In Uruzgan is veel bereikt (opinie)

Nederland opereert terecht behoedzaam bij de opbouw van Uruzgan. Dat kost tijd, maar levert nu al veel op.

Gino van der Voetluitenant-kolonel en van maart tot september 2007 commandant van het Provinciaal Reconstructie Team in Uruzgan

Zes maanden lang was ik nauw betrokken bij de opbouw in Uruzgan. Ik heb uiteraard de vele commentaren en meningen gevolgd in Nederlandse media over de situatie daar. Zelf tot september werkend in Uruzgan, herken ik er helaas weinig in.

Er is in Uruzgan veel veranderd. Ik herinner me de situatie van twee jaar geleden, toen ik bij een verkenning voor het eerst in Uruzgan was. Er is een wereld van verschil met de situatie nu. Wie nu door Tarin Kowt rijdt, ziet enorme bedrijvigheid. Het aantal winkels is meer dan verdubbeld, en ze hebben meer aanbod. Bouwbedrijven bieden als een lokale doe-het-zelf materialen aan. Meer vrachtwagens dan ooit rijden met goederen van en naar Kandahar.

Destijds lag het kamp op zeker een kilometer afstand van de stad, nu grenst het samen met Kamp Holland aan de buitenwijken. Steeds meer Afghaanse burgers strijken in de stad neer om te kunnen profiteren van de bedrijvigheid. Er is dus wel degelijk goed nieuws te melden. Afgelopen week heeft minister Koenders van ontwikkelingssamenwerking met zijn Afghaanse collega de bouwcontracten getekend voor de eerste elf scholen, door Nederland betaald via het ’Equip programma’. En dan zijn er nog tal van lopende projecten: op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, landbouw, infrastructuur, justitie en veiligheid.

Dat het niet sneller gaat met de opbouw is voor sommigen teleurstellend. Die conclusie miskent echter de omstandigheden waarin het opbouwwerk plaatsvindt. Vergeet niet dat Uruzgan één van de armste provincies is in van één van de armste landen ter wereld. Van de inwoners kans 93,5 procent niet lezen of schrijven. Het opbouwen van een goedgeorganiseerde lokale overheid is daardoor een moeizaam proces. Een ontwikkelingsorganisatie helpt er bij, in de stad Tarin Kowt. Op provinciaal niveau zal dit ook tijd vergen. Al is de lokale overheid nog maar pril, toch doen we bij voorkeur projecten via die lokale overheid. Zo geef je het opbouwwerk een Afghaans gezicht, van belang voor het winnen van vertrouwen van de bevolking in de eigen overheid.

Dat het niet sneller gaat met de opbouw heeft er ook mee te maken dat de Pasjtoen-samenleving door tientallen jaren van conflicten en onderdrukking is gepolariseerd. Stammentegenstellingen en tribale onbalans in de lokale overheid hebben geleid tot nepotisme. Bepaalde delen van de bevolking worden bewust achtergesteld.

In die omgeving kunnen we niet even langsrijden en een project opstarten. Het kost tijd om een goed beeld te krijgen van de lokale omstandigheden, maar het kan niet anders. Een project dat de ene stam bevoordeelt ten nadele van een andere stam, is geen lang leven beschoren.

Vertrouwen winnen van de bevolking kost tijd. Maar de afgelopen maanden is een solide basis gelegd. Met de contacten die er nu zijn is succes geboekt bij nieuwe projecten.

Over die opbouw vallen wel degelijk concrete resultaten te melden. Onder regie van het Provinciaal Reconstructie Team zijn in een jaar tijd scholen gerenoveerd of gebouwd en irrigatiekanalen en dammen aangelegd. Sabotageacties door talibanstrijders – in andere provincies aan de orde van de dag – zijn uitgebleven. Er is niet één project van het Nederlandse PRT in brand gestoken. Wij vragen aan een lokale gemeenschap: waar hebben jullie behoefte aan? De school die vervolgens met Nederlands geld wordt gebouwd, zal de taliban niet zo snel in de brand steken. Zij zouden alle sympathie bij de bevolking verspelen.

Nederland houdt zich bij de opbouw ook bewust op de achtergrond, om de indruk te vermijden dat een project uitsluitend een zaak van de Navo-troepenmacht Isaf is. Het is veel verstandiger om een school door lokale aannemers te laten opknappen. Het PRT houdt tijdens patrouilles in de gaten of het werk volgens afspraak verloopt.

Het is waar, de taliban proberen ons werk teniet te doen en het land weer onder controle te krijgen. Militairen van de Taskforce treden daar tegen op. De lokale bevolking wil simpelweg niet onder de taliban leven. Ze willen een toekomst voor hun familie, zodat hun kinderen naar school kunnen. Ze willen een leven zonder dat rondtrekkende taliban hun wintervoorraden leegeten, onderdak afdwingen en hen terroriseren met represailles en bomaanslagen. De taliban zijn niet zo sterk dat ze de hele provincie kunnen lamleggen. Die macht hebben ze niet.

De zware gevechten van de afgelopen tijd betekenen niet dat Nederland aan de verliezende hand is. De gevechten hebben het aanzien van Nederlandse militairen bij Afghanen verhoogd, ook al zijn er burgerslachtoffers gevallen. In sommige gebieden hebben we nu een makkelijker entree.

Gezien de omstandigheden waarin Nederlandse militairen hebben moeten werken, heeft Nederland erg veel bereikt in het afgelopen jaar. Maar het is en blijft een eerste stap.

Al onze resultaten moeten verder verduurzaamd worden en ook dat kost tijd. Consolidatie van de resultaten vergt een langdurige betrokkenheid van de internationale gemeenschap.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden