta werd vernield. In zijn voorwoord benadrukt Sigmond dat het ‘een’ geschiedenis is. Bij elkaar roepen de voorwerpen een beeld op van vallen en opstaan van een samenleving. ‘Een verhaal zonder einde’, schrijft hij. Het boek verscheen in 1999.

Slecht gesteld met de kennis

Intussen is besloten de historische afdeling van het Rijks te integreren met de kunst, om te laten zien dat kunst niet los van de historische en maatschappelijke werkelijkheid staat. In reactie daarop begon het te broeien: waar wordt het geschiedverhaal van Nederland dan nog apart verteld? Er moest een nationaal historisch museum komen, een Haus der Geschichte. Met het historisch besef en de historische kennis was het in Nederland slecht gesteld. Zelfs Tweede-Kamerleden haalden geen voldoende. Het initiatief verzandde in Nederlands gekrakeel, maar de belangstelling voor de geschiedenis nam toe.

De canoncommissie deed haar intrede en kijk: daar kwamen in 2006 – toeval of niet – vijftig vensters officieel in het onderwijs. Er was bijval en afkeuring. Er stond te veel in, er stond te weinig in. Frits van Oostrom heeft nooit anders gezegd dan dat de vensters slechts ingangen waren naar het complexe en diverse verhaal van de geschiedenis. Niet meer niet minder. In ieder geval was geschiedenis vanaf dat moment niet meer weg te denken uit het debat.

Geschiedenis is zo hot dat het sist

Docenten geschiedenis legden de link tussen de echte werkelijkheid van hun leerlingen en het verre verleden. Verdraaid, zo werkt het dus, wij schrijven zelf mee aan het verhaal van het verleden. Tot zover alles dik in orde. Maar inmiddels heeft de polarisende identiteitspolitiek de macht gegrepen in het gesprek over geschiedenis en het op een geheel eigen wijze tot instrument van de eigen doelstellingen gemaakt. Iedereen voelt zich tekortgedaan. Het verleden wordt beoordeeld naar de morele standaard van nu en van de eigen groep.

Hebben we net de leerlingen het principe van ‘standplaatsgebondenheid’ uitgelegd, wordt dat in het huidige klimaat keihard onderuit gehaald. Op dat perfecte moment verschijnt de herijkte canon van de Nederlandse geschiedenis. Het is zo hot dat het sist. Tien vensters eruit, tien nieuwe erin. Anton de Kom, Saar Burgerhart en Oldenbarnevelt zijn overigens van harte welkom. Maar moeten we daadwerkelijk elke tien jaar de zaak herzien op de golven van de emotie? Als we zo doorgaan hebben we in 2060 een heel nieuwe geschiedenis.

Een kwartetspel

Kritiek op de canon blijft altijd mogelijk. Het zijn ‘maar’ vijftig vensters, waarbij het ene venster op een weidser en complexer verhaal uitzicht geeft dan het andere. Iedere historicus en docent zal een eigen accent leggen. Iedere Nederlander zal wel iets missen in het geheel. De bijl van het negatieve oordeel zal voor sommigen niet hard genoeg neerkomen op de botte koppen van de heteroseksuele witte Nederlandse mannen. Voor anderen zal de glorie van ons roemrijk verleden onvoldoende glanzen. Niemand is helemaal tevreden.

Hoe moeten de historici van de canoncommissie oordelen? Moeten ze luisteren naar de boze stemmen van belangengroepen of handhaven ze een weloverwogen, onafhankelijk, wetenschappelijk geïnspireerde visie? Als de canon van de Nederlandse geschiedenis een kwartetspel wordt van belanghebbende facties dan kunnen we hem maar beter afschaffen. 

Nelleke Noordervliet (Rotterdam, 1945) schreef meerdere romans, novelle’s en theaterstukken. In 2018 won ze de Constantijn Huygens-prijs voor haar gehele oeuvre. In haar column in Trouw bespiegelt ze tweewekelijks op de actualiteit. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden