Beeld Trouw

ColumnEphimenco

In Nederland moet je geduld hebben om gelijk te krijgen

Op een buitenlandse tv-zender zag ik gisteren de Joodse schrijver Marek Halter (1936) tegen dit Nederland fulmineren dat 75 jaar nodig had om excuses te maken over de Jodendeportaties. Kennelijk heeft Halter niet door dat, hoewel vertraagd, deze excuses een historische omwenteling markeren. Van ontkennen, verdoezelen en soms liegen naar erkennen en toegeven is toch een mijlpaal. Ja, beter laat... Volgens dit principe valt niet veel op die schuldbekentenis van Rutte af te dingen.

Kwalijker lijkt me dat er nog steeds met geen woord wordt gerept over het rookgordijn dat, nog vele jaren na de oorlog, door instanties werd getrokken om de eigen Nederlandse verantwoordelijkheid (politie, spoorwegen, bevolkingsregister, systematische plundering van Joodse eigendommen enz.) bij de Jodendeportaties aan het zicht te onttrekken. Wie daarin verandering probeerde aan te brengen, kon rekenen op een enkeltje strafbank. Denk aan wijlen historica Nanda van der Zee, wier onthullend werk ‘Om erger te voorkomen’ (1997) meestal neergesabeld werd, terwijl ze als historica door confraters gediskwalificeerd werd. Zo door Riod-directeur Hans Blom: ‘Boek is als wetenschappelijke prestatie ver beneden de maat’. Toch schreef toen NRC Handelsblad over ‘Om erger te voorkomen’: ‘Het lezen van dit boek blijft een verontrustende ervaring, want de kern is universeel: de mythes die we tegen beter weten in in stand proberen te houden, omdat de waarheid te beschamend is’.

Zelfgeproclameerd Gidsland

Dat die mythes – moedig Nederland in verzet en barmhartig voor zijn ‘rotjoden’ van wie jij met je ‘rotpoten’ diende af te blijven – nog steeds standhielden, vond ik een kwarteeuw geleden fascinerend. Zeker voor dit zelfgeproclameerde Gidsland dat in die tijd bijna iedereen de maat nam.

Op 19 maart 1994 schreef ik een essay over de schuldvraag over de Jodendeportaties dat in de zaterdagbijlage van Trouw werd afgedrukt. Dat de redactie als kop ‘Nederland liegt’ koos, maakte het essay toen nogal explosief: ‘Ondanks vele herdenkingen wachten slachtoffers op de eerste officiële schuldbekentenis van een Nederlandse autoriteit, op de erkenning dat hun martelgang in zijn krankzinnige omvang niet mogelijk was geweest zonder de medeplichtigheid of passiviteit van vele landgenoten’.

‘Die Ephimenco, die heeft me een hekel aan Nederland!’

Er kwamen vele reacties binnen, vaak vol venijn en ontkenning, waaronder die van de onvermijdelijke Hans Blom. Maar de ‘mooiste’, typisch voor die tijd, wil ik niemand onthouden. Deze kwam van Willy Wielek (1919-2004) in haar Trouw-column: ‘Die Ephimenco, die heeft me een hekel aan Nederland! Hij moet welhaast elke ochtend, zwanger van onbehagen, zijn maag uit zijn lijf kotsen voor hij het hart heeft de onzalige straten te betreden. (...)Dan kan hij beter de zweep gaan zwaaien in bordeel of pornofilm.’

Ach, in Nederland moet je geduld hebben om gelijk te krijgen. Over een kwarteeuw alweer zal misschien hier en daar een mea culpa luiden over onderwerpen als het klimaatakkoord, Haga Lyceum, demografie, Greta Thunberg of immigratie.

Drie keer per week werpt columnist Sylvain Ephimenco zijn blik op de actualiteit. Lees zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden