OPINIE

Inperken van vrijheid van onderwijs is niet de oplossing

Het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Beeld ANP, Koen van Weel

In de Haga-saga is niet de vrijheid van onderwijs het probleem, schrijft Johan Lievens, assistent-hoogleraar aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid VU Amsterdam. Dus de afschaffing van artikel 23 van de Grondwet is geen oplossing, kijk maar naar Frankrijk.

Het Cornelius Haga Ly­ceum in Amsterdam blijft de gemoederen verhitten. ‘Richtinggevende personen’ van de school zouden contact hebben gehad met een terroristische groepering en onderwijstijd zou aan salafisme worden gespendeerd. Aanleiding voor politici en opiniemakers, zoals Gert Jan Geling (Opinie, 19 maart), om voor een aanpassing van artikel 23 over onderwijsvrijheid te pleiten. Niet alleen de onderwijsvrijheid moet beperkt, ook heel wat nuance lijkt verloren te gaan. Even de puntjes op drie i’s.

1. In het pleidooi voor beperking van de onderwijsvrijheid wordt gesuggereerd dat het bijzonder onderwijs aan elke vorm van overheidscontrole ontsnapt. Dat het duistere schaduwplekken in de samenleving zijn. Het is onwaar dat de onderwijsvrijheid impliceert dat alles kan. Is er een grote variatie aan scholen door vrijheid van onderwijs? Ja. Loopt er af en toe iets mis in scholen? Ja. Mogen Nederlandse scholen leerlingen weigeren van wie zij menen dat die niet binnen hun schoolproject passen? Ja.

Maar is de vrijheid onbegrensd? Nee. De Onderwijsinspectie werpt nu reeds licht op die zogenaamde schaduwplekken. Zo vergt de Wet op het voortgezet onderwijs dat het onderwijs ‘mede ­gericht [is] op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie’ in een pluriforme samenleving.

2. De Haga-saga wordt misbruikt als hefboom om de Grondwet open te breken, onder anderen door PvdA-leider Lodewijk Asscher. Alle scholen moeten openbare scholen worden, klinkt het. Nochtans is de Grondwet wijzigen niet per se heilzaam. Ook Frankrijk, waar openbaar onderwijs de voorkeur geniet, ontsnapt niet aan discussies over radicale denkbeelden bij jongeren, het al dan niet verbieden van religieuze ­symbolen en (te) opiniërende leerkrachten.

Ook zonder aan de Grondwet te sleutelen – iets waar sowieso omzichtigheid bij geboden is – zijn er mogelijkheden. In Vlaanderen, waar eveneens onderwijsvrijheid bestaat, is de mogelijkheid voor scholen om leerlingen te weigeren danig ingeperkt; en de wet bepaalt dat schoolplannen en schoolpraktijk de fundamentele rechten moeten eerbiedigen. Onlangs is de onderwijsinspectie hervormd om reeds bij het starten van een nieuwe school een eerste screening mogelijk te maken, waarna de inspectie tijdens het eerste werkjaar de vinger aan de pols houdt.

Wat niet kan, zijn preventieve maatregelen waarbij een specifieke opvatting wordt belet in een onderwijsproject tot uiting te komen. Het wringt wat als PvdA-leider Asscher een school verwijt zich niet in te passen in de democratische rechtsstaat, terwijl hijzelf bij het aanpakken van die school de randen van het rechtsstatelijke wil opzoeken voor ‘het welzijn van de leerlingen’.

De kern van onze onderwijsvrijheid is juist dat we aanvaard hebben dat er een diversiteit aan opvattingen bestaat over hoe het welzijn van leerlingen precies wordt gediend. De vrijheid primeert daarbij niet absoluut, maar wordt afgewogen tegenover het recht op onderwijs. Dit is een evenwichtsoefening.

3. Tot slot: de saga wordt misbruikt om commotie te creëren. Hoopt men zo de school te sluiten via een achterdeurtje? Alle kritiek is gericht op onderwijsinhoud en -methode, een kwestie waarover nog veel onduidelijk is. Minister Slob geeft aan dat de school wellicht gesloten zou kunnen worden, maar niet omwille van het inhoudelijke onderwijs, maar omdat het lyceum riskeert niet langer te voldoen aan het vereiste aantal leerlingen. Voedt de politiek nu de commotie om de kans op sluiting te vergroten? Als voorbeeld van rechts­statelijk handelen kan dat tellen.

Het debat over de grenzen van de onderwijsvrijheid moet worden gevoerd. Maar gooi het kind – of scholen vol kinderen – niet met het badwater weg.

Lees ook:

De directeur van het Haga noemt Halsema ‘domme gans’, maar die belediging past niet bij zijn verwijt

‘Een domme gans,’ zo noemde Soner Atasoy, directeur-bestuurder van het Cornelius Haga Lyceum, burgemeester Halsema. Maar dat doet hij alleen ‘zolang zij mij terrorist noemt’. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden