OpinieRadicalisering

Informeer je, democratie is niet gratis

null Beeld

Het is angstaanjagend als verongelijktheid zwaarder weegt dan de feiten, constateert freelance journalist Paulien Bakker, auteur van het boek ‘Wat volgt op een vergissing’, op grond van haar ervaringen in Irak.

Paulien Bakker

“Iedereen weet dat The New York Times liegt”, zei mijn zeventienjarige Iraakse vriend Omar in een shisha-café even buiten Hawija, Irak, tegen me. In Hawija – een paar jaar voor de Nederlandse precisiebom, een jaar zelfs voor de opkomst van Islamitische Staat (IS) – greep het Iraakse leger hard in bij een vreedzame demonstratie. Er vielen rond de vijftig doden. “Nee”, zei Omar. Hij zat onderuitgezakt op de bank en haalde even zijn waterpijp uit zijn mond. “Zeker zeshonderd.”

Het neerslaan van dat vreedzame protest in 2013 was voor Omar een van de redenen geweest om van huis weg te lopen, een bomgordel om te doen en zich op te willen blazen uit naam van IS. Soennitische Irakezen als hij moesten zich verzetten tegen de sjiitische regering en de kansenongelijkheid die die regering orkestreerde.“Die lage aantallen doden is overheidspropaganda”, zei Omar stellig. Nu vertaalde hij voor zijn neef naast hem, die binnenkort eindexamen moest doen, maar nog altijd geen woord Engels sprak.

Ik was tijdens die protesten in Irak en was met Omars vader, die werkte voor een van de VN-organisaties daar, op onderzoek uitgegaan. We hadden getuigen geïnterviewd, medische rapporten ingezien. Ik wist daardoor dat de aantallen die The New York Times en andere internationale media noemden, klopten.

Maar Omars neef hield vol. “Hoe kunnen zij dat nu weten? Ik wóón daar.”

“Ze bellen mortuaria af, gaan af op cijfers van de Wereld Gezondheidsorganisatie.”

“Die zijn allemaal corrupt.”

Radicale gedachten

In Irak maakte ik voor het eerst kennis met een door de Amerikanen geïmporteerde democratie: met een land dat van socialisme in één keer doorsloeg naar een alles-is-te-koop-economie. Daaruit vloeide als vanzelf de post-truth samenleving voort. In Irak heeft iedere politicus zijn eigen milities, zijn eigen krant, zijn eigen televisiestation.

Zodra de smartphone zijn intrede deed, volgden veel Irakezen het nieuws alleen nog via sociale media. Het hoorde misschien bij hun pas verkregen vrijheid, maar het frustreerde me. Als we niet af konden gaan op dezelfde bronnen, refereren aan dezelfde feiten, hoe konden we elkaar dan nog bereiken?

Actievoerders van Viruswaanzin tijdens een stilteprotest bij de NOS op het Mediapark, in augustus 2020. Bij verschillende mediabedrijven protesteren zij tegen de verslaggeving over het coronavirus. Beeld ANP
Actievoerders van Viruswaanzin tijdens een stilteprotest bij de NOS op het Mediapark, in augustus 2020. Bij verschillende mediabedrijven protesteren zij tegen de verslaggeving over het coronavirus.Beeld ANP

Ik schreef een boek over hoe Omar ertoe kwam om een bomgordel om te doen en toen het uit was, gaf ik er lezingen over in Nederland. Mijn publiek vond het moeilijk om zich in Omar te verplaatsen. Ik probeerde uit te leggen dat Omars radicale gedachten voortkwamen uit een land waarin geen feiten bestaan.

Omar was niet de enige; ik zag dit al jaren. De rechtenstudentes die ik sprak aan de universiteit van Tikrit lachten me uit als ik het woord democratie in de mond nam. Dat was gewoon een ander woord voor corruptie. In 2019 konden we ons in Nederland van zo’n verdraaide werkelijkheid bijna geen voorstelling maken.

Facebook geen nieuwsmedium

Inmiddels lees ik dagelijks berichten van Nederlanders die net als Omar menen dat Facebook een nieuwsmedium is, die beweren dat mondkapjes niet werken of dat corona überhaupt niet bestaat. Ook voor hen weegt hun verongelijktheid zwaarder dan wetenschappelijke feiten of betrouwbare journalistiek. Ze móeten en ze zúllen gehoord worden.

Het maakt me bang, want daarmee blazen ze alle infrastructuur op, slaan ze alle bruggen weg. Als je geen gedeelde bronnen meer hebt maar kiest wat past bij je gevoel, waar vind je elkaar dan nog? Democratie komt ook met verplichtingen, zei ik vroeger terug, je moet er als burger wel iets voor doen: je goed informeren, stemmen met het belang van iedereen in het hoofd. Maar waarom zouden ze in Irak nog iets van mij aannemen?

Lees ook:

YouTube wordt gebruikt als wapen en daar doet het platform te weinig tegen, zeggen factcheckers

Videoplatform YouTube doet te weinig tegen de verspreiding van nepnieuws en desinformatie, zeggen tachtig factcheck-organisaties wereldwijd. In een open brief vragen ze om meer actie en samenwerking.

Lees ook:

De Filipijnse Maria Ressa strijdt voor de onafhankelijke journalistiek: ‘Sociale media verdienen aan het virus van de leugen’

De Filipijnse journalist Maria Ressa is een van de journalisten, naast Dmitri Moeratov, die dit jaar de Nobelprijs voor de Vrede krijgt. Eerder dit jaar kreeg Ressa ook de Four Freedoms Award voor vrijheid van meningsuiting. Lees hier het interview dat wij in maart met haar hadden terug.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden