null

Duitse bezetting

Ineens kregen we hoop dat onze familie nog leefde

Beeld Trouw

Journaliste Lilian Schuit beschrijft hoe ze in 1945, net herenigd met haar ouders na drie jaar onderduiken, naar hun nieuwe huis liep.

Mijn moeder heeft me zo vaak over dat reisje in 1945 verteld dat het lijkt alsof ik het me echt herinner: de lange weg van Haarlem naar het nieuwe huis in Amstelveen. Zonlicht door de dunne bomen, nog geen fiets of auto te bekennen. Mijn vader en moeder die een handkar voortduwen. Broodmager moeten ze geweest zijn, maar dat vertelde mijn moeder er niet bij. En ik, een kleuter nog, tussen de slordige stapels, onophoudelijk zingend over oranje bomen. Mijn moeder glimlachte als ze daaraan terugdacht: ‘Je had ons in die dagen zo vaak Oranje boven horen zingen’.

Over wat er allemaal op de handkar lag, was mijn moeder minder duidelijk en nog steeds heb ik spijt dat ik haar dat niet heb gevraagd. Zoals het ook niet in me was opgekomen om te vragen waarom we met zo’n kar op reis gingen.

In ieder geval lag mijn blauwe ledikantje daar, uit elkaar gehaald, de delen zorgvuldig opgestapeld zodat ze niet verschoven. Wat speelgoed misschien, maar ik was geen poppenkind en mijn favoriete boek over Bruintje Beer, met al die plaatjes, was bij mijn onderduikzusjes gebleven. Veel kleren had ik niet, die had niemand in die tijd, zei mijn moeder.

Het was geen reis waar koffers aan te pas kwamen

Wat hadden ze dan nog meer op die kar gelegd? Een paar dierbare boeken, denk ik, en misschien wat gekregen spullen. Gebruiksartikelen: handdoeken, serviesgoed, een paar pannen. Geen koffers, dat weet ik zeker, dit was geen reis waar koffers aan te pas kwamen. Op de heenreis, drie jaar eerder, waren er ook geen koffers, het moest lijken of wij, mijn ouders en ik, maar voor een dagje weggingen. Wat we nodig hadden was al eerder weggebracht.

Mijn ouders hadden mij, toen zeven maanden oud, ondergebracht in het gezin van mijn vaders beste vriend. Met z’n tweeën drie jaar op een kamer, altijd bang om wat mij, maar ook hen zou kunnen overkomen, konden ze zich steeds minder voorstellen dat we ooit weer bij elkaar zouden zijn. Laat staan dat ze daar zouden lopen, op die lange weg, in de zon, met hun dochter zingend tussen de spullen, op weg naar een nieuw bestaan. Toen we daar liepen durfden we opeens te hopen dat we onze familie zouden terugzien, zei mijn moeder later, hoewel we al wisten wat er was gebeurd. Maar, verklaarde ze de hoop: ‘We hadden jou immers ook teruggekregen?’

In de maanden na het einde van de reis is die hoop langzaam vervlogen. Maar daar heeft mijn moeder pas veel later over verteld.

Lees ook:

André van Duin spreekt op de Dam

André van Duin spreekt op 4 mei op de Dam in Amsterdam tijdens de Dodenherdenking.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden