opinie

Inderdaad, ik schreef een boek over het corps. Over jongens dus.

Beeld illustratie studio Vonq

De literaire wereld ligt onder vuur als bolwerk van witte mannen, schreef Trouw-redacteur Sander Becker. Auteur Philip Huff zou ook graag meer diversiteit zien, maar vindt dat Becker denkfouten maakt.

De diversiteit van Nederlandse romanfiguren laat te wensen over, bemerkte Sander Becker in zijn artikel Romanfiguren bezwijken onder uniformiteit, over een onderzoek door studenten van de UU. De reden? Witte mannen domineren het auteursbestand en schrijven voornamelijk over zichzelf, met als gevolg de marginalisering van Nederlanders met een niet-westerse achtergrond, lageropgeleiden en vrouwen.

Ik deel Beckers wens dat de Nederlandse literatuur meer ruimte geeft aan diversiteit, maar hij maakt wel een paar denkfouten. Bijvoorbeeld: 'Schrijvers modelleren hun helden vooral naar zichzelf.' Dit suggereert dat literaire personages 'helden' zijn. En hun bedenker dus ook. 

Voor andere schrijvers kan ik niet spreken, maar mijn karakters zijn geen helden. En ik al helemaal niet. Mijn roman 'Niemand in de stad' gaat over tekortkomingen. De roman, speciaal uitgelicht door Becker, gaat over studenten in Amsterdam die lid zijn van het Amsterdams studentencorps. Dat is een witte wereld, vol hoogopgeleiden. Specifieker nog wonen drie van de hoofdpersonen in het huis van een mannendispuut. Jongens, dus.

Breedgedragen karikatuur

Daar kun je van alles over zeggen, bijvoorbeeld dat die wereld een bolwerk van witte mannen is - echt inzichtelijk lijkt zo'n uitspraak mij niet. Volgens mij probeert de roman de werking en de gevolgen van die wereld voor drie jongens en twee jonge vrouwen te beschrijven. Plat gezegd: de insteek van 'Niemand in de stad' was om van corpsballen - een breedgedragen karikatuur - mensen te maken. Of het boek - en straks de film - daarin slaagt, dat is niet aan mij.

Wat ik wel weet: een roman wordt plat als je hem voor een turftabel gebruikt; hij dient bovendien met openheid en aandacht te worden gelezen. Promovendus Roel Smeets, zelf een witte, hoogopgeleide man, bepleit dat ook in het artikel. Hij stelt vervolgens wel dat 'Niemand in de stad' vrouwelijke karakters introduceert met 'de mooie...' of 'de aantrekkelijke'. 

Ik heb mijn boek even doorzocht: niet één keer wordt een karakter, mannelijk of vrouwelijk, zo aangekondigd. Wel vond ik: 'Ze heeft dunne polsen en mooie, lange vingers met gezonde nagels.' En: 'Bij Uitdam gingen we Waterland in, via de fietspaden terug naar de platte kerk van Ransdorp. Het was een prachtige dag met veel mooie meisjes op de fiets. Maar geen Karen.' Het woord 'aantrekkelijk' komt, godzijdank, niet in mijn roman voor.

Lees ook: 

Het gebrek aan kleur in de Nederlandse letteren ligt gevoelig. Bijzonder gevoelig

Het is een witte wereld, die van de Nederlandse literatuur. Schrijvers, uitgevers, redacteuren, recensenten en ongetwijfeld ook de meeste lezers: ze zijn spierwit of lelieblank. Is dat een onwenselijke situatie?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden